| het nieuwe lezen | |
|
Welkomstpagina |
Actualiteiten |
Abecedarium voor het nieuwe lezen |
De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007 De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006 | 10 Meest gestelde vragen | Lezersonderzoek | Toolkit for Creative Reading | FAQS Creative Reading |
|
| De tien meest gestelde vragen over het nieuwe lezen | |
1. Wat beoogt HET NIEUWE LEZEN? HNL beoogt de literaire crisis die ons al meer dan tien jaar in zijn greep houdt, te bezweren. Deze crisis is ontstaan als gevolg van de aanhoudende stroom van talloze nieuwe boeken sinds de 90-er jaren van de vorige eeuw, in combinatie met het feit dat er steeds minder lezers zijn. Tel deze twee factoren bij elkaar op, en u begrijpt de intensiteit van de literaire crisis. Aan deze crisis kleven twee nadelige gevolgen. In de eerste plaats kunt u als lezer alles niet meer bijhouden, ook al zou u het willen. Niemand heeft daardoor nog een totaaloverzicht van de literatuur. Het tweede gevolg raakt de schrijvers zelf. Schrijvers willen graag zoveel mogelijk gelezen worden. Maar omdat het aanbod van collega-schrijvers alsmaar groeit, worden schrijvers steeds meer gedwongen kostbare tijd en moeite te investeren in het winnen van de aandacht van de lezer. Voeg hierbij de zorgelijke uitkomsten van periodieke leestevredenheidsonderzoeken, en het is duidelijk dat schrijvers steeds minder op een aan hen verbonden lezerspubliek kunnen rekenen. HNL biedt voor dit alles een uitkomst. Tegelijkertijd propageert HNL gelijkwaardigheid tussen lezer en schrijver. HNL wil op deze wijze een einde maken aan de eeuwendurende dominantie van schrijvers. Voor schrijvers die blijven intimideren met dichtgetimmerde totaalverhalen die de fantasie van de lezer geen millimeter ruimte laten, is op den duur geen plaats meer. 2. Hoe werkt HET NIEUWE LEZEN? HNL roept lezers op zich bewust te beperken tot het lezen van het eerste hoofdstuk. Hij kan hierdoor kennisnemen van veel meer titels. Dit kan als de lezer voldoende vaardig is om zich met enkel dat eerste hoofdstuk een voorstelling te maken over het verdere verloop van het verhaal. Hij bedruipt zichzelf met het bedromen van het verhaal na en op basis van dat eerste hoofdstuk. De lezer doet dat op eigen kracht, met zijn eigen fantasie en zonder verdere hulp van de schrijver. Op deze wijze bepaalt de lezer zelf de loop van het verhaal - het verhaal wordt zijn verhaal. Tegelijkertijd weigert de nieuwe lezer zijn eigen verhaal op te leggen aan een ander. Hij respecteert de fantasie van zijn medelezer en gunt hem zijn eigen verhaal. Sommigen concluderen daarom dat het verhaal niet bestaat. Dat is onjuist. Alleen absolute totaalverhalen bestaan niet. 3. Kan HET NIEUWE LEZEN ook geleerd worden? Het geheim schuilt erin dat de lezer zijn fantasie weet aan te spreken, en dat kan zeker geleerd worden. De geėmancipeerde lezer beperkt zich zoals gezegd bewust tot het eerste hoofdstuk. Maar tegelijkertijd stelt hij zich hierbij maximaal receptief op. Naarmate zijn inlevingsvermogen beter getraind is, kan hij het maximale uit zijn eigen fantasie halen. Het is ook een kwestie van durf om u op de loop te laten nemen door een potentierijk eerste hoofdstuk. Voor hen die zich HNL willen eigen maken, zijn er steeds betere cursussen en leergangen beschikbaar. De laatste stap op weg naar de selecte groep van geėmancipeerde lezers verloopt via het Abecedarium voor HNL of: HNL in 10 stappen. Voor de Engelstalige markt is de Toolkit for Creative Reading beschikbaar. Beide producten zijn tostand gekomen in nauwe samenwerking met de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk waardoor de kwaliteit geborgd is. 4. Wat is HET NIEUWE LEZEN niet? HNL beoogt beslist niet de lezer op de stoel van de schrijver te laten plaatsnemen. Weliswaar is wat de lezer zich bedroomt na op gang gebracht te zijn door het eerste hoofdstuk, het verdere verloop van het verhaal, maar het is zijn eigen invulling ervan - en ook niet meer dan dat. Essentieel is dat hij er vanaf ziet zijn invulling dwingend op te leggen aan anderen. De nieuwe lezer respecteert nu eenmaal het recht op vrijheid van fantasie van zijn medelezers. 5. Kan de schrijver de geėmancipeerde lezer op weg helpen? Het is duidelijk dat HNL een joint venture is tussen lezers en schrijvers. Tussen de activiteit van de een en de ander bestaat samenhang. De nieuwe lezer behoort zijn inlevingsvermogen aan te spreken, en de nieuwe schrijver behoort hierop in te spelen. Gaandeweg zullen de nieuwe schrijvers - schrijvers die zich er bewust toe beperken alleen maar een eerste hoofdstuk te schrijven - dit geheim ontdekken. Zij zullen steeds bedrevener worden in het effectief verbergen van aflooppotentie in het eerste hoofdstuk. Hiermee wordt de receptieve fantasie van de nieuwe lezer maximaal geprikkeld. Het gaat om kleine, maar vaak heel wezenlijke dingen. Zo is er een stroming in HNL die stelt dat een schrijver een zuivere hand van namen kiezen moet hebben. Dan komt de rest vanzelf. In deze visie maakt het nogal uit of u op pad wordt gestuurd met een Harwig of een Oostwegel als romanpersonage. Kernachtiger kan het niet gezegd worden. 6. Schuilt er ook gevaar in HET NIEUWE LEZEN? Ja, maar dit zijn onschuldige gevaren. Na de eerste aflevering van een nieuwe tv-serie denkt u het wel te weten. En gelijk hebt u! Op basis van een potentierijke, krachtige eerste aflevering bent u met een goed getrainde fantasie in staat om het verdere verloop zelf te bepalen. Op departementen, bestuursdiensten, stafafdelingen van bedrijven, advocatenkantoren, partijkantoren en centra voor ordeningsvraagstukken heerst het gevaar om bij het lezen van de vele nota's, notities, conclusies en beleidsevaluaties ook te stoppen na het lezen van de eerste paragraaf. De rest denkt men wel te kunnen raden. Veel geėmancipeerde lezers moeten die neiging onderdrukken. 7. Waar komt HET NIEUWE LEZEN vandaan? HNL is op een Rotterdamse zolderkamer bedacht door Twan Breewel. HNL is daarmee het Nederlandse antwoord op de literaire crisis. Inmiddels is dit fenomeen als Nederlands exportproduct op weg de wereld te veroveren. Als gevolg hiervan is HNL buiten Nederland bekender dan in Nederland zelf. In de Angelsaksische landen is HNL bekend geraakt als creative reading en ook wel als provocative reading. De bijbehorende lezer wordt als creative reader of provocative reader, en soms als emancipative reader aangeduid. De schrijvers die het new creative writing of provocative writing bedrijven, worden new creative writers of provocative writers genoemd. 8. Hoe komt het dat HET NIEUWE LEZEN pas relatief laat is onderkend als oplossing voor de literaire crisis? Zoals bekend hangen er nogal wat belangen samen met de ongebreidelde aanmaak van alsmaar nieuwe titels. In de eerste plaats moeten de uitgeverijen, de tussenhandel, de drukkerijen en de papierproducenten genoemd worden als de voornaamste stuwende krachten achter het laten voortbestaan van de literaire crisis. In het bijzonder de twee laatste groepen spinnen garen bij de overproductie die immers leidt tot het opschroeven van de papierproductie en het moeten inzetten van zoveel mogelijk drukkerijcapaciteit. Tot slot zijn er de schrijvers zelf. Te lang hebben zij zich veilig kunnen wanen in hun comfort zone. Te lang hebben zij het de normaalste zaak van de wereld gevonden om lezersfantasie te kisten als een mestkalf. 9. Zijn er al Nederlandse schrijvers die inspelen op HET NIEUWE LEZEN? Ja, schrijvers als Maddie Decaluwé, Dulco Nawas, Ferry Colmar en Sanne Bomas hebben inmiddels bewezen dat het heel goed mogelijk is om het de nieuwe lezer naar de zin te maken. Stuk voor stuk zijn zij hard op weg om Grootmeesters van Het Eerste Hoofdstuk te worden. 10. Hoe ziet de toekomst van HET NIEUWE LEZEN eruit? De vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk streeft naar een leesaanbod met minimaal 20 procent boeken die inspelen op HNL per 2010. Dat is haalbaar, want steeds meer geėmancipeerde lezers zullen zich onder het knoetsel van traditionele schrijvers weten uit te vechten. In het begin zal dat hard aankomen, maar gaandeweg gaan schrijvers zich daar steeds meer rekenschap van geven. Zij zullen zich realiseren dat er geen weg terug meer is. Dat zij dit over zichzelf hebben afgeroepen en dat het inschakelen van de fantasie van de lezer nog de enige oplossing is. Want die heeft hij, of schrijvers dat nou leuk vinden of niet. De lezer is op de keper beschouwd een vrij mens en zijn fantasie hoort niet thuis in een intellectuele dwangbuis. Van lieverlee zal het duidelijk zijn dat slechts boeken met enkel dat eerste hoofdstuk toekomst hebben. De rest wordt toch niet meer gelezen. |
|
| het nieuwe lezen | |
| Welkomstpagina |
Actualiteiten |
Abecedarium voor het nieuwe lezen |
De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007 De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006 | 10 Meest gestelde vragen | Lezersonderzoek | Toolkit for Creative Reading | FAQS Creative Reading |
|
| Reacties: info@hetnieuwelezen.nl | |