Maximaal lekker het verhaal binnenglippen? Bekwaam je eerst in het nieuwe lezen!   Verdient je literaire carrière een zetje in de rug? Doe mee aan De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007!   Met het nieuwe lezen wordt u in uw waarde gelaten.    Liefhebber van vrijwandelen? Ga dan op stap met het nieuwe lezen.    Werken aan je uitstraling? Doe mee aan De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007!   Het nieuwe lezen: de menselijke maat voor lezers én schrijvers.       Lezen en toch gewoon jezelf willen zijn? Dan is er nu het nieuwe lezen.    Oshima Verdonk: gun je fantasie met het nieuwe lezen een pyjamadag!    Het nieuwe lezen haalt de literatuur uit de verkeerde achterkamertjes.    Uit op echte invloed? Doe mee aan De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007!   Het nieuwe lezen is onbeperkt genieten!    De literaire crisis ook meer dan zat? Schakel dan nu over op het nieuwe lezen.    Uw eigen knijpkat voert u op met het nieuwe lezen.    Moeite met aandacht? Doe mee aan De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007!    Nieuw, anders, alles en nu: het nieuwe lezen!    Jaap Weijerink : door het nieuwe lezen zijn er geen onderbedeelde boeken meer!    Het nieuwe lezen is uw eigen fantastische tafeltje-dekje.    Literair gourmetten begint met een aanstekelijke flaptekst!    
het nieuwe lezen
WelkomstpaginaActualiteiten  | Abecedarium voor het nieuwe lezen | De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007
De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006  |  10 Meest gestelde vragen  |  Lezersonderzoek  |  Toolkit for Creative Reading  |  FAQS Creative Reading
Prijsuitreiking Grote Flapteksten Wedstrijd 2007
Actualiteiten en reacties



Rotterdam, zaterdag 8 september 2007 - Prijsuitreiking Grote Flapteksten Wedstrijd 2007 - Winnaars bekend!

Vandaag zaterdag 8 september 2007, Eerste Landelijke Dag van de Flaptekst, zijn tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Theaterzaal van Donner Selexiz te Rotterdam, de prijzen van De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007 uitgereikt.
De winnaar van de Twan Breewel Bokaal 2007 is Adri van Beelen. De winnaars in verband met bijzondere vermeldingen zijn Vicky Francken, Marcel de Laat, Marjet Maks en Nicole Munneke. De winnende flapteksten staan op de pagina De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007 van deze website. Een live verslag van de prijsuitreiking is binnenkort beschikbaar.

Tijdens een intermezzo gaf Mariëlle Jansen, docent aan de Faculteit Vrije Tijdskunde van de UvG, een korte inleiding op Het Nieuwe Lezen. Deze inleiding volgt hieronder.

Frans van Zoelen verrichtte de prijsuitreiking. In verband met de plotselinge bestuurscrisis in de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk, is hij op het allerlaatste moment bereid gevonden dit op zich te nemen. Tevens is hem gevraagd om als mediator alle betrokken partijen weer rond de tafel te krijgen om uit de impasse te geraken.



___________________________________________________________________________________________________________________________________


Een korte inleiding op Het Nieuwe Lezen


Lezing uitgesproken door Mariëlle Jansen op zaterdag 8 september 2007, Eerste Landelijke Dag van de Flaptekst



Allereerst wil ik de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk van harte feliciteren met het initiatief voor deze wedstrijd, en tevens met deze allereerste Landelijke Dag van de Flaptekst: laten wij 8 september ook in de toekomst als zodanig in ere houden!
Ik heb alle vertrouwen dat Frans van Zoelen erin zal slagen alle partijen in de bestuurlijke crisis waar kennelijk sprake van is, weer om de tafel te krijgen.

Waarin ben ik geïnteresseerd bij het onderwerp "lezen" vanuit het vakgebied Vrije Tijdskunde? Waar richt ik mij op? Het gaat hierbij om vragen als:
- hoe lezen mensen?
- wat lezen zij? En vooral
- welke ontwikkelingen spelen er zich af in lees- en boekenland?

Zo stuitte ik enige jaren geleden op de website www.hetnieuwelezen.nl en maakte kennis met de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk en de ideeën die zij propageert.

Ik kan mij nog goed herinneren dat ik voor het eerst deze website bezocht en overvallen werd door twee gedachten:
1. Het Nieuwe Lezen??? Heb ik iets gemist??? Bestaat het gewone oude lezen dan niet meer?
2. En: is Het Nieuwe Lezen niet een beetje cultuur-pessimistisch ingesteld?

Maar laat ik voor de nieuwkomers in het domein van Het Nieuwe Lezen eerst een korte toelichting geven op dit fenomeen.

De Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk maakt zich grote zorgen: er zijn steeds meer boeken en steeds minder lezers. En: de vereniging acht zich gevolmachtigd om namens ons allen met deze twee beangstigende uitersten de strijd aan te binden.

Hoe?

De remedie die het nieuwe lezen in petto heeft, is eenvoudig.
Lezen moet, maar wel volgens de spelregels van het nieuwe lezen: het lezen van een boek beperkt zich tot het lezen van het eerste hoofdstuk. En dat kan volgens het nieuwe lezen als dat eerste hoofdstuk maar vitaal genoeg is; uit zijn voegen barst van aanknopingspunten om de lezer op eigen kracht zich een voorstelling te laten maken van het verdere verloop van het verhaal.

Het nieuwe lezen roept schrijvers op alleen nog maar eerste hoofdstukken te schrijven.
Lezers worden gestimuleerd alleen nog maar eerste hoofdstukken te lezen en vervolgens het verhaal zelf te bedenken.

Om de verbeeldingskracht van de lezer op te voeren heeft de Vereniging een heuse tool ontwikkeld: het Abecedarium voor het nieuwe lezen. Hiermee kunt u als nieuwe lezer in 10 stappen de noodzakelijke onbegrensde verbeeldingskracht verwerven. In een mum van tijd leert u op eigenzinnige wijze een verhaal binnen te glippen: minder wordt meer.

Goed, het nieuwe lezen maakt zich dus zorgen en vreest ontlezing.
Ik wil de vraag stellen of er reden is voor deze zorg. En zo ja, is daar dan iets aan te doen?

Het is zonder meer juist dat het lezen vandaag de dag in een heftige concurrentiestrijd is gewikkeld met - wat ik dan maar aanduid als: - ander cultureel aanbod. Dit aanbod is enorm verbreed door bijvoorbeeld:
.televisie en podiumkunsten
.films en video-art
.internet en YouTube
.luisterboeken
.MP3 en PodCast
.games
.SMS en MSN

Ik wil hier graag een kanttekening plaatsen: vroeger maakte men zich toch ook zorgen met betrekking tot allerlei nieuwe "cultureel" aanbod?
Toen werden bijvoorbeeld musicals en strips als "ander cultureel aanbod" met gefronste wenkbrauwen ontvangen en als bedreigend ervaren. En kijk nu eens hoe gerespecteerd deze uitingsvormen zijn!
Kortom, er is niet zonder meer aanleiding om ons aan te sluiten bij de zorgen die het nieuwe lezen signaleert en motiveert. Sterker, misschien biedt de verandering in cultureel aanbod juist wel nieuwe kansen die benut kunnen worden.
Zeker als men in het achterhoofd houdt dat dit nieuwe cultureel aanbod leidt tot veel luisteren, lezen en kijken, en voor een groot deel interactief en actiegericht van aard is.

Toch even terug naar wat het nieuwe lezen ons aanraadt.
Eigenlijk is dit een andere vorm van literair lezen - en dan wel in de hoedanigheid van "totale of maximale emancipatie" van de lezer.

In plaats van een bescheiden aanwezigheid op de knie van de schrijver waarbij de lezer zich identificeert met het verhaal, draagt het nieuwe lezen ons op: lezer, doe het maar helemaal zelf! Niks te rollenspellen op de knie van de schrijver!

Het nieuwe lezen speelt op deze manier heel gewiekst in op het feit dat het woord literatuur allang niet meer met hoofdletters wordt geschreven. En ook dat literatuur niet meer wordt gezien als dé culturele uitingsvorm bij uitstek.
Het nieuwe lezen geeft ons een eigentijdse opdracht: zie het eerste hoofdstuk als een superhyperlink naar je eigen brein en maak het verhaal af met je eigen fantasie! Eigenlijk een vorm van interactie en actiegerichtheid die zo kenmerkend is voor het nieuwe cultureel aanbod waar het traditionele lezen vandaag de dag mee concurreert.

Op z'n minst dwingt dit alles ons even stil te staan bij de rolwisseling die de lezer ondergaat. De lezer die - na het eerste hoofdstuk tot zich genomen te hebben - pardoes van de knie van de schrijver springt. De lezer die dan het roer overneemt van de schrijver, een schrijver die kennelijk geen andere taak heeft dan de lezer te voorzien van een interessant aanjagertje. De lezer wordt zelf schrijver, auteur van het verhaal, en de schrijver wordt lezer van het uiteindelijke verhaal als de nieuwe lezer zijn verhaal ook nog eens aan het papier toevertrouwt.

Bij zo'n rolwisseling past de uitroep: kan het postmoderner!?

Postmodern, want er wordt gespeeld met vragen als: Wie zijn wij? Wie ben ik: een lezer? Of als nieuwe lezer ook een beetje schrijver? En: wie is er eigenlijk de baas in het verhaal? Wat overigens een goede titel zou zijn voor een promotie-onderzoek over het nieuwe lezen - en waar dan ongetwijfeld de - alweer postmoderne - conclusie uit zal komen: "Doet dat er eigenlijk toe?"
Maar het effect van dit alles is ook: door deze speelsheid wordt de interesse voor teksten aangewakkerd.

Wat je daarom ook kunt zeggen is: het nieuwe lezen geeft de tekst (in dit geval: het eerste hoofdstuk) een multi-autonoom karakter. En speelt op deze manier - al weer - heel handig in op de gedemocratiseerde literaire cultuur.

Ik kom met een voorzichtige en voorlopige conclusie:
Ja, we kunnen het eens zijn met het nieuwe lezen dat de literatuur haar centrale plaats in de cultuur inclusief haar autonome status, heeft verloren.
Leidt dat tot zorg? Ja, maar we moeten ook verder. Natuurlijk mag je treuren om het verlies dat de literatuur heeft moeten nemen en van zijn centrale plaats is gestoten.
Maar na dit rouwproces moet het ook weer interessant worden. En dat kan ook! De uitdaging is om tekstliteratuur een rol van betekenis te laten spelen tussen en met die andere vormen van cultureel aanbod die ik al eerder noemde.
Het nieuwe lezen wordt op deze wijze zelf een schoolvoorbeeld van hoe fictionele teksten op een nieuwe manier benaderd kunnen worden.
Inderdaad, desnoods dan maar in de vorm van het eerste hoofdstuk. Want ook daaruit ontspruit zich weer een verhaal. Ja, vele verhalen die door al die verschillende lezers bedacht worden.

Ik startte mijn betoog met de constatering dat de vereniging zich gemandateerd acht om namens de samenleving ten strijde te trekken tegen ontlezing.
Vervolgens constateerde ik dat het nieuwe lezen op een eigentijdse manier nieuwe methoden gebruikt om de lezer in te schakelen: te weten op een actiegerichte en interactieve manier.
Het effect ervan is dat aandacht ontstaat voor die unieke en heerlijke menselijke activiteit: het lezen van fictionele teksten.

Maar daarnaast - en dat mag zeker niet onbenoemd blijven - laat de vereniging ons delen in de lotgevallen van de onvergetelijke en onnavolgbare Twan Breewel, de naamgever aan de bokaaltjes die deze middag worden uitgereikt.

Volgens de overlevering zou het nieuwe lezen zijn bedacht door deze Twan Breewel. Alwaar? Op een zolderkamer in de Rotterdamse wijk Spangen, om vervolgens zijn idee te schenken aan de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk.

Ik beland nu een beetje in het domein van schmieren en anekdotes, maar dat mag toch wel op een middag als deze?

Ik zei: de onvergetelijke én onnavolgbare Twan Breewel. Dit omdat Twan Breewel na het bedenken van zijn idee spoorloos is verdwenen. Ik moet toch iedere keer weer grinniken over de geruchten waar Twan Breewel nu weer is gesignaleerd:

a. Verhuurt hij zich in Nepal als sherpa aan klimexpedities om Himalayatoppen te bestormen?
b. Is hij écht aangemonsterd als scheepsbibliothecaris op het antieke passagiersschip de SS Rotterdam?
c. Wat is er van waar dat hij zich heeft teruggetrokken en werkt als schakelbordwachter op een elektriciteitscentrale?
d. En er zijn zelfs lieden die bij hoog en bij laag beweren dat Breewel zich in leven houdt met kofferbakhandeltjes op parkeerplaatsen langs de Duitse Autobahn.

Duikt hij ooit nog eens op of zit dat er niet meer in?

Al die grappige ontwikkelingen binnen de Vereniging, misschien vormen die wel de reden waarom je op gezette tijden even naar www.hetnieuwelezen.nl gaat.
Om maar eens wat te noemen: crisis in de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk? De bestuurscrisissen zijn sinds de oprichting eigenlijk al niet meer bij te houden - dit moet inmiddels al weer de vierde of de vijfde zijn.
Ik heb er dus alle vertrouwen in dat het goed komt en Frans van Zoelen het bestuur al mediërend naar veilig water zal weten te loodsen.

Het zou me ook wat moois zijn: na De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd in 2006 en De Grote Flapteksten Wedstrijd in 2007, zou er in 2008 niets meer gebeuren?
Dat kan dus niet!
Ik wens daarom het afwezige bestuur van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk veel succes en - ondanks alle bestuurlijke strubbelingen - toch ook veel plezier bij het ons in 2008 weer trakteren op een volgende wedstrijd.

Dank u voor uw aandacht.





____________________________________________________________________________________________________________________________________

Rotterdam, donderdag 30 augustus 2007 - De nominaties in het kader van De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007 zijn bekend: zie de wedstrijdpagina 2007 van deze website.

De bekendmaking van de winnaars en de prijsuitreiking vinden plaats op zaterdag 8 september 2007, Eerste Landelijke Dag van de Flaptekst, 15 uur, in de Theaterzaal van boekhandel Donner Selexyz, Lijnbaan 150, 3012 ER Rotterdam.



______________________________________________________________________________________________________________________________________

Donny Lewali's wereld van twisters en spammers - Deel 2

Donny plaatst vraagtekens op het grensvlak tussen Soho en TriBeCa

New York, juli 2007 - Over waaraan een jumpmaster moet voldoen, is Donny Lewali duidelijk: "Een jumpmaster moet straatdiscipline hebben." Maar nog altijd is Donny Lewali nerveus voor een optreden. "Angst is mijn vaste metgezel. Het is steeds weer de vraag of je je staande weet te houden of dat de verhaallijn je uit handen wordt gespeeld. Er is weinig dat je kunt doen aan echte voorbereiding." Het zou in strijd zijn met de principes van de stand up sprookjesverteller waarbij het gaat om improviseren, dat juist wel te doen. "Die angst, daar zul je als free styler mee moeten leren leven. Echt, ik word doodziek van die gasten die dat niet zien, en ons wegzetten als romantische windhaantjes." In het verleden experimenteerde Lewali met rustgevende knolgewassen uit de Andes. Het leek te helpen totdat hij op het podium werd overvallen door hallucinogene effecten. Dat was geen succes, en nu laat hij gewoon alles op zich afkomen. Het enige dat Donny Lewali doet naarmate de voorstelling nadert, is zich geleidelijk af te sluiten van alles. Zelf zegt hij hierover: "Het wereldnieuws laat ik op dergelijke momenten langs mij heengaan. Ik kan mij niet veroorloven mij bezig te houden met zaken waarover ik geen control heb." Peet Abspoel weet niet of hij die tijdelijke onbenaderbaarheid van Lewali zwak of juist heel sterk moet vinden. "Ik schort mijn oordeel dus op."

In LingoDales schrijft Amy Levin over hoe jumpmasters omgaan met zoiets traumatisch als een crash, of nog erger, een black out. "Daar bestaat geen vast receptuur voor. De praktijk laat zien dat iedere jumpmaster dat op z'n eigen manier doet." De kern van haar boodschap is dat het bij free stylers gaat om een grote roep om aandacht. Uit haar onderzoek blijkt dat de populatie bestaat uit overwegend hulpeloze mannen. Het succes van deze getormenteerde lieden verbaast haar. "En wat mij nog meer frappeert is de aantrekkingskracht die zij op anderen uitoefenen. Het begint met onschuldig imitatiegedrag en voor je het weet is iemand op het hellende vlak om een kopie van een beroemde jumpmaster te willen worden. Hij stelt zijn eigen ik in de waagschaal," zegt Amy Levin en maakt een voorzichtig knikje in de richting van Abspoel die zich in zijn overall hijst om de zaal op spammers te controleren. Toch volgt zij Donny Lewali op de voet en slaat bijna geen optreden over. "Donny is een gevoelsjongen, hij zet niet alleen vraagtekens bij de wereld, maar vooral ook bij zichzelf. En dat maakt hem interessant. Maar zielsgelukkig ben ik pas als mensen mij aanklampen, en onthullen dat het dankzij mijn boek is dat zij besloten hebben om geen stembandcorrectie te ondergaan om een Donny Lewali-stem te krijgen."

De wereld die Donny Lewali met zijn monkey vaults in de eerste set beschrijft, ligt hier voor het grijpen. De avond lijkt opgedragen aan hen die behoefte hebben aan het verzetje van de illusie. Even het idee te willen hebben dat er iets groots wordt bedacht en dat je daarin een aandeel kan hebben. Dat het niet gaat om het dictaat van een kant en klaar verhaal, maar dat je als actieve twister invloed kan uitoefenen: het een-tweetje met de jumpmaster als ultieme emancipatie.
Pas bij de derde set breekt het publiek los. Er wordt gejuicht en twisters tijgeren door de mensenmassa naar voren om bij het podium te klimmen. Na het een-tweetje met jumpmaster Donny Lewali nemen zij een aanloop en belanden met een sprong weer in het publiek; er wordt naar hen gegooid met bier en muntgeld.
Er zijn jonge en oude mannen, arm, rijk, kansloos of juist met goede vooruitzichten, met en zonder hoofdbedekking en getooid in alle urbanstijlen die de New Yorkse stratificatie rijk is, jonge en oude vrouwen met of zonder pashmina's laten zich grif van hand tot hand gaan om te crowd surfen (iets dat in Europa al lang niet meer is toegestaan). En uiteindelijk voelt Donny Lewali haarfijn aan dat het juichende en schreeuwende publiek nog maar uit is op één ding: een plekje hoe onbeduidend ook, te willen veroveren in een verhaal, om even los te komen van de dingen van alledag, en daarvoor bereid is zich te voegen naar de regie van jumpmaster Donny Lewali, iemand met een niet te dik maar zeker ook niet te mager gelaat, met een onopvallende maar bij tijd en wijle ook koddige oogopslag, met niet te wilde krullen maar wel een laaghangende spijkerbroek, iets dat soepele meegaandheid verraadt zonder de teugels uit handen te willen geven.

Angst verdwijnt door routine, en daarom is Donny Lewali vaak op oefentournee. Maar ook het categoriseren van technieken biedt hem houvast en is hem behulpzaam om zich uit benarde situaties te redden.

Spammers en twisters

Een spammer probeert met dubbelzinnige een-tweetjes de jumpmaster uit zijn evenwicht te brengen. Het meest beducht is Donny Lewali voor professionele en in opdracht van concurrerende jumpmasters werkende spammers. Zij werken op basis van no crash no pay tegen vaak forfaitaire tarieven. Tweemaal succes bij dezelfde jumpmaster levert een spammer meer op dan twee afzonderlijke crashes bij verschillende masters. De hoogste beloning volgt bij een black out, het volledig ontregeld hebben van een jumpmaster. "Een black out die in ene $ 1000 oplevert, maak je nooit goed met 10 crashes van $100," zegt Malicia een van de weinige professionele vrouwelijke spammers. "Laten we wel zijn, het heeft ook met mijn eergevoel te maken."

Monkey vaults:----------Ultrakorte verhalen, verteld aan het begin van een optreden bij wijze van opwarmertjes.

Bridging:-------------------Precisiesprong van jumpmaster waarmee hij twee verhaallijnen met elkaar verbindt zonder de curve uit het oog te verliezen.

Curve:----------------------Rode draad die iedere freestyler aanbrengt als houvast en waarop hij in noodgevallen terugvalt; fungeert ook als spanningsboog.

Demitour:-----------------Intermezzo om aandacht van de curve af te leiden, vaak ingezet na een succesvol een-tweetje.

Een-tweetje:-------------De kern van het free style sprookjes vertellen. De jumpmaster maakt zich kwetsbaar en staat actieve toehoorders (twisters maar ook spammers) toe te --------------------------------interveniëren met opmerkingen en suggesties gericht op het beïnvloeden van de verhaallijn.

Twister:-------------------In het verhaal participerende toehoorder die opmerkingen roept in de hoop dat de jumpmaster deze oppakt. De twister is een loyale interventionist en wil ------------------------------de voortgang van het verhaal oprecht beïnvloeden (in tegenstelling tot een spammer).

Spammer:---------------Niet-loyale interventionist die de jumpmaster met onzinnige een-tweetjes uit zijn evenwicht probeert te brengen met als doel deze te laten crashen.

Revolte:------------------Geslaagde interventie door een twister.

Crash:--------------------Geslaagde interventie door een spammer: de jumpmaster wordt ontregeld en raakt de greep op het verhaal kwijt.

Black out:---------------Volledige ontregeling van jumpmaster door spammer.


Donny Lewali toert in het najaar door Europa. In november doet hij Nederland aan op uitnodiging van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. Naar een moderator wordt nog gezocht.

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Donny Lewali's wereld van twisters en spammers - Deel 1

Free stylen op het grensvlak tussen Soho en TriBeCa

New York, juli 2007 - Het gaat snel, heel snel met free styling sprookjesverteller Donny Lewali. Nu al, terwijl Donny Lewali alleen nog maar toert langs onbekende etablissementen in het minder mondaine New York, wordt hij gezien als dé narratieve jumpmaster die de stem van zijn generatie vertegenwoordigt. Hier, op het grensvlak tussen Soho en TriBeca, beleefde Donny ernstige persoonlijke dieptepunten. Achteraf gezien vindt hij het een klein wondertje dat hij nog leeft. Daarom keert hij hier avond na avond terug, en telkens boezemt de spontaniteit waarmee hij zijn verhalen vertelt, meer ontzag in. Veel van zijn verhalen gaan over zijn moeilijke tijd, over uitzichtloosheid en het gebrek aan zelfvertrouwen na weer een mislukte poging op het rechte pad te blijven.
Spammers vinden free stylers die hun verhaallijn onderhevig maken aan door het publiek geroepen reacties, maar niets. Het gaat volgens spammers bij stand up sprookjes vertellen gewoon om een verhaal van A naar B. Niets meer en niets minder. Zij proberen free stylers met verraderlijke een-tweetjes uit hun evenwicht te brengen. "Volgens de met u concurrerende spammers kun je als free styler maar beter gedichtjes gaan schrijven. Wat vindt u van deze uitspraak?" vraag ik aan Donny Lewali. Het is laat in de middag en Donny haast zich met zijn ondersteuningsteam naar een volgend achteraf podium. "Ik begrijp best dat spammers onzeker worden van onze doldrieste verbale schroeven en salto's. Maar ja, wat wil je, wij zijn de jumpmasters van het narratieve avontuur."

Door Frans van Zoelen

In een stad waar kassucces en diepgang niet vaak elkaars metgezel zijn, wordt Donny Lewali steeds meer als een verademing ervaren. Toch heeft Lewali bewust lang de tijd genomen om onder het radar te opereren. Het gaf hem de gelegenheid om onopgemerkt rustig te werken aan het vervolmaken van zijn verteltechniek. Zelf geeft hij aan dat deze leerschooltijd een doorslaggevende factor in zijn ontwikkeling is geweest. In zijn meanderende verhaalstijl gecombineerd met zijn hees-rauwe stem die geloofwaardige taal van de straat spreekt, herkennen zich velen. Het is nog maar een kwestie van tijd en Donny Lewali zal in bezit genomen worden door het grote publiek. "Zeker weten, of Donny dat nu wil of niet!" zegt Peet Abspoel. Peet Abspoel is als enige Europeaan opgenomen in het door Donny Lewali zelf samengestelde team dat hem tijdens zijn optredens begeleidt. Het is Abspoel's proeftijd om toegelaten te worden tot de opleiding van sprookjesverteller. En zelfs daarna is het nog maar de vraag of Abspoel het in zich heeft om uit te groeien tot jumpmaster, iets dat slechts is weggelegd voor een handjevol sprookjesvertellers. "Ik ben pas een maand lid van Donny Lewali's hofhouding en heb nu al veel te danken aan hem. Mijn taak als gripman is om vlak voor de aanvang de zaal te controleren op aanwezigheid van vijandelijke spammers. Die zijn er alleen maar op uit om Donny te laten crashen. Zo ja, dan verzoek ik hen vriendelijk maar dringend de zaal te verlaten. Het is geen gemakkelijke taak, maar iedereen moet hier van onderaf aan beginnen. Ik dus ook."

We passeren straten met veel afgeplankte ramen. "Verval, eenzaamheid en stank van bier en pis," antwoord ik op Lewali's vraag wat mij opvalt aan de steeg waar wij doorheen lopen. Als jongen kwam Donny Lewali vaak in deze buurt om te luisteren naar Lucky Travor, Bashar Palik en Karvin Jarvin, de stand up sprookjesvertellers van dat moment. "Na mijn laatste afkickprogramma wist ik zeker dat ik hier moest beginnen met free stylen, anders zou het niets worden. Ik blijf hier altijd terugkeren, wat de toekomst mij ook brengt." Via de kelder van Fiesta de Tapas, een Spaans afhaalrestaurant, komen we uit in een zalencomplex dat niet meer toegankelijk is via de straat waaraan het is gelegen. "Het geeft mij vertrouwen om ergens te kunnen binnenstappen en te begrijpen waar het over gaat," zegt Lewali.

Peet Abspoel legt uit dat Donny Lewali algemeen wordt erkend als de grondlegger van het free stylen. Het is de narratieve reactie op het oorspronkelijke stand up sprookjes vertellen dat slechts een rechttoe-rechtaan verhaallijn tolereert. Wat free stylen zo interessant maakt is dat omstanders de verhaallijn kunnen beïnvloeden. Zij roepen reacties in de hoop dat de free styler deze zal oppakken. Geoefende twisters klimmen zelfs het podium op, nemen de verhaallijn even over en geven er een eigen draai aan. Daarna voegen zij zich weer in het publiek en is het aan de jumpmaster om het aangepaste verhaal weer onder bedwang te krijgen. "Het ligt duidelijk niet in Donny's bescheiden aard om op te scheppen over zijn verdienste iets heel nieuws toegevoegd te hebben aan de narratieve traditie," vervolgt Abspoel. "Het enige dat Donny zegt is: ik free style zo goed als ik kan en dat moet genoeg zijn." Donny Lewali heeft het er moeilijk mee dat hij op het punt staat door te breken en een beroemdheid te worden. Het zit hem dwars dat dit automatisch betekent dat dan ook zijn privé-leven niet meer van hemzelf zal zijn. "Aan de andere kant wil hij ook dat mensen thuis van zijn cd's en video's kunnen genieten. Daar betaalt Donny dus een prijs voor."



Het liefst begint Donny Lewali zijn optreden met monkey vaults om warm te draaien. Voor hij het weet, heeft hij met zo'n opwarmertje een curve van jewelste te pakken, zegt een bekende urban cult verslaggever die liever niet bij naam genoemd wil worden. "De curve is de grondtoon die hem houvast geeft. Het is zijn reddingslijn voor als hij door een-tweetjes wordt belaagd. Een goede spammer die hem dan nog uit zijn evenwicht brengt." De beste sets zijn natuurlijk die waarbij het lijkt alsof het geen kwestie van improviseren is. "Donny krijgt de woorden ingefluisterd door een hogere macht, puur goud! De unieke Lewali-verhalen worden generfd door funk en jazz, maar ook agressie als reactie op eenzaamheid en verwerping." Het zijn deze gigs die de anonieme commentator er nu al toe brengt om Donny Lewali in een adem te noemen met grote vertellers als Trolley McCann en Cody Witt. "En natuurlijk hoort uw eigen Twan Breewel ook in dit rijtje thuis. Klopt het dat hij onlangs nog is gesignaleerd op Ibiza werkzaam als zandsculptuurvirtuoos?"

In de volgende aflevering van Donny's wereld van twisters en spammers: hoe Donny ter bestrijding van podiumangst grijpt naar een rustgevend knolgewas uit de Andes en wat daarvan de gevolgen zijn.
______________________________________________________________________________________________________________________________________


Peet Abspoel in opleiding voor jumpmaster

Waarschuwing tegen jacht op nutteloze letters

New York, april 2007 - Sprookjesverteller in opleiding staat er op een van zijn kaartjes. Maar ook: voormalig vice-burgemeester van Nieuw Ankerveen. En op een ander: Uitvoerend secretaris Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. Vaak weet hij niet te kiezen welk kaartje te trekken - het tekent een man gepijnigd door twijfels.
Het is een zwaar jaar geweest voor Peet Abspoel. Zijn wereld wankelde toen zijn geliefde het huwelijksaanzoek met grote aarzelingen in beraad hield. Velen zagen daarom Peet Abspoel's reis naar New York als een vlucht. Daar samen met de beroemde stand-up fairy tale teller Donny Lewali het nieuwe lezen stevig op de kaart te zetten, zou niet meer dan een zwak alibi zijn (zie: De prijsvraag, de inschattingsfout en de media - juli 2006). De diagnose luidde: teleurgestelde verwachtingen en verzande ambities zijn de snelste afslag naar een burn out.

Nu blijkt Abspoel's vlucht permanente vormen aan te nemen. Abspoel overweegt serieus zich na zijn opleiding bij Donny Lewali tot jumpmaster, te vestigen als stand-up sprookjesverteller in New York. Nieuwsbrieven van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk laat Abspoel intussen ongeopend. Op de laatste ontwikkelingen rondom De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007 onthoudt hij zich van commentaar. In New York heeft hij besloten "definitief voor zichzelf te kiezen", en overweegt uit de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk te stappen. "Ik begrijp niet hoe lang ik dit heb kunnen volhouden. Ik had dit allemaal veel eerder moeten doen. Donny Lewali heeft mij geleerd mijn grenzen te verleggen."
Maar voor wie of wat ging Peet Abspoel nu eigenlijk op de vlucht?

Overgevoelig - Zelf zegt hij er eens helemaal uit te willen zijn. Hij bleef daarom langer dan gepland in New York. Op aanraden van Donny Lewali onderging hij non-directieve assertiviteitstherapie, en dat leverde bruikbare aanknopingspunten op waarmee hij verder kon. "Want wat bleek: ik was te overgevoelig en trok mij dingen te snel aan. Zo werd ik wel erg gemakkelijk de prooi voor anderen." Maar waarvoor ging Peet Abspoel nu op de vlucht? "Het gehele oeuvre van Freud is zojuist in vertaling beschikbaar gekomen. Als bij u die vraag nog steeds leeft, neemt u dan daar eens een kijkje in?"

Gedachtes en gevoelens - "Als je zo intensief met elkaar optrekt, dan ontkom je er niet aan je gedachtes en gevoelens met elkaar te vergelijken. Net als ik vond ook Donny vroeger school niet leuk. Hij liep slechts warm voor wat hem interesseerde, net als ik. En er was veel, heel veel dat wij niet interessant vonden."
Abspoel is toegetreden tot het team dat Donny Lewali begeleidt tijdens zijn jamsessies. "Vergeet niet, door mijn straathoekwerkersverleden ben ik goed toegerust om dit soort werk te doen. Ik denk steeds meer: ik ga alleen nog maar leuke dingen doen met leuke mensen. Maar ook: het ogenschijnlijk onbeduidende kan ook heel veel betekenis voor mij hebben."

Jumpmaster - Peet Abspoel maakt kans om als een van de weinigen in opleiding genomen te worden tot jumpmaster. "Een soort van postdoctorale opleiding na de reguliere opleiding tot stand-up sprookjesverteller. Ik ben de eerste Europeaan die deze specialisatie gaat volgen." Niet ontkend kan worden dat dit een bezigheid is die nogal wat vergt van iemand in Abspoel's conditie, en bij wie donkere gedachtes en gevoelens overheersen. Donny Lewali's medewerkers wijken geen moment van Apspoel's zijde. Toch ontkent Abspoel dat hij zelfmoordbewaking heeft. "Absoluut onwaar. Degenen die dit gerucht de wereld in helpen zijn erop uit mij te beschadigen."

Gemiste kans - Op advies van zijn advocaat is Peet Abspoel terughoudend met reacties op wat er zich allemaal afspeelt in de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. Hij wil niets zeggen over Fatima Fouad's onlangs gelanceerde verbeterplan om de interne organisatie nog effectiever te laten werken. En ook zegt hij niets over De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007. "Het enige dat ik hierover kwijt wil is dat het een gemiste kans is dat er geen flapteksten voor bestaande maar nog niet in het Nederlands verschenen boeken mogen meedoen." De indruk bestaat dat u zich wel heel gemakkelijk het kaas van het brood laat eten door iemand die zich inmiddels algemeen directeur van de Vereniging Vrienden van Her Eerste Hoofdstuk noemt. "Er is veel verborgen verdriet. Angstgevoelens over wat de toekomst brengt, en of men wen wel kan blijven voldoen aan de steeds weer veranderende verlangens van steeds weer een andere verbetermanagers. Daar zou u eens naar moeten informeren."

Boekje open over aanval op nutteloze letters - Wel doet Peet Abspoel graag een boekje open over Lucius Raaphorst's hetze tegen zogenaamde nutteloze letters. "Zo noemt Raaphorst letters die niet zo vaak aan de bak komen. Onder het mom dat deze letters te weinig gebruikt worden en daarom nutteloos zijn, moet daarvoor een oplossing gevonden worden. Stelt u zich dat eens voor: de voorzitter van onze Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk wil af van in zijn ogen niet zo vaak gebruikte onderdelen van het alfabet."
Abspoel legt uit dat er zich een ongemakkelijke discussie ontspon over waar de grens te leggen. Op basis van welke maatstaven mag gesproken worden van nutteloze letters? "Uiteindelijk bleek dat Raaphorst een duidelijke agenda had. Hij was uit op de liquidatie van de x en de q en sommigen vermoedden zelfs ook van de y. Dat is een kleine tien procent van ons alfabet. Niet veel, maar toch. Als men hier eenmaal mee begint, weet je niet waar het ophoudt. Nu zijn het nog maar letters, morgen gaat het over u en mij."

Meredith Lokhof-Rush
______________________________________________________________________________________________________________________________________


Flaptekstenwedstrijd oogst bewondering én teleurstelling

Onvrede bij ex-genomineerden groot

Rotterdam, maart 2007 - Na de zeker niet vlekkeloos verlopen Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006, kiest de Vereniging Vrienden van Het eerste Hoofdstuk een geheel andere invulling voor haar jaarlijkse schrijfwedstrijd. Vorige maand is het thema bekend gemaakt: de flaptekst wordt dit keer in het zonnetje gezet. Alhoewel de vereniging gebrek aan originaliteit niet kan worden aangewreven, zetten velen hun vraagtekens bij dit nieuwe spektakelstuk.

Door Laurens Jansen

In de Turbinehal, de hoofdvestiging van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk op het oude RDM-terrein, moet de ideeëngenerator afgelopen maanden op volle toeren hebben gedraaid. Vraag was natuurlijk: hoe kan de op het nippertje succesvol verlopen Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd uit 2006 worden overtroefd? Is een volgende succesformule eigenlijk wel mogelijk?
In ieder geval zal het niet aan gebrek aan tamtam liggen, want daar was hij dan eindelijk: De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007. Met dit nieuwe spektakelstuk roept de vereniging op om flapteksten te schrijven voor nog niet verschenen boeken. Wie had dit kunnen bedenken: anderen aanzetten het boek van je dromen te schrijven middels een inspirerende flaptekst. Wat direct opvalt is dat deze schrijfwedstrijd in een veel minder strak keurslijf zit als zijn voorganger uit 2006: geen afzonderlijke categorieën en iedereen mag meedoen. Ook zijn er dit keer geen uitgebreide reglementen, randvoorwaarden en vooraf gegeven aanwijzingen en toetskaders. Toch vragen velen zich af of de vereniging hiermee wel op de goede weg zit.

Allereerst is daar de groep die zich verzameld heeft rondom Dymphna de Reuver. De Reuver, Ellen Smit en Stef Warnaar, waren de genomineerden in de categorie Ik overwon mijn bindingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland. Zij zijn het die een grote kater hebben overgehouden aan de wedstrijd uit 2006. "Wij als genomineerden kregen plotsklaps te horen dat in onze categorie de prijs niet werd uitgeloofd. Op onze vraag waarom, deed men er het zwijgen toe. De Turbinehal is ons het antwoord nog steeds schuldig." Regiefout of boos opzet, deze groep was bereid dit achter zich te laten als men hen zou betrekken bij de voorbereiding van de wedstrijd voor 2007. Dymphna de Reuver is daarom verbaasd dat er buiten hen om voor een geheel ander thema gekozen is. "Wij zouden bij de voorbereiding worden betrokken. Hierover zijn met het bestuur duidelijke afspraken gemaakt. We voelen ons overvallen. Temeer omdat er nu een thema is uitgekomen waarmee wij niets hebben. Ik hou er niet van met het vingertje te wijzen, maar er wordt wel van mij verwacht dit allemaal aan onze groep uit te leggen. Ik weet niet of ik dit nog wel kan."

Toch dwingt de totstandkoming van dit nieuwe spektakelstuk ook bewondering af. Er is een duidelijk contrast met de wedstrijd uit 2006 die uitblonk in regelzucht. Volgens betrokkenen is dit terug te voeren op de aanpak van Fatima Fouad. Fouad, bureaudirecteur van de vereniging, staat blekend als een slimme organisator en als iemand die mensen op een lijn kan krijgen. "Daar word ik voor betaald," zei Fouad tijdens de persconferentie waarmee de wedstrijd werd gelanceerd. Maar velen zijn ook van mening dat Fatima Fouad soms weleens te hard van stapel loopt. Het wachten is op het moment waarop ook zij van haar voetstuk valt. Maar als geen ander is zij ook in staat tegengestelde belangen met elkaar te verzoenen. "Het is dus meer de vraag wie als eerste op elkaar is uitgekeken: de vereniging op Fatima, of trekt zij zelf aan haar stutten om een volgende uitdaging op te pakken?" zegt een functionaris die niet bij name genoemd wil worden.

Stef Warnaar verbaast het niets dat er geen herhaling van 2006 komt. Hij heeft altijd al het idee gehad dat er spelletjes gespeeld worden, en er met zijn belangen wordt gesold. Daarbij komt dat hij altijd al een slecht gevoel heeft gehad bij de vereniging. "Ik vraag mij nu serieus af wat ik wel en niet moet geloven." Maar in tegenstelling tot vorig jaar, is hij strijdvaardig. "Door al dat gedoe stortte ik volledig in, en moest weer helemaal opnieuw opkrabbelen. Ik had ervaring in de bediening (Warnaar werkte als opdienkok bij een partyschepencentrale, LJ), en wilde iets beginnen in de horeca." Uiteindelijk is hij nu zetbaas van een speelhal in een Belgische badplaats. "Alhoewel dit sterk seizoengebonden werk is, heeft hij wel voldoende tijd voor zijn hobby: het schrijven van eerste hoofdstukken," vult Ellen Smit hem aan. "Daarom is het voor hem dubbelzuur dat hij daarmee niet kan instappen in een vervolg op de wedstrijd van 2006." Uiteindelijk putten zij beiden hoop uit de gedachte dat veel bekende Nederlanders achter hen staan.

En dan zijn er natuurlijk de full time Turbinehal watchers, zoals Meike Stalman en Sjoeko Labey. Zij pretenderen een afstandelijk overzicht te hebben verworven. Het ergert hen dat Twan Breewel keer op keer gecast wordt als denker met ascetische trekjes. Iemand die aan de voet van een berg zit te plukharen over de teloorgang van de literatuur. Of zwelgt in eenzaamheid als scheepsbibliothecaris aan boord van de SS Rotterdam. Zij zijn ervan overtuigd dat hij niet verdwenen is, en achter de schermen nog steeds aan de touwtjes trekt. Ook hebben zij een uitgesproken opvatting over Fatima Fouad. "De verantwoordelijkheid die Fatima nu neemt, tekent haar groei. Maar zij is nog erg groen. De vraag is natuurlijk of zij echt is opgewassen tegen alles wat nog komen gaat."
________________________________________________________________________________________________________________________________________


Startdatum Grote Flapteksten Wedstrijd nog onzeker

"Wacht, ik vraag het even aan een collega…"

Rotterdam, januari 2007 - Sergio Loontjes vult een geluksenquête in en een dag later wordt hij gebeld door Fatima Fouad. Op haar vraag of hij haar team belast met De Grote Flapteksten Wedstrijd, wil komen versterken, denkt Sergio niet lang na. Nog diezelfde dag neemt hij ontslag als communicatieadviseur bij de gemeente Nieuw Ankerveen. Sergio houdt ervan om voor de troepen uit te lopen. "Wie wil er nou niet aan de voorkant van culturele ontwikkelingen betrokken zijn? En dat nog wel bij een literaire club die ongesubsidieerd op eigen benen staat. Voor mij is dit een lot uit de loterij."

Laurens Jansen

U bent stilletjes door Fatima Fouad de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk binnengeloodst?
"Ja, het ging allemaal erg snel en met weinig tromgeroffel. Het hoeft van Fatima Fouad allemaal niet te ingewikkeld. En zij houdt ook niet van lange gesprekken. Ik mag dat wel. Ik herken veel van haar in mijzelf. Zij is net als ik non-comformistisch, een rebel. Voor mij is werken bij deze club een prijs uit de loterij. En beslist meer dan een eigen geldje."

Wat is er zo speciaal aan uw nieuwe functie?
"Je werkt hier regelmatig in multidisciplinair verband, en dat vind ik erg leuk. Bovendien was ik al lange tijd verrukt over het nieuwe lezen: in het begin was er een klein publiek van liefhebbers. En kijk nu eens! Het nieuwe lezen is uitgegroeid van voorhoedebeweging tot een breed gedragen succesnummer. Een volksbeweging, zeg maar. Het nieuwe lezen staat voortdurend in de belangstelling, en is hard op weg volksbezigheid nummer een te worden."

Waar merkt u dat aan?
"Gisterenavond bijvoorbeeld tijdens Jörgen en Caroline gaan literair. Daar hoorde ik de hartenkreet van die drukke moeder: Blij dat ik met eerste hoofdstukken kan volstaan! riep zij uit. Daar doe je het dus voor, dacht ik toen."

De literaire manifestatie voor 2007 van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk is dus eindelijk bekend. Het wordt De Grote Flapteksten Wedstrijd. U neemt de woordvoering voor uw rekening. Wanneer gaat de wedstrijd van start?
"Ik dacht in de loop van maart, ik weet het niet precies. Wacht ik zal het even aan een collega vragen…"

Even aan een collega vragen? Maar ú doet toch de woordvoering?
"Correct, maar ik ben niet van de feitjes. Daarvoor hoef je bij mij niet aan te kloppen. Met vragen als: Is het nieuwe eerste hoofdstuk van februari er al? of: Waar is het eerste hoofdstuk van die en die te vinden? kunt u maar beter contact opnemen met ons servicenummer. Excuseert u mij dus even."

Als Sergios is teruggekeerd, meldt hij dat de startdatum nog niet vaststaat. "Hou in ieder geval in februari en maart de advertenties in de kranten in de gaten. Ja, sorry, hoor, ik ben meer voor de strategie en de grote lijnen," verontschuldigt Sergio zich nogmaals

Onlangs werd het literair gourmetten gelanceerd. Wat moeten we ons hierbij voorstellen?
"Literair gourmetten is een nieuw onderdeel in ons sponsorpakket. De bedrijven waarmee wij op de zakelijke markt samenwerken krijgen in ruil niet alleen publiciteit. Daar is nu dus ook een avond literair gourmetten in een culinaire omgeving aan toegevoegd. Het is een uitstekende mogelijkheid voor de aangesloten bedrijven om hun relaties op een avondje het nieuwe lezen te trakteren. Culinaire en literaire lekkerbekken komen volledig aan hun trekken. Nog niet eerder maakte ik mee dat iemand ontevreden naar huis ging."

U noemde strategie en grote lijnen al. Wat gaat 2007 ons naast De Grote Flapteksten Wedstrijd nog meer brengen?
"2007 wordt het jaar waarin we gaan uitdelen! Peet Abspoel is nog in de Verenigde Staten om samen met Donny Lewali verhalen uit te zetten. Ze trekken een spoor over internet. Verstoppen in de meeste vreemde webpagina's de vervolgstukjes van hun verhalen. Soms zijn ze zelfs zo brutaal de route te laten verlopen via al lang bestaande teksten op internet. Daar kun je dan de clou vinden om op de volgende ijsschots te belanden. Zeg maar een soort virtuele feuilleton. Maar je moet er wel wat voor doen! Denk na en wees creatief: ontdek de aanwijzingen op internet en volg ze als voetsporen in de sneeuw. Maar eerst de nieuwe prijsvraag!"

Gaat u ook nog iets aan uw eigen persoonlijke ontwikkeling doen?
"We zijn allemaal in training om een mooi podiumloopje te kunnen laten zien tijdens de prijsuitreiking. Ik dus ook. En verder weet ik nu al dat Fatima Fouad een vrouw is waar ik altijd vol liefde over zal blijven spreken. Wat er ook gebeurt."
________________________________________________________________________________________________________________________________________

Fatima Fouad: de vereniging is hybride maar weerbaar

"Ik voel een enorme innerlijke rust"

Rotterdam, november 2006 - Fatima Fouad wordt vaak omschreven als iemand die voortdurend de dialoog opzoekt. Dit zou haar geknipt maken om de strijdende partijen in de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk tot elkaar te brengen. Na haar eerste interview (zie Fatima Fouad wordt langzaam een beetje zichtbaar, januari 2006) heeft zij alle vraaggesprekken afgehouden. Pas nu zij erin is geslaagd rust en vrede in de organisatie te brengen, staat zij dit gesprek toe.
Zij is ervan overtuigd dat de literaire organisatie waarvoor zij werkt uniek is en altijd een hybride karakter zal houden. Hiermee bedoelt zij dat ondanks de grote cultuurverschillen, het zakelijke deel en het meer idealistische deel van de vereniging in een organisatie thuishoren. Over en weer kan men van elkaar leren en profiteren. "Want wat het zakelijke deel niet heeft, heeft het idealistische deel van de vereniging, en omgekeerd." Maar zij zegt ook "dat het probleem niet groter gemaakt moet worden dan het is. We moeten elkaar geen vraagstukken aanpraten waar ze er niet zijn."
Over Twan Breewel is zij heel open: volgens haar verdient Twan Breewel een zo groot mogelijk publiek. "Het is onze taak om aan de wereld de échte Twan Breewel te laten zien. Wat hij bedacht is prijsloos en evident van onschatbare waarde. Beter dan wat dan ook kunnen zijn ideeën de ziel voeden."
Meike Stalman in gesprek met Fatima Fouad over jezelf op de kaart zetten, hoe je staande te houden tussen parmantige kantoorhaantjes, de kunst van het op natuurlijke wijze laten wegebben van schandalen, keurslijven, en de eerste ideeën voor De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2007.

Hoe heeft u dit in zo korte tijd klaargespeeld?
"De onrust moest weg. Ik stapte een organisatie binnen waarin het idealistische deel door het zakelijke segment kreeg ingewreven: jullie zijn géén core business - of een ledenvergadering verder: juist toch weer wél. U begrijpt: daarover moest snel duidelijkheid komen. En ik denk dat al die mensen die met tomeloze inzet de reputatie van het nieuwe lezen proberen waar te maken en servicegerichtheid hoog in het vaandel hebben staan, ook recht hadden op die duidelijkheid."

Zit uw klus erop nu die balans er is?
"Ik constateer in beide onderdelen - kampen worden ze gelukkig niet meer genoemd - veel positieve energie naar elkaar toe. Men is ook weerbaarder geworden, mensen durven weer uit hun schulp te kruipen. Het evenwicht is er onmiskenbaar, en dient nu vastgehouden te worden. Het idealistische deel van de vereniging moet begrijpen dat niet alles kan drijven op de heffe des volks. Het zakelijke deel dat het niet draait om brood alleen."

U heeft zich als eerste gericht op rehabilitatie van Twan Breewel. Onlangs vertelde u dat hij de stem van een generatie is. Bracht dat uw positie niet in gevaar?
"Ik heb altijd duidelijk gezegd dat ik mij bevoorrecht voel in de voetsporen van Twan Breewel te mogen treden. Iemand die gewoon die weigerde onverschilligheid jegens de literatuur aan de dag te leggen. Ook ik vind het belangrijk om als uitgebuite lezer je stem te laten horen."

Sommigen verwijten u nu dat u hem in een gouden kooi zet.
"Nou, nou, de man is jarenlang uitgemaakt voor van alles en nog wat. Totdat ik mij realiseerde dat hij écht geniaal was als bedenker van het nieuwe lezen. Iets waar wij tot op de dag van vandaag de vruchten van plukken. In zekere zin zijn we dus schatplichtig aan hem. Ik ben ervan overtuigd dat als wij Twan Breewel's onder de aandacht van de mensen brengen, hij nog eeuwen hun harten zal beroeren."

Twan Breewel de grootste Rotterdammer na Erasmus?
"Zoiets. Maar beter: Twan Breewel als samenbindend element binnen de vereniging"

Er wordt u een vorm van triomfalisme verweten die zijn weerga niet kent.
"Successen moet je vieren, en soms hoort daar ook een happy end loopje bij."

U zou mensen in een keurslijf dwingen.
Fatima Fouad bestrijdt dat zij haar medewerkers in een keurslijf dwingt. Volgens haar is het doel van de vereniging toch vooral mensen te verenigen en verenigd te houden. "Daar hoort niet het creëren van een permanente reorganisatiesfeer bij. En als ik even snel tussen mijn oogharen het onnoemlijke aantal vlekkenplannen en blauwdrukken zie, dan zeg ik: de tijd van plannen maken is voorbij. Laten we aan de slag gaan en ophouden ons te gedragen als toeschouwers in ons eigen bedrijf."

Had dat gedoe tussen Wim Snebbelink, het bestuurslid namens de franchisenemers, en Peet Abspoel, de uitvoerend secretaris van de vereniging, hiermee te maken?
"Ja, natuurlijk. Meer dan Abspoel kan Snebbelink als outsider veel gemakkelijker de vinger op de pijnpunten leggen. En net als hij vonden wij zelf dat we als organisatie een grens moesten durven trekken. De samenwerking met Snebbelink heb ik als inspirerend ervaren."

U zegt: een verdergaande reorganisatie ga ik niet meemaken?
"Nogmaals, we hebben het gevoel dat we niet verder kunnen veranderen dan we al gedaan hebben. Het gaat om niet meer dan een paar onbelangrijke bijzonderheden en vederlichte bevindingen. Ik noem dat: regulier onderhoud. Zet je dat sterker aan dan wordt de organisatie opnieuw onrustig en beweeglijk als een reekalfje dat zijn roedel kwijt is."

Wim Snebbelink heeft eens gezegd: ik hou ervan om snel te schakelen. Spreekt dat u aan?
"Ja, je leert hier om te gaan met mensen uit allerlei culturen. En ja, soms is het hier ook wel eens moeilijk om op z'n McKinseys op te treden. Maar dit is wél een wereld die ertoe doet en waarin ik wil blijven werken."

Wat is het laatste dat u gelezen hebt?
"Kees Kooman's en Jac. Toes' onlangs uitgekomen hardlooptijdschrift 42, de vierde editie inmiddels al weer als ik mij niet vergis. Vooral van het korte verhaal Op weg naar mijn completer zelf was ik erg onder de indruk. De schrijver is dezelfde Frans van Zoelen die met Spam_Totaal in de prijzen van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006 viel. Dat doet je toch wel wat: als jury hadden we dus een goede hand van kiezen. Het is dan net alsof je iets van je eigen familie leest."

Maar het was geen eerste hoofdstuk?
"Neen, het was geen eerste hoofdstuk, maar een afgerond verhaal."

Is dat niet raar?
"Neen, dat is niet raar. Laten we het er maar op houden dat wij van het nieuwe lezen ook doodnormale lezers kunnen zijn."

Hoe normaal wordt De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2007?
"Na alle ophef over de editie van 2006 zal het u niet verbazen dat we afstappen van meerdere categorieën. Wat u misschien ook niet zal verbazen is dat het weer een heel bijzondere wedstrijd wordt. Wij mikken op de aankondiging in het vroege voorjaar van 2007. Tot zo lang moet iedereen even geduld hebben."
________________________________________________________________________________________________________________________________________

De prijsvraag, de inschattingsfout en de media

Peet Abspoel: "Ik heb geleerd te relativeren"

Schiphol - juli 2006 - De lotgevallen van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk kenmerken zich door een aaneenschakeling van pieken en dalen. Je kunt er de klok gelijk op zetten: na iedere topgebeurtenis is het de vraag hoe snel men weer beland in een trainingskamp fanatiek ruziemaken.
Iedereen was ervan overtuigd dat na het succes van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006, de vereniging verschoond zou blijven van onvolwassen welles-nietes-spelletjes over hoe het nu verder moet. Maar wie dacht dat diepe malaise tot het verleden behoort, komt bedrogen uit.
Het niet uitreiken van de literaire prijs in de categorie Ik overwon mijn bindingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland wordt namelijk gezien als een kapitale inschattingsfout. Volgens betrokkenen zijn er nu zelfs serieuze leiderschapstwijfels. Wat op tafel ligt is een schandaal zo ingewikkeld als de dubbele zoetelief.
Peet Abspoel's vertrek naar New York wordt uitgelegd als een vlucht in plaats van een zakelijke dienstreis om de banden met Amerikaanse zusterverengingen aan te halen.
Een feuilleton in de vorm interviews door Tijmen van Hal, Anne Bolkestein, Meike Stalman, Hanno Dijkstra, Pythia van Opzeeland en Sjoeka Labey over eerste hoofdstukken, lezen en gelezen worden, schrijven of beschreven worden, maar vooral over mensen, Nederlandse mensen: ruziënde mensen.

Voor de camera's in de vertrekhal van Schiphol lijkt alles pais en vree: Raaphorst en Abspoel schudden elkaar de hand. Abspoel stapt in het vliegtuig naar New York om samen met de stand up sprookjesverteller Donnie Levati een tournee te maken langs de Amerikaanse zusterverenigingen creative reading. In werkelijkheid om voor Raaphorst's karretje gespannen te worden om uitvoering te geven aan zijn expansiedrang. Het is allang geen geheim meer dat Raaphorst ervan droomt voorzitter te worden van een International Association of First Chapter Lovers. Maar dan moet zo'n internationaal genootschap er wel komen, en daarvoor wordt Abspoel op pad gestuurd.
Dan roept iemand: "Mijnheer Abspoel, mogen wij u iets vragen?" en is ook Fatima Fouad verrast door de grote journalistieke opkomst. Men wil weten hoe dit heeft kunnen gebeuren, en wie er verantwoordelijk gesteld kan worden voor het schrappen van de prijsuitreiking in de categorie Ik overwon mijn bindingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland.
De in aller haast georganiseerde persconferentie is bij Fatima Fouad in goede handen. Behendig loodst zij Peet Abspoel (uitgebluste indruk, glimmende bestuurlijke zweetlip) door het verzamelde journaille naar het snel georganiseerde VIP-zaaltje. Met haar scheidsrechtershorloge deelt zij zo eerlijk mogelijk de schaarse vraag- en antwoordtijd toe aan de verzamelde literaire pers. En als Peet Abspoel te lang aarzelt, beantwoordt zij zelf de vragen.

Tijmen van Hal: Mijnheer Abspoel, hoe moet het nu verder met Het Nieuwe Lezen? Kan het eigenlijk nog wel verder?
Peet Abspoel: "Ja, het kan nog verder. Ik zou niet weten waarom niet."

Tijmen van Hal: Laat ik voorop stellen dat ik hier niet ben om u of uw collega te betrappen op een zwakke uitspraak om daar dan onmiddellijk mee aan de haal te gaan. Waar het mij om gaat is: komt er nu wel of niet een onderzoek naar de inschattingsfouten rondom het niet uitreiken van de prijs in de categorie Ik overwon mijn bindingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland en uw rol hierbij?
Peet Aspoel: "Ik sta als bureaudirecteur op afstand van de door de vereniging georganiseerde literaire prijsvraag. Mijn collega Lucius Raaphorst is aanspreekbaar over de gang van zaken rondom De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006. Wij hebben over het woordvoerderschap afspraken gemaakt: hij voert het woord over dit onderwerp. U zult zich voor vragen over de literaire wedstrijd dus tot Raaphorst moeten wenden."

Meike Stalman: Maar Raaphorst is hier niet. Wekt u zo niet de indruk dat u zich achter elkaar verschuilt?
Als Abspoel aarzelt, springt Fatima Fouad hem bij: "Abspoel kan niet zo maar afwijken van de taakverdeling tussen hem en Raaphorst, anders wordt het een rommeltje. Wat wij wel kunnen benadrukken is dat het geweldig was om in het kader van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006 gedreven mensen met elkaar aan het werk te zien. Kleine onvoorziene situaties werden constructief met elkaar tot een oplossing gebracht. En dat zie je niet vaak."

Tijmen van Hal: Het niet uitreiken van de prijs in de categorie Ik overwon mijn bindingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland kunt u toch niet met goed fatsoen een kleine onvoorziene situatie noemen? Er zijn slachtoffers gemaakt! Het is aan de buitenwereld niet goed uit te leggen dat er geen onderzoek komt.
Peet Abspoel: "U hoorde mij niet zeggen dat er géén onderzoek komt. Laat ik er dit over zeggen. Net als Fatima ben ook ik een liefhebber van vooruitblikken: er is ontzettend veel gedachtegoed ontwikkeld over hoe we dit evenement in 2007 kunnen opzetten. Niemand wordt het recht ontzegd zich persoonlijk maximaal betrokken te voelen bij het toekomstbestendig maken van deze literaire prijsvraag. Het liefst zouden wij er een totaal ervaring van willen maken en ik roep iedereen op daar het zijne of hare aan bij te dragen."

Anne Bolkestein: De verenigingsraad heeft gezegd: dit is niet het moment om een rustig achteruit te leunen in de eigen 16. Maar toch vertrekt u naar New York. Spreekt hier niet een geweldige gevoelloosheid uit jegens de ex-genomineerden?
Peet Abspoel geeft aan dat zijn reis ook duidelijkheid moet scheppen over de maximale omvang van een eerste hoofdstuk. "Hierover doe ik nu geen uitspraken, maar de gedachte om tot harmonisatie te komen lijkt mij niet onzinnig. Deskundigen van de diverse Creative Reading Circles in de Verenigde Staten zal om raad worden gevraagd. Dus om nu te zeggen dat dit een reisje van niks is, is onjuist."
Faima Fouad vult hem aan: "Een aantal van u reist mee op basis van sponsoring door het zakelijke deel van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. Dat zou u zich toch niet willen laten ontnemen?"

Mijn naam is Dymphna de Reuver en ik heb lang geaarzeld of ik ook iets moet zeggen. Toch meen ik dat wel te moeten doen, want ik doe dit niet voor mijzelf. Mevrouw Fouad, het is bespottelijk om die combinatie te zien: u hier komen aan lopen met dat happy ending loopje, en Abspoel daar achteraan als een geslagen hond met een bestuurlijke zweetlip.
Fatima Fouad zegt: "Het spijt mij verschrikkelijk dat ik deze indruk maak. Maar ja, het is waar: vaak heb ik het idee dat de wereld helemaal van mij alleen is. En dat iedereen die ook maar in de buurt durft te komen, een pets op zijn fikken kan krijgen. Maar wat is nu eigenlijk uw vraag?"

Dymphna de Reuver: Niemand vraagt zich af: wat doet dit met mij, wat doet dit met ons als ex-genomineerden? Wij willen onze teleurstelling die langzaam aan het omslaan is in onverdraaglijke pijn, op den duur een plekje kunnen geven. Wij leggen ons er niet bij neer als er geen onderzoek komt. Nogmaals: ik doe dit niet voor mijzelf, maar puur uit principe en ook voor de anderen.
Fatima Fouad: "Mijnheer Abspoel, u bent iemand met een jongerenwerkverleden. Misschien kunt u iets zeggen over hoe iets een plekje te geven?"
Peet Abspoel: "Ja, dat doe ik graag. Ik weet door mijn jongerenwerkverleden als geen ander hoe belangrijk het is om iets een plekje te kunnen geven. Op zich is het daarom al goed dat er een soort lotgenotencontact bestaat. Ik zou zeggen: praat met elkaar en wissel ervaringen en gevoelens uit. Dan zul je zien dat alles vanzelf op zijn plekje valt. Maar het allerbelangrijkste is misschien op te houden met iets op te rakelen. Zet het van u af en richt je op iets anders."

Dymphna de Reuver: Het is schaamteloos wat u zegt! Iedereen in Nederland heeft het recht om iets op te rakelen! En we maken zelf wel uit of we van ons oprakelrecht gebruik maken of niet, ook al druist dit regelrecht in tegen ons zielenheil.
Fatima Fouad: "Wie kan ik het woord geven voor een volgende vraag?"

Sjoeko Labey: Mijnheer Abspoel, u heeft zich altijd opgeworpen als apostel van het ideële deel van de vereniging om tegenwicht te bieden aan Lucius Raaphorst. Maar tegelijkertijd heeft u Raaphorst in het tuintje van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd toegelaten. U zit daardoor zacht gezegd in een lastig pakket. Het zakelijke deel van de vereniging geeft nu overduidelijk te verstaan dat het ideële deel van de vereniging gefaald heeft. Verwijten die eigenlijk aan het adres van Raaphorst gericht zouden moeten worden. Wat vindt u hier nu van?
Peet Abspoel: "Je kunt evengoed stellen dat we nog maar nauwelijks begonnen zijn. Vergeet niet, er bestaat geen enkele ervaring met de literaire wedstrijd zoals die wij die voor de eerste maal hebben georganiseerd. Laats staan dat er bewezen ervaring binnen de vereniging zou zijn. Ik vind dat we ook best wat milder gestemd mogen zijn ten opzichte van elkaar. Elkaar kritisch volgen en kritiek eerlijk op tafel leggen is OK en een cultuur die ik van harte propageer. Maar realisme en anderen durven toestaan zich te verbeteren is daar onlosmakelijk mee verbonden."

Sjoeko Labey: Dat is allemaal prachtig, maar wat insiders al langer hebben zien aankomen, lijkt nu toch bewaarheid te worden. Het zakelijke deel is het zat en wil zo spoedig mogelijk op eigen benen staan. Men wil bevrijd worden van de belast van het ideële deel van de vereniging. Een eerste stap zou zijn dat er chinese walls tussen het zakelijke en ideële deel van de vereniging worden aangebracht. Koerst u hiermee niet regelrecht af op een scheiding?
Peet Abspoel: "Met de grootst mogelijke nadruk spreek ik tegen dat er een hek tussen beide delen van de vereniging komt te staan. Laat staan dat een separatie aan de orde is. Iedereen die beweert dat dat wel zo is, streeft zijn eigen heimelijke agenda na."

Hanna Dijkstra: Lucius Raaphorst zei ooit: "Ik wil dat lezers weer plezier hebben als ze door een boek bladeren". Tegelijkertijd verwijt hij u een losse literaire moraal omdat u af en toe een boek in zijn geheel uitleest. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?
Peet Abspoel: "Omdat ik zo af en toe een boek uitlees? Laat me niet lachen, dat doen we inmiddels allemaal!"

Meike Stalman: Dan toch maar die onvermijdelijke vraag: wat zijn de laatste berichten over Twan Breewel? Is hij getraceerd of blijft hij nog onvindbaar?
Peet Abspoel en Fatima Fouad proesten beiden in lachen uit.
Abspoel: "Twan Breewel zou werkzaam zijn als sherpa op de Dhaulagiri, een van de machtigste bergen van de Himalaya. Anderen weten te melden dat hij korte tijd werkzaam geweest is als scheepbibliothecaris op het antieke passagiersschip de SS Rotterdam. Hij is daar ontslagen omdat hij zijn boeken mishandelde: tapete ze allemaal dicht met uitzondering van het eerste hoofdstuk."
Fatima Fouad: "Iemand heeft hem zelfs in actie gezien als zandsculptuurvirtuoos aan de Adriatische kust. En sommigen zijn ervan overtuigd dat hij werkzaam is als hairstylist die bereid is mee te reizen met zijn cliënt."
Abspoel: "Geen enkele van deze geruchten kon door ons met succes worden geverifieerd. Kortom, verschwind, verschwand, verschwunden: Breewel is nog steeds van de aard bodem verdwenen. En ook als dat anders zou zijn, maakt dat niet uit: de vereniging is allang niet meer de vereniging zoals Breewel in rep en roer had achtergelaten. Hij zou er zich niet meer thuis kunnen voelen."
________________________________________________________________________________________________________________________________________

Als een heel boek teveel is

Door Marlou Kessels
Mensen vinden de literaire wereld vaak elitair, bekrompen en stug. Schrijvers en uitgevers lijken zich te bewegen in een klein wereldje van plaatselijke verhevenheid, elkaar kloppend op de schouder als beloning voor goed gedrag. In dit wereldje zou er geen ruimte zijn voor een vernieuwend idee, een verfrissende manier om de pen te hanteren. Daar heersen slechts de wetten van verpletterende verkoopcijfers en klinkende contracten.
Althans, dat dachten we. Dat dachten de lezers die zich door al die mega-sellers heen worstelen. Dat dachten ook de critici die zich beklaagden in de Vrij Nederland over de seks-sells methode van Heleen van Royen. Maar wat gedacht werd lijkt niet te kloppen. Zo stug en bekrompen blijkt de literatuur niet te zijn. Ene Twan Breewel lanceerde namelijk een aantal jaren geleden een website en verkondigde: Hier Is Het Nieuwe Lezen!


Het Nieuwe Lezen is gekoppeld aan de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk waarvan Twan Breewel de oprichter is. De 'Vrienden' wilden een frisse wind door literatuur-land laten waaien en vroegen met kleine advertenties in de landelijke dagbladen aandacht voor deze nieuwe stroming: 'Niet voor sloompjes!' luidde de slogan en: 'Gun je fantasie een pyamadag!.' Alle kreten werden bijgestaan door het internetadres www.hetnieuwelezen.nl.
Zo begon het rond te zingen en drie jaar later is er de Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd. Maar wat bedoelde Twan Breewel nou toen hij heel hard 'Hier Is Het Nieuwe Lezen' de cyberspace in galmde? Breewel zag twee dingen gebeuren in de industrie van het woord: er verschenen steeds meer boeken en er waren steeds minder lezers. Deze twee constateringen spoorden niet met elkaar en vroegen om een oplossing. Als je namelijk volgens de traditionele manier, alles wilde lezen was je eeuwig bezig.
De oplossing luidde heel simpel: lees alleen nog maar het eerste hoofdstuk van een boek. Als dat pakkend en boeiend genoeg is zal de rest van het verhaal uit je eigen gedachten volgen. De ontzetting is natuurlijk groot. Want waar is dan het einde? Wanneer is er een climax? Zal het boek ooit 'uit' zijn? Alle antwoorden op deze vragen zijn: vraag het aan je fantasie. De bedoeling van Het Nieuwe Lezen is 'propaganda te maken voor de fantasie van de lezende mens, een heerlijke uitwijkplaats waar alles naar eigen hand kan worden gezet,'verklaart de website.

Frans van Zoelen is een van de winnaars van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd. Zijn Eerste Hoofdstuk bestond uit meer dan honderd namen die hij achter elkaar had opgeschreven, variërend van Berbette tot Mahinder, van Roxanne tot Zenzi. Over die namen zegt hij dat hij ze heeft gekozen om hun apartheid. 'Ieder naam roept iets op. Vooral deze namen, want ze zijn niet alledaags. En dan heb ik het nog niet eens over het plezier dat eenzame zeelieden, scheepvaartmeesters en matrozen bij het mijmeren over deze namen kunnen beleven."
Van Zoelen is in het dagelijkse leven jurist. Naast zijn dagelijkse baan schrijft hij al langer korte verhalen. Zijn oog viel op een van de mysterieuze advertenties, waarmee De Eerste Grote Hoofdstukken Wedstrijd werd aangekondigd. 'Ik heb meegedaan aan de wedstrijd, omdat ik het als creatief initiatief zeer kan waarderen. Je kunt niet ontkennen dat tegenwoordig alles van hetzelfde laken een pak is. De gevestigde namen en instituten zijn allemaal erg traditioneel ingesteld. Om dan op Het Nieuwe Lezen te stuiten, is heel uitzonderlijk. Het gaat nu een keer om de lezer zelf die in het middelpunt van de belangstelling staat.'
Frans van Zoelen benadrukt dat hij het vooral ziet als een ludieke beweging die op een verfrissende manier de aandacht voor het lezen vraagt. 'Ik zeg niet dat Het Nieuwe Lezen de boekenmarkt gaat veroveren. Ook ikzelf lees stiekem toch graag een boek helemaal uit. Maar wat me het meest boeit is de unieke ervaring van het lezen en dat Het Nieuwe Lezen daar eigenlijk over gaat. Niets is zo individueel als het openen van een boek en je eigen gedachten bij zo'n eerste hoofdstuk te hebben. Daarom schreef ik dat eerste hoofdstuk. Om een prikkeling aan de lezer mee te geven en hem aan het denken te zetten.'

Het Nieuwe Lezen, een undergroundbeweging in het kleine, literaire wereldje. Wie had durven dromen om zoiets te ontdekken tussen de, met media-aandacht overladen, literaire festijnen zoals de Boekenweek en het Boekenbal. Volgens Van Zoelen hebben we het over een 'alternatieve lezerskring' die met een klein budget her en der hun aandacht bij elkaar sprokkelt.
Twan Breewel is ondertussen al 'de man van de mysterieuze verdwijning' geworden. De oprichter van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk is met de noorderzon vertrokken en heeft het bestuur van de vereniging aan anderen overgelaten. Niemand weet waar hij zich ophoudt. Deze ongeziene stroming van schrijvers en lezers kabbelt ondertussen verder - met of zonder oprichter - op weg naar de volgende Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd.
Of de boekenwinkels over een aantal jaar alleen nog maar dunne boekjes op de planken hebben staan, bestaande uit slechts een enkel hoofdstuk, valt te betwijfelen. Maar dat Het Nieuwe Lezen een ludieke beweging is die zich vooral afzet tegen de huidige manier van boeken consumeren, is duidelijk. Hier is niet alleen plaats voor schrijvers, maar wordt vooral de lezer innig omarmd. En dan niet omdat deze meehelpt 'sellers' tot 'mega-sellers'te laten groeien, maar vanwege zijn eigen gedachtes die opborrelen als hij het eerste hoofdstuk heeft uitgelezen.
________________________________________________________________________________________________________________________________________

Literair teleurgesteld drietal overweegt klacht

Regiefout of boos opzet?


Blaricum - maart 2006 - De teleurstelling overheerst bij Dymphna de Reuver, Ellen Smit en Stef Warnaar. Zij namen deel aan De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006 en zijn de genomineerden in de categorie Ik overwon mijn bindingsangst tijden een whiskyreisje door Schotland. Beter gezegd: dat waren ze, want de jury heeft gemeend de prijs in deze categorie niet te moeten uitreiken.
Het niet toekennen van deze prijs heeft veel kwaad bloed gezet. Was het gewoon een regiefoutje of boos opzet?
Ondertussen doet de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk alsof er niets aan de hand is. Met veel tamtam zijn de voorbereidingen voor editie 2007 van deze originele literaire prijsvraag inmiddels in gang gezet. Maar het staartje van versie 2006 dreigt in lentezacht Nederland uit te groeien tot een schandaal met een winters karakter.
Tijmen van Hal in gesprek over literaire teleurstellingen, verwerking, pleziergarantie en hopen tegen beter weten in.

Stef Warnaar voelde zich verschrikkelijk teleurgesteld, en hij heeft het er nog steeds moeilijk mee. Hij begon te twijfelen aan zichzelf maar deed alsof het goed met hem ging, en stortte zich volledig op zijn werk (hij is werkzaam als opdienkok bij een partyschepencentrale). "Het ging hem niet in de koude kleren zitten," zegt Dymphna de Reuver (Gucci-cool, privé-lerares verfijnde tafelmanieren). "En ook ikzelf was even van slag. Ik heb het dan nog niet eens over de gemiste kans om bindingsangst literair op de kaart te zetten. Die hoop is nu wel de bodem in geslagen. En waarom, vraag je je af. Waarom eigenlijk? We blijven met zoveel onbeantwoorde vragen zitten."
Nog niet zo lang geleden geduchte concurrenten van elkaar, hebben de teleurgestelde ex-genomineerden Dymphna de Reuver, Ellen Smit en Stef Warnaar onder het motto Weggeretoucheerd en toch zichtbaar, de handen ineen geslagen.
Als zelfverklaarde winnaar in de categorie Ik overwon mijn bindingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland met haar eerste hoofdstuk De ophaalbrug van Kilmore Castle is breed genoeg voor meerdere romances, heeft Dymphna de Reuver de leiding genomen. Zij is de onmiskenbare leider en de spreekbuis van het ontevreden drietal. Toch laat zij ook de anderen aan het woord.
"Dymphna's leiderschap werd zonder problemen van het begin af aan geaccepteerd," vertelt Ellen Smit. "Toen wij elkaar voor het eerst spraken, kwam er heel veel los. In elkaars verhalen herkenden we veel van onszelf, en op een of andere manier lucht dat op. Ik kan mij nog heel goed herinneren dat Dymhna op een gegeven moment gekscherend voorstelde of er geen verslag gemaakt moest worden. En toen stak ik mijn vinger op, en zo is het gaan lopen. Het is goed om de taken onderling te verdelen."
En Stef Warnaar? "Ik blijf net als Dymphna en Ellen met heel veel onbeantwoorde vragen zitten. Ik eis gewoon openheid van zaken. Als dat niet gebeurt overweeg ik serieus een klacht in te dienen."

In het eerste persbericht afficheerden jullie jezelf als een drietal dat perfect geschikt is voor de invulling van Het Superuurtje van Het Nieuwe Lezen. Wat bedoelden jullie daar precies mee?
"Niet om na te trappen, maar iedereen weet nu wel dat het superuurtje het enige is dat niet goed uit de verf kwam tijdens de prijsuitreiking van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006. Eerlijk gezegd hadden wij zelfs op die gedenkwaardige vrijdagavond 17 februari 2006 nog stille hoop dat het allemaal goed zou komen, en dat tijdens dat superuurtje alsnog de prijs in onze categorie zou worden toegekend. Wij stonden te popelen om tijdens het superuurtje op het podium geroepen te worden," legt Dymphna de Reuver uit. "En wat had dat goed gekund!" vult Ellen haar aan. "Met onze eerste hoofdstukken die beweeglijk zijn als reekalfjes en bibberen alsof ze belaagd worden door glipgluurders in een donker bos, kunnen wij pleziergarantie bieden. Onze eerste hoofdstukken zijn echt hoofdstukken die in staat zijn om in dat uurtje uit te groeien tot eerste hoofdstukken van formaat." Ellen Smit praat snel en af en toe zoekt zij oogcontact met haar lotgenoot Dymphna de Reuver. "Je begrijpt pas goed wat onze eerste hoofdstukken waard zijn als de betovering verbroken is. Wij hadden daar zoveel meer mee kunnen doen. Het is gewoon jammer dat het met dat superuurtje verkeerd is afgelopen. Daarbij komt: je moet mensen niet teleurstellen. Ze betalen veel voor een kaartje en hebben er misschien dagen naar uitgekeken."
"Maar het ging ons toch alleen om aandacht? Door te verwijzen naar dat mislukte superuurtje en pleziergarantie! te roepen proberen we ons toch in de kijker te spelen?" zegt Stef Warnaar plotseling.
"Hoho, correctie," grijpt Dymphna de Reuver in. "Onze inzet is echt: laat ons het superuurtje bij de prijsuitreiking in 2007 maar adopteren, en dan praten we nergens meer over. Maar zover zijn we nog lang niet. De grote vraag is natuurlijk of het nog iets kan worden tussen ons en de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk."

Heeft u uw ongenoegen al overgebracht aan de vereniging?
De Reuver zegt: "Ja, er is een gesprek geweest."

Is dat niet raar?
"Hoe, bedoelt u: is dat niet raar?" reageert Stef Warnaar.

Nou, eerst een vertrouwensbreuk stellen maar wel het gesprek aangaan.
"Een vertrouwensbreuk wil nog niet zeggen dat je niet met elkaar praat," stelt Dymphna de Reuver. "Voorts wilde de vereniging eerst een aftastend gesprek wat vanuit hun belang wel te begrijpen is. Toch hebben wij van onze kant maar direct de ijzers in het vuur gestoken: wij eisen openheid en staan te popelen om het debat aan te gaan."

Niet geëist dat alsnog tot prijsuitreiking in jullie categorie wordt overgegaan?
"Neen, dat is wat ons betreft een gepasseerd station en ook niet nodig meer," antwoordt Ellen Smit. "We hebben al vaak genoeg aangegeven dat Dymphna's De ophaalbrug van Kilmore Castle is breed genoeg voor meerdere romances, een eerste hoofdstuk van grote klasse is. En dat leidde tot de door mij genotuleerde stellingname dat in onze ogen Dymphna's inzending het winnende hoofdstuk. En dat er geen prijsuitreiking is geweest, maakt ook Dymphna niet uit."

Zijn jullie niet jaloers op de winnaars in de andere categorieën? Zij hebben immers wel het zoet van waardering en belangstelling mogen proeven?
Stef Warnaar begint hard te lachen. "Mag ik ook eens een vraag stellen? Vind je dat die winnende hoofdstukken werkelijk de allure van winnende eerste hoofdstukken hebben?"
Dymphna de Reuver steekt even haar hand op en legt rustig uit dat in de ogen van het teleurgestelde drietal, de winnende eerste hoofdstukken eigenlijk allemaal spektakeltukjes zijn. Literaire duurdoenerij zonder dat het idee van een eerste hoofdstuk erin terug te vinden is of juist teveel is aangezet. Zij vraagt zich af waar de jury zich werkelijk door heeft laten leiden.

U duidt op Orhan Izmit die gezegd zou hebben: "Ik ben altijd op zoek naar een soort grappigheid."
"Precies," zegt Stef Warnaar. "Die winnende eerste hoofdstukken zijn echt alleen maar gekozen met een schuin oogje naar hun auteur: of die lekker bij de pers overkomen, en heus niet omdat zij zo'n gaaf eerste hoofdstuk hebben neergezet. Valt het je niet op dat ze met hun kapsonesloopje allemaal een makkelijk aankeilertje paraat hebben," zegt Stef Warnaar fel waarbij hij heftige gebaren door de lucht maakt.

Daar beweren jullie nogal wat!
"Nou, laten we het niet ingewikkelder maken dan het is," zegt Dymphna de Reuver. "Eerst een correctie: dat was Stef's particuliere mening. Maar het is waar: wij moeten het niet van onze praatjes hebben, maar veel meer van onze eerste hoofdstukken. Die typeren zich allemaal door een meervoudig vertelperspectief gericht op de middengroeplezer met hechtingsproblemen. Daarom hebben wij besloten als groep naar buiten te treden." Ellen Smit vindt bovendien dat zij allang genoeg zijn doodgezwegen. "Mag het dus nu ook een keer? Ja, wij zouden ons gerust kunnen aanduiden als: de verzwegen categorie, die oeps, in ene is verdwenen. En niemand die er meer over hoort. Raar toch? Kan dus niet."

Vandaar: Weggeretoucheerd en toch zichtbaar?
"Zal ik u eens iets zeggen." Dymphna de Reuver buigt zich voorover om met zachte stem verder te praten. "Er gebeurt in de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk niets zonder dat Twan Breewel er de hand in heeft. Men zegt wel dat hij is verdwenen of dat hij werkzaam is als expeditieleider aan de voet van de Dhaulagiri, maar dat is je reinste quatsch. Ik ben ervan overtuigd dat hij in de vereniging op de achtergrond een doorslaggevende rol speelt. Onze weg naar het superuurtje 2007 loopt dus via hem. En tegen u zeggen we: pleziergarantie! Onthoudt dit woord en iedere keer als het u te binnenschiet: denk dan aan ons."

________________________________________________________________________________________________________________________________________

Het Nieuwe Lezen Viert Feest!




"Omdat het over de liefde gaat..."

Rotterdam - vrijdag 17 februari 2006 - Jongstleden woensdag werden de genomineerden bekend gemaakt en braken er spannende dagen aan. Iedereen hield zijn hart vast of het zo vlak voor de finale niet alsnog mis kon gaan. En plotseling is er op vrijdagavond dan toch die prijsuitreiking. Niemand zal ontkennen dat De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006 een traject van vallen en opstaan heeft afgelegd. Maar het is ook onmiskenbaar dat deze vrijdagavond door iedereen als een feestje wordt ervaren. Even lijkt de strijdbijl begraven in een vereniging waar het altijd rommelt, en waar er altijd wel iemand is die zich in het nauw gedreven voelt. Maar nu even geen conflicten en zorgen over hoe het verder moet. Iedereen wordt de kans gegund zich met het succes te identificeren. Alle energie wordt gericht op waar de vereniging zich eigenlijk altijd volledig voor in zou moeten zetten: het bedrijven van het nieuwe lezen. Commentatoren zijn blij verrast dat het zo dus kennelijk ook kan.
Over toch nog een schandaaltje, fantasiebederf en stiltekaarsen: een verslag van Tijmen van Hal en Anne F. Bolkestein uit de Turbinehal, de evenementenzaal van het verenigingsgebouw van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk.

"Een life style," zegt Pierre Buzan. Samen met Marseille Buningh is hij hier al vroeg. Om van goede plaatsen verzekerd te zijn, wachten zij bij de ingang van de Turbinehal tot de deuren opengaan. Zij omschrijven zichzelf als nieuwe lezers van het eerste uur. Zij willen geen moment missen van de prijsuitreiking en van de voordrachten door de prijswinnaars. Marseille wil haar helden zelfs kunnen aanraken. "Ik zeg niet dat ik dat doe. Maar ik moet wel het gevoel hebben dat ik erbij kan als die opwelling er is."
"Een life style," zegt Pierre Buzan nog eens als achter hem de zaal langzaam volloopt. "Het nieuwe lezen staat als een huis, is niet meer weg te denken. Vroeger dacht ik dat het dan wel voor gezien zou houden. Dat als mijn buurvrouw eraan doet, de lol er voor mij dan wel zo'n beetje af zou zijn."
"Maar raar genoeg laat het je niet meer los," vult Marseille hem aan.
Als de zaal bijna vol is blijkt dat Pierre en Marseille er goed aan hebben gedaan hier zo vroeg te komen. "Weet je, vroeger was dit een feestje voor kenners," zegt Pierre. "Je kwam even van tevoren binnen en je was verzekerd van een goede plaats. Maar kijk nu eens om je heen." Marseille zegt: "Een avond als deze is voor veel mensen een avond om gezien te worden. Het geeft mensen het gevoel erbij te zijn."
De vereniging speelt door pittige toegangsprijzen te heffen handig in op het succes van het nieuwe lezen. Vroeger was een verenigingsavond gratis: wordt de echte liefhebber op deze manier niet gepakt? "Ja, is waar. Een stukje marktwerking zie je zeker in de prijsstelling terug. Maar de vereniging rekent er kennelijk op dat men grif bereid is om die prijs neer te tellen," zegt Pierre. Marseille is milder en troost zich met de gedachte dat de opbrengst van deze avond ten goede komt aan de ontwikkeling van een toolkit voor aanvankelijk lezen: een gereedschap om beginnende lezertjes van begin af aan vertrouwd te maken met het nieuwe lezen. Beiden zijn het er over eens dat het nog nét betaalbaar blijft. "En anders drinken we er gewoon een drankje minder om."

Schandaaltje

Met Pierre en Marseille praten wij na over de prijsuitreiking in de Lasloods, de recreatieruimte van het verenigingsgebouw. Het is er druk en er is flinke belangstelling voor de kraampjes met hebbedingetjes van het nieuwe lezen. De standjes voor broodjes met shoarmareepjesvlees en halve flesjes champagne kunnen de vraag nauwelijks aan.
"Ik had te doen met die prof," zegt Marseille. De vereniging zou inderdaad niet de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk zijn als er niet toch traditiegetrouw een schandaaltje plaatsgreep. Met zijn inleiding Het nieuwe lezen: avontuur of controlezucht wilde professor Elshout het nieuwe lezen maatschappelijk duiden. Hij vond de gelijktijdige opkomst van iPod, navigatiesystemen voor auto's en het nieuwe lezen van grote betekenis. Volgens Elshout speelt dit alles handig in op de zucht naar controle in een complicerende samenleving met onnoemelijk veel keuzes. Zo blijft men het gevoel houden dingen naar eigen hand te kunnen zetten. "Choquerend om ons nieuwe lezen in zo'n rijtje opgesomd te horen worden," briest Pierre. "Maar zo mogelijk nog kwetsender is dat Elshout de stiltekaars negeerde. Zelfs nadat driekwart van de aanwezigen zijn hand had opgestoken, ging hij gewoon door met zijn voordracht." Marseille neemt het Elshout buitengewoon kwalijk dat hij zich niet heeft verdiept in de mores van de vereniging. Dat als de meerderheid zijn hand heeft opgestoken, de stiltekaars wordt geacht te branden. "De stiltekaars is de symbolisering dat je genoeg hebt meegekregen van het verhaal. Dat je voldoende hebt om als lezer je eigen gedachten te kunnen laten gaan. Vroeger zaten mensen dan aan tafel met een brandende kaars om in stilte van hun eigen gedachten te genieten, vandaar stiltekaars. In het algemeen geldt: hoe eerder de stiltekaars brandt, hoe knapper dat is."
"Maar met Elshout was dat wel even anders," gaat Pierre door. "Men had al snel genoeg van iemand die alleen voor eigen succes gaat. Terwijl hij maar voor de helft begrijpt wat er hier écht aan de hand is!"

Zaal gevangen

Maar dan komt Orhan Izmit op en vanaf dat moment is de ban gebroken. Met zijn Kijk schampend! weet Orhan Izmit de zaal in een mum van tijd voor zich te winnen. "Ik heb nog nooit zo snel de handen omhoog zien gaan. Een record stiltekaars als je het mij vraagt," zegt Marseille. Maar tegelijkertijd moet iedereen zich gerealiseerd hebben dat zo snel de stiltekaars ontsteken, dat dat eigenlijk niet kon. En dan gebeurt er iets heel bijzonders: de handen gaan weer net zo snel naar beneden. "Het was overduidelijk: iedereen gunde het Orhan om zijn eerste hoofdstuk in zijn geheel voor te dragen. En iedereen moet ook aangevoeld hebben dat Orhan Izmit's eerste hoofdstuk goed in elkaar moest zitten. In ieder geval sterk genoeg was om door te kunnen vertellen zonder gevaar voor fantasiebederf."
"En ik zeg dit heus niet omdat Orhan Izmit zo'n elegante verschijning is," lacht Marseille en zet haar piccolootje champagne als een pijpje bier aan haar mond. "Werkelijk, geen moment pilde het verhaal. Geweldig zo'n jongen uit Hengelo die hier vanavond toch maar even mooi zijn eeuwige roem komt pakken, niet?"

Dada

Hoe anders Spam_Totaal, het winnende eerste hoofdstuk van Frans van Zoelen in de categorie Internetcapriolen. Het is een verrassende en schier eindeloze opsomming van internetfantasienamen. Het juryrapport (Beetgaar hoofdstuk waarin op verdienstelijke wijze nieuwe effecten worden uitgeprobeerd) noemt het niet met zoveel woorden, maar doet dada hiermee niet zijn intrede in het nieuwe lezen? "Tja, het lijkt er inderdaad op dat we nu een heuse dadastroming binnen het nieuwe lezen hebben," geeft Pierre toe. "Of is het een harde aanklacht tegen ongevraagde opdringerigheid op internet? Wie zal het zeggen. In ieder geval vind ik het dapper dat de jury zo'n lefje heeft durven nemen. Dada wordt niet altijd in dank afgenomen, en het is beslist niet makkelijk daar iets mee te doen." Marseille bevestigt dit: je moet van goeden huize komen om met een dadaïstische benadering iets neer te zetten. "Kijk, het moet namelijk wel ergens over gaan. Er moet je wel iets aangereikt worden om je fantasie te kunnen opbeugelen. En ik vind dat die mijnheer, ik ben zijn naam even kwijt..." "Frans van Zoelen is zijn naam," schiet Pierre haar te hulp. "Ik vind dat die Frans van Zoelen daarin is geslaagd." Pierre is het met haar eens, maar vindt - dada of niet - dit eerste hoofdstuk sowieso een uitstekende keuze van de jury. "Simpelweg omdat met heel eenvoudige middelen een geheel eigen wereld van gedachten en gevoelens wordt opgeroepen. Het wordt je als lezer gegund om met je eigen gedachten alle kanten op te gaan. Ik verheug me er nu al op om 's avonds in bed al die namen mijmerend hardop voor te lezen. Zeker weten dat ik mijn gedachten dan lekker kan laten slierten en heerlijk in slaap val."

Foendie

Sliertende gedachten om met je eigen fantasie als foendie er hup tegenaan te gaan, zijn ook de sleutelwoorden die bij Pierre en Marseille opkomen bij Testlezer. Testlezer is het eerste hoofdstuk van Julia Lith uit Utrecht. Het is het winnende hoofdstuk in de categorie waar om het even nathalzen, opiniezeurders, wondhelers en gloeilampdieven een rol mogen spelen. "Een echte restcategorie dus. En Julia Lith heeft de vrijheid van deze restcategorie uitstekend weten te benutten." Maar waarom springt Testlezer er dan tussen uit? "Omdat het over de liefde gaat," zegt Marseille na lang nadenken. "Dat haal ik eruit. Maar ik dring niets op: iedereen moet natuurlijk in Testlezer zijn eigen Testlezer kunnen lezen. De wanhoop in het verhaal vind ik aandoenlijk. Zoals de hoofdpersoon de naam van haar verloren geliefde met benzine op straat schrijft en blijft kijken tot alle letters zijn uitgebrand." Dan onspint er zich een felle discussie tussen Pierre en Marseille of zij zich niet vergist. Volgens Pierre komt die scène juist voor in het eerste hoofdstuk van Orhan Izmit. "Maar Mars," roept Pierre uit, "laten we ophouden met ruzieën. Laten we het erop houden dat alle winnende eerste hoofdstukken van vanavond hetzelfde thema hebben. Het zijn allemaal wondertjes van de kleine ruimte die over de liefde gaan!"

Pure verwennerij

Donny Lewali besluit het geprogrammeerde deel van de avond. Hij is iemand die nauwelijks nog introductie behoeft in de kringen van het nieuwe lezen. Als stand-up sprookjesverteller heeft Donny Lewali creative reading in New York populair weten te maken. Donny wordt in New York ook wel de spullenbaas van de fantasie genoemd. "Hij is als het ware de Twan Breewel van de Verenigde Staten," legt Pierre uit. "En ook nu weer hoorde je hem beginnen met schatplichtigheid aan de grondlegger van het nieuwe lezen door te zeggen: I am part of it! We are part of it!! Dat was wat Twan Breewel uiteindelijk wilde horen van een ieder aan wie gevraagd zou worden: wat zegt het nieuwe lezen jou?"
Er komt een spel van aantrekken en loslaten tussen de zaal en Donny op gang als hij al improviserend zijn sprookje vertelt. Soms zo beknopt als een haiku en met voldoende kracht om het snel te kunnen loslaten. Maar vaak ook fabuleert Lewali langer door dan toegestaan. Hij houdt dan nog niet eens op als bijna alle handen al zijn opgestoken. Hij doet of het hem niet is opgevallen, en daagt de zaal uit om hem met een fluitconcert tot de orde roepen. "Pure verwennerij," zegt Pierre nadat Donny Lewali in de coulissen is verdwenen.
Pierre neemt afscheid om even verderop aansluiting te zoeken bij de stafmedewerkster van de vereniging. Samen met hen wil hij het feest verder te vieren. Wat hij daar eigenlijk aan vindt, zo vraagt Marseille zich. "Tja, ik ken ze nog niet echt," zegt Pierre, "Maar ik stel mij zo voor dat er ook een meisje bij is die gedachteloos uit de radio klinkende romantische liedjes kan meeneuriën. En die in is voor gewoon een beetje gezelligheid aan de bar."
"Als het maar over de liefde gaat," verzucht Marseille.

[De winnende eerste hoofdstukken zijn te vinden op www.hetnieuwelezen.nl onder De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006.}

____________________________________________________________________________________________________________________

Rotterdam, vrijdag 17 februari 2006 - Het is voor de jury van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006 een bijzonder genoegen de prijswinnaars van de eerste literaire wedstrijd van de Vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk bekend te maken:

Categorie Uit de luidsprekers klinkt muziek: Orhan Izmit met Kijk schampend!

Categorie Internetcapriolen: Frans van Zoelen met Spam_Totaal

Categorie Het overwinnen van bindingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland: geen winnaar

Restcategorie waarin de eerste hoofdstukkenschrijver nathalzen, opiniezeurders, wondhelers en gloeilampdieven aan hun trekken laat komen: Julia Lith met Testlezer

De winnende eerste hoofdstukken treft u aan op de pagina De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd van deze website.

Lucius Raaphorst, juryvoorzitter van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd
____________________________________________________________________________________________________________________

Rotterdam, woensdag 15 februari 2006 - De nominaties voor de schrijfwedstrijd van de Vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk zijn bekend: zie de pagina De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd van deze website.

Jurybeoordelingen die nieuwsgierig maken:

"Een subliem afgerokt eerste hoofdstuk met op onverwachte momenten toch voldoende split om het verhaal binnen te glippen."

"Dit is pure verwennerij, ook na meerdere keren lezen pilt de tekst niet."

"Dit eerste hoofdstuk is aanwezig als een geparfumeerd schoothondje."

"Goede opbouw van je fantsarierails en daarna roets je moeiteloos verder!"


De prijsuitreiking vindt plaats vrijdag 17 februari, 20.30 uur, in de Turbinehal, de evenementenzaal van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. De toegangskaarten zijn inmiddels uitverkocht.
_____________________________________________________________________________________________________________________________

Lucius Raaphorst over de speerpunten van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk voor 2006

"Ook komend jaar willen we voor de buitenwereld transparant zijn"

Rotterdam, januari 2006 - Het kan verkeren: een maand geleden wordt Lucius Raaphorst nog verweten zich als voorzitter teveel met uitvoeringskwesties van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk bezig te houden. Hij gedraagt zich als schaduwmanager van Peet Abspoel, bureaudirecteur van de vereniging.
Nu is Raaphorst ineens weer de bestuurder die afstand kan nemen en in zijn nieuwjaarstoespraak de lijnen voor 2006 uitzet. Maar hij presenteert ook zijn pamflet
Laten We Man en Paard Noemen waarmee hij terugblikt op het achterliggende jaar. "Op de juiste momenten moet je een bestuurder kunnen zijn die het verschil maakt," zegt hij zelf.
In 2006 wil de vereniging contacten opbouwen met zusterverenigingen. Verder zullen alleen nog projecten opgepakt worden die strategisch of kwa rendement interessant zijn. "Maar dat neemt niet weg dat wij het voortschrijdend inzicht goed in de gaten blijven houden."
In de Lasloods, de ontvangsthal van het verenigingsgebouw, praat Hanno Dijkstra voor het verenigingsblad De beetgare woordkramer met Raaphorst over zijn nieuwjaarstoespraak. Een ingehuurd Bulgaars doedelzakspelertje zorgt voor de muzikale omlijsting met korte melancholische melodietjes.


Wat is kenmerkend voor het programma voor 2006?
Wat opvalt is dat wij hebben durven kiezen en dat wij ook consistent blijven.

Dat vraagt om voorbeelden: begint u eens met consistentie.
We moeten leren om praktisch te zijn, dat is iets dat ik altijd heb gezegd. En als dat betekent dat de buitenwereld transparantie beloont, ga daar dan ook voor.

Wie ziek is moet zorgen dat hij beter wordt: dat is ook iets dat u altijd zegt.
Precies, en dat geldt ook voor deze vereniging. In dat opzicht heb ik een realist durven te zijn. De vereniging is op de goede weg terug, maar we zijn er nog lang niet. De stelselmatigheid waarmee we duidelijk blijven maken wie we zijn en wat we doen, toont onze onverzettelijkheid. Daar kan men op den duur niet meer omheen. Dat is wat ik bedoel met consistentie. Ik voeg daar dan onmiddellijk aan toe: laten we ook blijven uitstralen dat het nieuwe lezen beslist geen beweging is die tegen alles neen zegt.

Waar kiest de vereniging in 2006 concreet voor?
We hebben daar lang met elkaar over gesproken. In het kort luidde de conclusie: we pakken alleen nog projecten op die strategisch of kwa rendement interessant zijn. Dit leidt tot drie absolute toppers: samenwerking met buitenlandse zusterverenigingen, het lanceren van de toolkit voor aanvankelijk lezen, en de samenstelling van de Boeken Top 100, pardon, Eerste Hoofdstukken Top 100. We willen hier concreet op afrekenbaar zijn. Tegelijkertijd zeg ik: de wereld staat niet stil en dat betekent dat we ons niet moeten afsluiten voor voortschrijdend inzicht.

Buitenlandse zusterverengingen? Het nieuwe lezen is toch een uniek Nederlands initiatief?
Klopt.

Je zou dus ook kunnen zeggen: vertaal de eerste hoofdstukken en exporteer ze.
Dat doen we al. Maar je doet onze buitenlandse vrienden ook tekort door ze alleen maar vis te geven. Beter is het ze te voorzien van netten waarmee ze die vis ook zelf kunnen vangen. Die partnerships zijn bedoeld om hen daarbij op weg te helpen. Heel concreet willen we in 2006 minimaal drie partnerships met buitenlandse zusterverenigingen tot stand gebracht hebben.

Een toolkit voor aanvankelijk lezen. Werkt dat eigenlijk wel?
Ja, dat werkt zeker, en het wordt tijd dat zo'n hulpmiddel er werkelijk eens komt. Steeds vaker bereiken ons hulpverzoeken uit het veld om iets voor de jongste lezertjes in de fase van aanvankelijk lezen te betekenen. Hen op weg te helpen en in te wijden in het nieuwe lezen. Wij juichen deze vorm van training in het nieuwe lezen natuurlijk van harte toe. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met het actief stimuleren en trainen van de fantasie van de jonge lezer. Uiteindelijk vormen zij de nieuwe lezersgeneratie. En je hoopt dat zij blijven lezen en als het even kan volgens de principes van het nieuwe lezen.

In uw zojuist gepresenteerde pamflet Laten We Man en Paard Noemen, blikt u terug op 2005. U lijkt zich af te zetten tegen hen die steeds maar willen behagen. Maar man en paard noemt u niet.
Ik lees dat anders. In mijn terugblikpamflet spreek ik vertrouwen uit naar hen die niet bang zijn om te zeggen waar het op staat. Die niks meer moeten hebben van de stiekeme campagnes over en weer. Wat het ideële deel van de vereniging niet heeft, heeft de zakelijke sector, en omgekeerd: zo zit dat. De afdeling Lezersloyaliteit voelt dat goed aan. Mensen als Fatima Fouad en Sergio van Maanen zijn in dat opzicht goed bezig. Ik verwacht veel van hen.

Over lezersloyaliteit gesproken: wordt 2006 ook het jaar van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd?
Lachend: Ik wist dat u deze vraag ging stellen.

En?
Wacht u woensdag 15 februari 2006 maar eens af, dan worden de genomineerden bekend gemaakt. En noteert u ook alvast maar vrijdagavond 17 februari 2006 in uw balboekje: dan is de prijsuitreiking.

____________________________________________________________________________________________________________________________


Fatima Fouad wordt langzaam een beetje zichtbaar

"Ik voel een enorme innerlijke onrust"

Rotterdam, januari 2006 - De problemen rondom de literaire prijsvraag zetten de verhoudingen binnen de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk op scherp. Het in het nauw gedreven topmanagement creëerde de functie van manager Lezersloyaliteit. Deze heeft als taak de verschillende onderdelen van de vereniging weer aan elkaar te smeden. Hierbij zou de lezer als thematisch uitgangspunt moeten dienen om het zoekgeraakte saamhorigheidsgevoel weer vorm te geven. Velen zagen deze thematische benadering als een overwinning van het ideële deel van de vereniging, de sector die zich met De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd probeert waar te maken.
Fatima Fouad aarzelde geen moment en solliciteerde op de functie. Zij is zelf een product van het MD-beleid van de vereniging. Begonnen als medewerker in de buitendienst klom zij op tot programmaleider publiekscampagnes. Wat gaat goed en wat gaat minder goed: Meike Stalman blikt met Fatima terug op haar eerste 60 dagen Lezersloyaliteit.

U kent de vereniging al heel lang. Wat verwondert u in uw nieuwe functie?
"Ik wil voorop stellen dat ik het een eer vind om wat te kunnen betekenen voor het flag ship kantoor van de vereniging. Ik heb nu een veel bredere toegang tot de organisatie. En waar ik ook kom, telkens valt mij weer op dat onze medewerkers altijd zichtbaar plezier in hun werk hebben. Zij voelen zich ontzettend verbonden met het nieuwe lezen. Dat wil ik dus graag zo houden."

Wat gaat er goed?
"Laat ik het zo zeggen: wij zijn heel goed in het bedenken van dingen. Ik geef toe, ik heb daaraan zelf ook meegedaan. Strooiteksten, stiltecabines, de sponsorpakketten, de vernieuwde franchisenemer-plus-pakketten, noem maar op. Dat is ook niet raar als je ziet wat er aan creativiteit en expertise is samengebracht in deze organisatie. In dat opzicht denk ik wel eens dat we als vereniging een sleeping beauty zijn."

Er kan meer mee gedaan worden?
"Ja, maar dat moet je niet zo maar laten gebeuren. Je ziet dat met goed bedoeld enthousiasme er heel veel is opgepakt waarvan je achteraf moet zeggen: wat hoort er nu eigenlijk wel en niet thuis bij deze vereniging?"

Waar bent u van geschrokken?
"We zijn heel goed in ideeën en veel minder goed in het handen en voeten geven aan de uitvoering van al die prachtige ideeën. De doodgewone uitvoering dus. Dat kan dus niet.
Ik vind dat iedereen zich dient af te vragen: op welke wijze kan ik bijdragen aan de minder verheven taken die toch ook gedaan moeten worden. Samen hebben we ervoor te zorgen dat al dat moois dat wij bedenken uiteindelijk tot wasdom komt. Het is iets dat je in je genen moet gaan voelen. Niet te beroerd zijn om het gewone sjouwwerk in de uitvoering te doen. Net zoals ik mij regelmatig afvraag: hoe kun je als vakantieganger bijdragen aan een beter milieu."

Handen uit de mouwen voor De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd dus?
"Natuurlijk! Het is al heel wat dat we dit durfden op te pakken. Weet dat dit de eerste literaire prijsvraag in zijn soort is. Spreek je er met zusterorganisaties over in het buitenland, dan staart men je vol bewondering aan. Kijk, als je het over de wedstrijd hebt, voel ik een enorme innerlijke onrust. Ik wil dit binnen de kortste keren goed geregeld zien. Het bestuur is ook bereid hier onconventioneel mee om te gaan. Dus niet een beetje doorwieberen op het ritme van just another rhumba. Om daar ruimte en energie voor vrij te maken, moet de komende twee jaar gericht zijn op het consolideren van onze andere posities. We worden terughoudend en pakken niet zo maar dingen op waar we toevallig goed in zijn. Het moet ook passen binnen de thematische definitie van onze taak."

Hoor ik hier zakelijke markt tussen de regels door?
"Nee hoor. Op dat vlak is de vereniging actief en daar zullen we ook altijd wel actief blijven. Die kruisbestuiving is ook prima: legitimering over en weer, het is al vele malen gezegd. Wat ik bedoel is dat we huiverig moeten zijn om ons niet aan thematisch vreemde initiatieven te vertillen. Dus wel: inzetten op de jongste lezertjes met de toolkit het nieuwe aanvankelijk lezen. En niet: carnavalsliedjes over het nieuwe lezen wat voor kaskrakers dat ook kunnen worden."

Wim Snebbelink, woordvoerder van de franchisenemers, noemde u een getalenteerd HNL-er en een uitstekend mens.
"Tja, wat moet ik daar nu van zeggen? Ik zie mijzelf inderdaad als fakkeldrager van het nieuwe lezen."
Er klinkt trots in haar stem door als zij zichzelf omschrijft als bevoorrecht om in de voetsporen van Twan Breewel te mogen treden. Iemand die zij omschrijft als een persoon die gewoon niet in staat was om onverschilligheid jegens de literatuur aan de dag te leggen.
"Hij vond het belangrijk om als uitgebuite lezer je stem te laten horen. En daar is niets ingewikkelds mee aan de hand."

_________________________________________________________________________________________________________________________

Gekibbel om geld en macht in literaire vereniging

Abspoel stelt deelnemers schrijfwedstrijd oplossing in vooruitzicht

Rotterdam, oktober 2005. Met veel tamtam kondigde de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk medio 2005 De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd aan. Het was de eerste literaire prijsvraag in zijn soort, de intekening was overweldigend. De vereniging gaf aan kiplekker in zijn vel te zitten. Het was tijd om te gaan genieten nu de crisis na het gedwongen vertrek van creatief leider Twan Breewel van al weer een aantal jaren geleden, geheel was overwonnen.
Het leek allemaal te mooi om waar te zijn want in september van dit jaar komt er een lelijke tegenvaller. De aankondiging van de nominaties in de diverse categorieën wordt uitgesteld tot 1 november 2005. Maar het heeft er nu alle schijn van dat ook deze datum niet wordt gehaald. Er wordt gespeculeerd over een vertraging van maanden tot maart 2006. Veel commentatoren zijn van mening dat het niet botert tussen het zakelijke deel van de vereniging dat verantwoordelijk is voor het faciliteren van de prijsvraag, en het ideële deel van de vereniging dat juist alle belang heeft bij de prijsvraag. Peet Abspoel stelt de gedupeerde deelnemers aan de literaire prijsvraag een snelle oplossing in het vooruitzicht. De vraag is echter of hij dat ook kan.
Over de onmacht van een vereniging met twee gezichten.

Peet Abspoel is sinds zijn functieruil met Lucius Raaphorst bestuursvoorzitter af en als bureaudirecteur belast met de organisatorische leiding van de vereniging. Na de jobroulatie is voormalig bureaudirecteur Raaphorst nu als voorzitter verantwoordelijk voor de bestuurlijke leiding van de vereniging. Toch is het Raaphorst die als voorzitter ook belast is met het operationeel in goede banen leiden van de literaire prijsvraag.
Nu de interne problemen rondom de prijsvraag bekend zijn geworden, zetten velen vraagtekens bij deze taakverdeling. Ook wordt er weer openlijk gepraat over het definitief bestuurlijk en operationeel scheiden van het zakelijke en het ideële deel van de vereniging. Een meerderheid van de leden lijkt dit als enige uitkomst te zien.
De machtstrijd gaat ten koste van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd, de literaire manifestatie waarmee het ideële deel van de vereniging zich zo graag had willen bewijzen. Medewerkers zijn de permanente crisissfeer zat, en eisen snel duidelijkheid en opening van zaken. Gesprek met een aangeslagen directeur die de bureaupolitiek meer dan moe lijkt te zijn.

Tijmen van Hal
Anne F. Bolkestein


Het hoofdkantoor van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk ligt aan de rand van het Kralingse Bos. Wij spreken met Peet Abspoel op de galerij van de Turbinezaal, met uitzicht over de binnen- en de buitentuin. Op een gegeven moment gaat het gesprek over het mobiliteitsplan dat geleid heeft tot de functieruil tussen Abspoel en Raaphorst. Of Abspoel zelf nog steeds gelukkig is met de effecten ervan, en of hij zich er nu geen slachtoffer van voelt.

Zichtbaar plezier

De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd: dat was toch eigenlijk uw kindje?
"Klopt. Maar we wilden echt alles opschudden en iedereen op een andere plek krijgen. Dat betekende in dit geval dat de literaire prijsvraag gewoon in de schil van het voorzitterschap bleef. Raaphorst met zijn ervaring als concrete doener zou hier ook als bestuursvoorzitter gemakkelijk uitvoering aan kunnen geven. Het is dus onjuist om te stellen dat Raaphorst ermee aan de haal is gegaan. Het zat altijd al bij het voorzitterschap, ook in mijn tijd. We wilden ook voor de rest van de organisatie etaleren dat het ons menens was met jobroulatie. Niet zo maar een pro forma stoelendans."

Is er niet toch sprake van een afgedwongen kunstje?
"Als ik 's ochtends door dit gebouw naar mijn werkkamer loop, dan geniet ik van de dynamiek die wij met z'n allen uitstralen - dat mag u best weten. Het zijn allemaal stuk voor stuk unieke individuen die bijzonder kien zijn op hun zelfontplooiing, ieder met hun eigen unieke geschiedenis. Ik vind het iedere ochtend weer hartverwarmend om bij een club te horen die zichtbaar plezier heeft in zijn werk."

De vraag was toch echt of er geen sprake was van een afgedwongen kunstje?
"Het komt bij mij in ieder geval niet over als: hier zijn wij en kijk ons nu eens een kunstje doen. Neen, juist niet zou ik zeggen. Je ziet iedereen zich keer op keer weer afvragen: wat gebeurt er eigenlijk buiten en hoe past het nieuwe lezen daarin? Past het nieuwe lezen daar eigenlijk nog wel in, en zo neen, wat gaan we daar dan aan doen?"

Prettige problemen

Maar hoe verklaart u dan die vertraging bij de literaire prijsvraag?
"Het klinkt misschien gek, maar ik ben alleen maar blij dat er sprake is van een vertraging. Dit is allemaal terug te voeren op de onverwacht grote hoeveelheid inzendingen voor de prijsvraag. Niemand, hoe hoopvol en optimistisch gestemd ook, heeft deze enorme hoeveelheid inzendingen zien aankomen. Mijn boodschap is dan ook: laten we onze zegeningen tellen. En laten we al die eerste-hoofdstuk-virtuozen niet teleurstellen en beleveren waar ze recht op hebben: een transparante, zorgvuldige en er toe doende jurering."

De franchisenemers, uw zakelijke stakeholders, zullen misschien niet eens echt ongelukkig zijn met die vertraging.
"Met de franchisenemers is altijd een open communicatie onderhouden over de literaire prijsvraag. Niet alleen over de zinvolheid ervan, maar ook over de noodzaak er meer tijd en middelen voor beschikbaar te stellen. Wij communiceerden steeds: better safe dan sorry, en dat begrepen ze. Ik verwacht daarom niet dat zij de vertraging zullen aangrijpen om hun positie te veranderen."

De hoge galerij in de Turbinbehal biedt een mooi uitzicht over de kantoortuin waar medewerkers van de vereniging in twee groepen zijn samengeklonterd voor overleg: de in ruim zittende blauwe overalls gehulde medewerkers van het zakelijke deel van de vereniging, en die van het ideële deel gestoken in delicaat getailleerde lentegroene overalls. Af en toe stijgt er een kreet van verontwaardiging uit een van de groepen op. Abspoel's blik dwaalt regelmatig tussen deze binnentuin waar de gemoederen af en toe hoog lijken op te lopen, en de buitentuin waar een grote hoeveelheid splinternieuwe vlaggenstokken staat. Ze hebben allemaal een lampje in top, maar vlaggen ontbreken. Als de lampjes aanfloepen lijkt Abspoel op te schrikken en zich weer bewust te zijn van het geroezemoes dat van beneden opklinkt.

Volgens de franchisenemers zou de vereniging zich verschuilen achter prettige problemen: de organisatie zou het gooien over de boeg van teveel enthousiasme en te groot optimisme. Lekker makkelijk om daarachter weg te kruipen om deraillerende effecten te vergoelijken.
"Dat is juist, het is hier net als buiten. Met al die eigenschappen hebben we hier te maken."

Dus liever opgezwollen geestdriftig dan competent?
"Hoho, ik zie de schaduwzijde van bezieling niet. En ik zou het zeker niet deraillerend willen noemen. Wim Snebbelink, woordvoerder van de franchisenemers, zei zelf onlangs nog: ga voluit, mik hoog, en betere en snellere resultaten zullen je ten deel vallen."

Maar Snebbelink zei dat tegen de franchisenemers, zijn eigen achterban. Niet tegen de vereniging.
"Wat voor de franchisenemers goed is, is ook goed voor de vereniging. Ik zie daarin geen verschil."

Alle soesa rondom de gedupeerde deelnemers van de schrijfwedstrijd, trekt u het zich aan?
"Neemt u van mij aan dat kosten noch moeite gespaard worden om de problemen die de literaire prijsvraag teisteren, onder controle te krijgen. We zijn nu al wel zover dat we kunnen zeggen dat op heel korte termijn de nieuwe datum waarop de nominaties bekend gemaakt worden, genoemd gaat worden."

Nooit gedacht: hieruit moet ik persoonlijke consequenties trekken en opstappen?
Abspoel maakt een breed gebaar om zich heen: "Ik ben behoorlijk verliefd op dit alles. En ik smaak toch iedere dag het genoegen dat die liefde volop wordt beantwoord. En als dat zo is dan moet je het niet op een lopen zetten als de stoppen gescharnierd moeten worden. Daar ben ik voor aangenomen en word ik voor betaald. Kijk, ik ben iemand met een jongerenwerkverleden, ik ben een echt mensen-mens. Ik hou van mensen van vlees en bloed, misschien wel een van de belangrijkste eigenschappen om deze functie goed te kunnen vervullen."

Zenuwachtig

U profileerde zich in uw oude rol van voorzitter vooral als beschermer van het oorspronkelijke ideeëngoed van de vereniging. De kadernotitie Toegewijd besturen en de herschikking van middelen is heel slecht gevallen binnen de vereniging. Wilde u door in te stemmen met deze notitie niet gewoon een duidelijk signaal geven: dat u in uw nieuwe functie van bureaudirecteur eigenlijk niet meer voluit kunt gaan voor de ideële agenda van de vereniging?
"De notitie is bedoeld om de herverkaveling van wat opgebracht wordt door het zakelijke deel van de vereniging, in alle openheid te bespreken met elkaar. Iedereen heeft recht op deze discussie. Het is ook niet onlogisch om op gezette tijden een herijkinggesprek met elkaar aan te gaan."

Lucius Raaphorts kreeg u toch maar mooi achter die kaderbrief. Iets waar hij als boegbeeld van het zakelijke deel van de vereniging, maar ook als trekker van de literaire prijsvraag, alle belang bij had.
"Vergeet niet dat er dit jaar dubbele groeicijfers op de zakelijke markt verwacht worden. Dat maakt ons allemaal zenuwachtig, want tegelijk vergt dit intensivering van de verenigingsinzet om het op het zakelijke vlak allemaal waar te kunnen blijven maken. Tel daarbij op de verhoogde inzet die nu inderdaad vereist is om De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd weer op de rails te krijgen, en je ziet de dilemma's. Het gaat daarbij heus niet alleen om het voortrekken van het ene boven het andere deel. Veel van het goede komt voor ons wel erg tegelijk. Het is helemaal niet raar dat er dan financieel verbouwd gaat worden."

U had afstand kunnen nemen van de kadernotitie. U had kunnen zeggen dat het te vroeg is voor een akkoord en daar had u waarschijnlijk alle ruimte voor gekregen. In de harde verenigingskern is nu te horen dat Abspoel wel heel gemakkelijk afstand neemt van Twan Breewel's oorspronkelijke gedachtegoed. Men zegt nog nét niet: er wordt gerommeld met cijfers.
"Laat ik daar maar even niets op zeggen."

Aangekoekte resten

Verschilt u van mening met Lucius Raaphorst over de taakverdeling tussen u beiden?
"Wij verschillen hooguit op het vlak van het zetten van accenten."

Raaphorst wil meer zeggenschap over aanwending van het IT-budget. Simpelweg omdat hij verantwoordelijk is voor de literaire prijsvraag, en het secretariaat niet in staat is om IT faciliterend te laten zijn bij het oplossen van de problemen waarmee de prijsvraag kampt.
"Dat is niet wat Raaphorst uitstraalt, ik heb hem in ieder geval niet zo begrepen. Ook hier gaat het om niet meer dan accentverschillen. Soms is het niet eens een kwestie van geld, maar meer van aangekoekte resten. Het kost nu eenmaal wat tijd alvorens de organisatie eraan gewend is dat er een ander op de bok zit. Dat er anders aan de teugels getrokken wordt. Als iedereen weer het juiste gevoel heeft, dan pas kun je echt je stempel gaan zetten. En dat zal ik ook zeker doen. U doet het nu voorkomen dat Raaphorst uitstraalt: het secretariaat is niet op orde en ik ga dat wel even regelen. Dat is beslist niet het geval."

U zegt dus: Lucius Raaphorst zal moeten begrijpen dat hij na de functieruil niet meer aan de operationele touwtjes kan trekken.
"Dat zeg ik niet alleen."

Stevig standje

De uitgaven om alle wereldvlaggen aan te schaffen ter plaatsing in de verenigingstuin worden nu excessief geacht. Daar heeft Raaphorst in zijn rol van verenigingsvoorzitter en ondanks dat er voldoende budget voor was, toch maar mooi een operationeel stokje voor gestoken.
"Dat voorstel is niet echt van tafel. Allereerst: ik vind het nog steeds een groot goed om alle wereldvlaggen in de tuin van het hoofdkantoor van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk te kunnen zien wapperen. Dat indiceert onze mateloze ambitie en creëert tegelijkertijd saamhorigheidsgevoel."

In ieder geval zit het nu behoorlijk vast, zo lijkt het.
"Zo zou ik het niet willen noemen. Er zit geen beweging in, en dat is wat anders. Vast zit het niet. Als dat zo was, dan mag de vereniging ons daar een stevig standje voor geven. Maar dan zou ik tegelijkertijd willen zien dat de ledenvergadering een uitspraak doet tot hoever de bevoegdheid van de voorzitter in het executieve vlak reikt. Mij lijkt dat in zijn geheel bij het secretariaat te liggen. Als die vraag niet snel beantwoord wordt, dan blijft dit een voortdurende bron van vraagpunten. Maar het mooiste zou natuurlijk zijn als we allemaal gaan bewegen. Natuurlijk willen we dat wel, maar dat doe je pas als je weet of de ander ook gaat bewegen, en bij voorkeur hoe. En die ander denkt natuurlijk precies hetzelfde. Het is altijd lastig als in iets geen beweging lijkt te komen."

Maar waar hangt het dan op?
"Eén van de punten waarmee men schermt is dat de vlaggen al na een maand smoezelig zijn. En dan weer vervangen moeten worden. Ik zie dat niet zo, je kunt er een stevige wasbeurt tegenaan gooien. En nu ga ik u iets zeggen: we gaan toch echt wel meemaken dat de vlaggen fier wapperen in de verenigingstuin."

Bodycheck

De zakelijke markt: dynamiek of dynamiet? Hebt u dat gezegd omdat u bang bent voor een schisma?
"Ik heb aandacht willen vragen voor het feit dat we een vereniging met twee snelheden dreigen te worden: het op de zakelijke markt opererende deel en het ideële deel. De laatste legitimeert zijn grotere broer en andersom plukt het ideële deel de vruchten van onze activiteiten op de zakelijke markt. Maar toch, die verschillen in opvattingen en percepties zijn niet altijd even gelukkig. Het laatste waar ik op uit ben is het zo uit de pas te laten lopen dat een separatie onafwendbaar wordt. Vooralsnog zie ik dat zeker niet als iets onafwendbaars. Ik zie het zelfs weer meer naar elkaar toegroeien. Het lijkt of men over en weer meer begrip voor elkaar krijgt. Daar zijn de bruggenbouwers mede debet aan."

De susploegen bedoelt u?
Abspoel strategisch lachend: "Ja, ik heb ook opgevangen dat ze in de buitenwereld zo genoemd worden. Maar het is allesbehalve hun taak om verschillen onder het tapijt te poetsen en zich te gedragen als zenders van goed nieuws. Ze praten wel degelijk ook over verschillen hoe delicaat dit ook is. Want alleen het praten over verschillen kan al een schisma oproepen. Dat wij dit dan ook aandurven, de belevingsverschillen en verscheidenheid in verwachtingspatronen in kaart brengen, dat kan in mijn ogen alleen maar als een teken van kracht worden gezien. Aan de andere kant, doe je dit niet of doe je het verkeerd, dan creëer je crisis in plaats van een gezamenlijk draagvlak. De oplossing is uiteindelijk toch om begrip voor elkaar's standpunten te kunnen opbrengen."

Betrouwbare bronnen in de wereld van het nieuwe lezen melden dat Raaphorst liever een sluitende business case dan een effectieve susploeg ziet. Wees nu toch eens duidelijk: wie is er nu eigenlijk de baas in de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk?
"Formeel is dat de verenigingsvergadering, maar de praktijk wijst gelukkig uit dat wij dat allemaal een beetje zijn."

Maar de praktijk wijst ook uit dat allemaal een beetje uiteindelijk betekent dat dat niemand is. Komt de vereniging daarmee wel verder?
"Ik heb altijd gezegd dat ik mij sterk wil maken om samen met anderen mijn eigen mind op te maken. En dat niets mij te dol is om mensen te verenigen en verenigd te houden. Het jongerenwerkverleden heeft een echte deler van mij gemaakt."

Lucius Raaphorst zou gezegd hebben dat u een bureaupolitiek watje bent. U zou niet opgewassen zijn tegen de eerste de beste bureaupolitieke bodycheck.
"Weet u, vroeger zag ik een interview toch echt als een feestje. Op deze manier wordt het allemaal wat minder. Ik wil het graag hierbij laten."

________________________________________________________________________________________________________________________

15 juni 2005 - Er is een onverwacht grote hoeveelheid inschrijvingen voor De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd: spoed u naar de wedstrijdpagina voor het laatste nieuws!

_________________________________________________________________________________________________________________________

De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd is van start gegaan!

Maak voor maandag 6 juni 2005 een keuze uit één van de volgende thema's:
  1. Uit de luidsprekers klinkt muziek.
  2. Internetcapriolen.
  3. Het overwinnen van hechtingsangst tijdens een whiskyreisje door Schotland.
  4. Restcategorie waarin u nathalzen, opiniezeurders, wondhelers en gloeilampdieven aan hun trekken laat komen.
Zie voor nadere informatie de pagina De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd van deze website.

_________________________________________________________________________________________________________________________

'In een klooster in Vught vonden wij het nieuwe lezen opnieuw uit'

Aantredend voorzitter Lucius Raaphorst: zakelijke opbrengsten zijn bestemd voor ideële deel van vereniging


Rotterdam, 9 maart 2005. De bestuurswisseling binnen de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk waarbij de voorzitter en de secretaris/bureaudirecteur onderling van functie wisselden, leidt tot een strakkere taakverdeling dan voorheen. Lucius Raaphorst wil als aantredend voorzitter De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd tot een succes brengen, terwijl zijn opvolger Peet Abspoel als secretaris/bureaudirecteur het introduceren van het nieuwe lezen op de zakelijke markt onder zijn hoede krijgt. Meer dan ooit lijkt er een scheiding gekomen te zijn tussen het ideële en het zakelijke deel van de vereniging.

Pythia van Opzeeland
Hanno Dijkstra


Het strijklicht van de laag hangende zon verguldt de serre van het bestuurlijke en operationele hoofdkwartier van de vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk. De zaal is in gebruik als bedrijfsrestaurant maar ligt er op deze woendagnamiddag verlaten bij. Alleen buiten in de tuinvijver waar een verliefd eendenstel zwemt, is beweging te zien. Op de muren staan strooiteksten die het nieuwe lezen zo bekend hebben gemaakt. Lucius Raaphorst wijst op door Twan Breewel met de handgeschreven agitatiegraffiti die achter een verwijderde schrootjeswand is vrijgekomen: Het nieuwe lezen is de riksjatrekker van je eigen fantasie en Is het nieuwe lezen werkelijk zo barbaars als je fantasie voortdurend honger heeft? Raaphorst legt uit dat deze graffiti van het eerste uur uit piëteit gespaard zal worden.
Het was het vroege voorjaar 2003 toen Lucius Raaphorst als vers aangetreden secretaris/bureadirecteur hier zijn eerste interview gaf. Samen met Peet Abspoel die het voorzitterschap op zich had genomen, wilde hij na het gedwongen vertrek van artistiek leider Twan Breewel redden wat er te redden viel van de vereniging. Inmiddels heeft de kaderschool van de vereniging een nieuwe generatie HNL-managers voortgebracht, en is het nieuwe lezen bijna klaargestoomd voor de zakelijke markt. En Lucius Raaphorst beleefde in het nog jonge jaar 2005 al een mooi moment met de aankondiging dat het mobiliteitsplan zijn eerste vruchten gaat afwerpen. Om een voorbeeldfunctie te vervullen wisselden Lucius Raaphorst en Peet Abspoel van bestuurspost. Raaphorst kondigde aan tijdens zijn voorzitterschap De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd van de grond te tillen. Abspoel werd verantwoordelijk voor de introductie van het nieuwe lezen op de zakelijke markt.
Over het verschil tussen shareholders en stakeholders value, het genoegen van stilteateliers, roofjes op je ziel, en Raaphorst's genezingsproces van een drensende dreiner: een vraaggesprek ter grootte van een gemiddeld eerste hoofdstuk.

De denkrimpel op Lucius Raaphorst's voorhoofd vervaagt en in zijn ogen komt een vrolijke schittering. Plotseling proest hij het uit. De vraag was of als Twan Breewel nog werkzaam zou zijn geweest bij de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk in de functie van artistiek leider, de banencarrousel net zo vlot zou hebben gedraaid als nu. Kan Lucius Raaphorst zich voorstellen dat Twan Breewel na deze stoelendans hoofd van de facilitaire dienst zou zijn geworden?
'Kijk,' zegt Raaphorst die ineens weer de ernst zelve is. 'Ziet u die mooie vijverpartij daar, dat goed onderhouden gazon, dat eindelijk tot rust gekomen eendenstel? Dit wordt het eerste seizoen dat we gaan genieten van onze langzaam maar zeker weer op orde gekomen entourage. Dat hadden we natuurlijk niet graag in de waagschaal willen stellen door Breewel te belasten met het beheer ervan.'

Tot voor kort was u als secretaris/bureaudirecteur van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk verantwoordelijk voor de zakelijke leiding van de vereniging. Na functieruil met uw collega Peet Abspoel bent u nu voorzitter van de vereniging. U krijgt daardoor een grotere bestuurlijke verantwoordelijkheid ten koste van zakelijke betrokkenheid. Wat voor soort interview wordt dit: met de komende bestuurder of met de gaande manager?
'Ik heb altijd bepleit dat je schuttingen nooit moet zien als een obstakel. Dat je daar altijd overheen moet kijken. En dat ik dit ook bij mijzelf moet laten gebeuren; zo zit ik er dan ook wel weer in. Ik sluit niet uit dat u van mij als voorzitter in de toekomst betrokkenheid ziet bij de praktische aansturing van de vereniging inclusief de introductie van het nieuwe lezen op de zakelijke markt. Ik bestrijd dus de opvatting dat er twee werelden binnen de vereniging zijn. Graag wil ik met u vooruitblikken op dit alles. Want wat is er gemakkelijker dan terugkijken?'

Kijkt u toch maar eens terug. Ging de omslag echt zo gemakkelijk als u weleens heeft verteld?
'Een campagne tegen de verkeerde elementen gaat nooit echt gemakkelijk, neemt u dat van mij aan. Maar mijn devies luidt heel simpel: als je tegenwind krijgt moet je juist niet terugkrabbelen.' Raaphorst legt uit dat hij vlak na zijn start ook nog op heel andere problematiek stuitte. 'De leden hadden de neiging op alles ja te zeggen maar zeiden voortdurend neen omdat het vertrouwen aan het tanen was. Achteraf allemaal heel herkenbaar. Ik wilde dus heel snel mijn visitekaartje afgeven.'

En op dat visitekaartje staat: Lucius Raaphorst, telg uit een familie van winnaars?
'Precies. Met dat visitekaartje in de hand heb ik een rondegang langs alle regionale verenigingskantoren gemaakt. Ik wilde gewoon de waarheid weten. Het verbaasde mij dat aan de basis Breewel's opvattingen nooit ter discussie zijn gesteld. Je moet constateren dat de vereniging toen in feite niet meer was dan een applausmachine voor Twan Breewel's hoogsteigen ideeën.'

In uw spraakmakende artikel Het klimaat is aan het veranderen waarmee u Twan Breewel definitief ten val bracht, verweet u hem onvergeeflijk avonturisme.
'Ja, ik verweet hem literair banditisme, iemand die de hele beweging in de waagschaal stelde voor zijn persoonlijke ambities. Wat me nog het meest dwars zat, was dat hij gewoonweg geen andere denkbeelden tolereerde. Wat hij van ons wilde was geveinsde volgzaamheid: stilzwijgen of stroopsmeerderij. Iedereen had duidelijk angst om de keizer van zijn paard te trekken. Van zijn gedachtegoed had Breewel inderdaad een soort heiligdom gebouwd waar je met je fikken af moest blijven. Dat ligt nu wat anders.'

Stamt het onderscheid tussen shareholders en stakeholders value uit die tijd?
'We zijn heel snel met een groep veelbelovende HNL-managers van de kaderschool in retraite gegaan in een klooster in Vught. Daar gebeurden mooie dingen: stokvechten tegen bomen en er ontstonden spontaan intervisiegroepjes. Dat vind ik erg belangrijk: dat mensen bereid zijn elkaar de helpende hand toe te steken, iets dat de vereniging tot mijn grote verbazing nooit echt stimuleerde. Dat toen wel te zien gebeuren was hartverwarmend.' Raaphorst benadrukt dat de grootste verdienste van Vught was dat in gezamenlijkheid geconcludeerd werd dat er een onderscheid gemaakt moest worden tussen stakeholders value aan de ene en shareholders value aan de andere kant. 'Kijk, die onbaatzuchtige omarming van het idee van het nieuwe lezen als zodanig heb je nodig om tot shareholders value te kunnen komen. Je moet dus wel in staat zijn om je stakeholders, u en ik zeg maar, te blijven behagen. Doe je dat niet, dan is het nieuwe lezen in no time van de kaart. Waar blijf je dan met je shareholders value? En omgekeerd geldt dat natuurlijk ook. Dus er schuilt helemaal geen kwaad in om via de zakelijke markt het nieuwe lezen uit te baten om daarmee middelen terug te ploegen de vereniging in. Van daaruit kun je dan weer die onbaatzuchtige activiteiten ontplooien. Andersom geldt dat natuurlijk ook. Eigenlijk kun je zeggen dat we daar in Vught het nieuwe lezen opnieuw hebben uitgevonden'.

U zei in die periode: we moeten gewoon gaan leveren en ophouden met allemaal breeweliaans interessante dingen te bedenken. Wat moest er precies geleverd gaan worden?
'Ja, die breweliaanse inhoudelijkheid leidde maar af van het primaire proces. Omdat ik zelf niet was geïnfecteerd met inhoudelijke kennis zag ik die heethoofdige spilziekte heel scherp. Terwijl we juist hard aan de slag moesten met een gezonde afrekencultuur op basis van duidelijke targets en prestatie-indicatoren. Een voor iedereen toepasbare prestatiemeting was topprioriteit. Ja, ik zei in het begin inderdaad: we moeten gewoon met een gezonde portie lef gaan leveren waarvoor we staan.'

De vraag was toch echt: wat moest er dan geleverd worden?
Raaphorst neemt even de tijd om zijn vlakke handen met de vingertoppen naar boven tegen elkaar te plaatsen. Als hij beide handen devoot voor zijn borst heeft geplaatst, formuleert hij langzaam en zorgvuldig. 'Wat ik leverde was een koerswijziging die erop neerkwam van de nieuwe lichting HNL-managers toetsbare bruggenbouwers te maken. Functionarissen die op basis van jaarlijkse prestatiecontracten aanstuurbaar zijn en die zichzelf toch maximaal verantwoordelijk blijven voelen om de stakeholders erbij te houden. Nu kunt u wel zeggen dat dat allemaal dezelfde stijlbloempjes zijn voor wat ik eerder al zei, maar dat is toch echt waarop ik mijzelf wilde laten afrekenen.'

Is het nooit bij u opgekomen dat door het bagatelliseren van het extreme in het nieuwe lezen, de kern van het idee juist geweld wordt aangedaan?
Raaphorst legt uit dat hij die extreme harde kantjes van de vereniging altijd geweldig onproductief heeft gevonden. Zelfs al in de tijd voordat hij bij de vereniging aan boord kwam, leek hem dat zo. 'Ik vond dat er veel teveel verwacht werd van het nieuwe lezen. Op den duur leidt dat alleen maar tot desillusies.'

Maar lezers zijn zichzelf onder invloed van het nieuwe lezen wel steeds serieuzer gaan nemen. Telt dat dan niet?
'Ja, maar we stonden wel bekend als de vereniging met het opgeheven vingertje: wee je gebeente als je toch een boek in zijn geheel uitlas! Nou, dat gaat dus niet. En dan dat keurmerk en die maandelijkse prijsvragen: wanneer ben je lezersvriendelijk, wie is de model HNL-schrijver van de maand januari die maximaal inspeelt op het nieuwe lezen? Mensen beweerden terecht dat het nieuwe lezen in dat opzicht schoonheidsfoutjes had. Het besef drong langzaam door dat je de literaire samenleving niet kunt veranderen.'

En dan toch zoiets als De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd?
Na even nadenken zegt Raaphorst: 'Ja, je kunt wel individuele hulp bieden. Bovendien markeren we met de eerste prijs in de vorm van de Twan Breewel Bokaal dat we iets achter ons hebben gelaten. We stellen ons daar maximaal kwetsbaar mee op, en dat toont tegelijk weer aan dat we inmiddels over voldoende sterkte en kracht beschikken. Intern wordt dat onze SKK-attitude genoemd: sterkte, kracht en kwetsbaarheid.'

En zo is dat idee van de trapveldjes voor het nieuwe lezen ook ontstaan?
'Ja, dat zijn stilteateliers in winkelcentra, op stations, in scholen waar je je eigen kleine ruimte kunt verkennen. Met het betreden van de zakelijke markt wordt dit fenomeen ook geïntroduceerd bij bedrijven. Bij de sponsors zit de kleine variant overigens al in het pakket. Gekscherend zeg ik ook wel eens dat zo'n trapveldje van het nieuwe lezen de 30-kilometerzone voor je eigen ziel is. De vaart zit er nu geweldig in. Geïnteresseerden kunnen in zo'n stilteatelier zelf aan de slag, maar het is ook mogelijk onder leiding van een trainer het nieuwe lezen te verkennen. Laat die maar gek met ze doen. Ik hoor nu al geluiden dat men het nieuwe lezen wil inzetten om meer op het gebied van integratie voor elkaar te krijgen. Doen dus.'

Er wordt daarom ook meer nadruk op onderwijs gelegd?
'Het grote verschil met vroeger is dat in plaats van te klagen we nu zeggen: hier heeft u de oplossing. Tegelijkertijd luidt onze boodschap dat alle heil niet van het nieuwe lezen alleen verwacht kan worden.' Raaphorst accentueert dat het een illusie te denken dat de literaire crisis bestreden kan worden door het nieuwe lezen alleen. In dat opzicht is er de wil om heel bewust allianties aan te gaan. 'Wij willen graag samenwerken met iedereen die onze doelstellingen deelt. Het is hartverwarmend om te zien hoe onze uitgestoken hand ook wordt aangenomen. Zoals bekend gaan we de zakelijke markt op met een aantal consultancyfirma's. Het onderwijs is ook een van de partners. Er kan al veel worden gedaan door het onderwijs alerter te maken.'

U noemde zelf al het woord ziel. Ongeveer een jaar geleden werd u getroffen door een acute drensende dreiner.
Raaphorst legt uit dat een drensende dreiner in de volksmond ook wel op hol geslagen fantasie wordt genoemd. Hij had wel eens over het fenomeen horen praten, maar hij had nooit gedacht dat het ook hèm kon treffen. Hij vertelt dat het onder die omstandigheden voor hem ook niet altijd even gemakkelijk was, en toch liep hij er bewust niet mee te koop. 'Eerlijk gezegd schaamde ik mij aanvankelijk geweldig. Het voelde alsof er een continu kriebelend roofje op mijn ziel zat, ik bleef maar gaan. Ik zag in alles het begin van een verhaal, het vrat mij op. Zelfs korte, vluchtige ontmoetingen, een ongewild opgevangen zin, een bulderende lach, het was mij allemaal teveel. Ik ben toen heel goed opgevangen door Rinske Stompé die gespecialiseerd is in de behandeling van drensende dreiners. Nadat mij was duidelijk gemaakt dat wat mij overkwam eigenlijk de hoogste staat van het nieuwe lezen is, heb ik mij ermee kunnen verzoenen.'

Kunt u iets vertellen over het herstelproces?
'Na die eerste stap van aanvaarding mocht ik heel voorzichtig en onder begeleiding alleen nog maar non-fictie lezen. Zo'n boek als Het weer door de eeuwen heen werkte als een blusdeken en heeft mij er helemaal doorheen geholpen. Daarna moest ik eraan geloven en heb het Abecedarium voor het nieuwe lezen moeten afleggen in omgekeerde volgorde. Uiteindelijk ben ik er sterker uit naar voren gekomen.'

Het zou tussen u en Peet Abspoel niet goed boteren. Hij zou u verwijten dat u het betreden van de zakelijke markt erdoor hebt gedrukt.
'Onzin, het gaan betreden van de zakelijke markt is een besluit van ons allemaal geweest. Het komt alle sectoren ten goede omdat de opbrengsten worden teruggeploegd de vereniging in. Niemand hoeft zich erover ongerust te maken dat we op een kille wijze aan het verzakelijken zijn.'

Het zou niet veel gescheeld hebben of er was sprake geweest van een bestuurscrisis. Deze is op het laatste moment weggemedieerd door een zwak compromis. Omdat Abspoel u niet vertrouwt, heeft hij het betreden van de zakelijke markt naar zich toegetrokken. Daardoor moet u nu misschien wel eens helemaal niet van harte, De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd tot een goed einde zien te brengen.
Raaphorst's ogen zoeken het verliefde eendenstel dat inmiddels over het vlekkeloos verzorgde gazon terug in de richting van de waterpartij waggelt. Nadat hij zijn handen met de vingertoppen naar boven weer tegen elkaar heeft geplaatst, blijft het toch nog even stil. 'Het enige dat ik erover wil zeggen, is dat er inderdaad sprake is geweest van mediation. Dat kan iedere organisatie voorkomen, het is soms zelfs een bewijs van sterkte en kracht juist dat te doen wat je eigenlijk liever niet blieft. En verder: basta.'

Goed, laten we eens naar de toekomst kijken. Hoe lang blijft u de functie van voorzitter vervullen?
'Langer dan de vorige functie. Vergeet niet dat we in het kader van de achter ons liggende correctiecampagne een uitputtende strijd hebben moeten leveren tegen het Breewelianisme. En we hebben ons nog niet eens helemaal kunnen ontdoen van de inhoudsmaniakken. In blijf in ieder geval niet zo lang dat ik geïnfecteerd wordt door inhoudelijkheid.'

Nou, daar hoeft u nu niet bang voor te zijn. Er is zo langzamerhand geen spatje inhoud meer te vinden. Het zijn allemaal ginnegappende groene, gele en rode beoordelingsbolletjes waarachter een peilloze leegte schuilgaat.
'Dat is misschien zo, maar de organisatie is hierdoor wel maximaal beheersbaar geworden. En het gevaar dat je geïnfecteerd wordt door inhoudelijkheid is daardoor zo goed als nihil.'

U lijkt een tevreden mens?
'Ja, toch wel. Het nieuwe lezen heeft gelukkig zijn scherpe kantjes verloren. De allereerste Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd komt eraan. En vergeet ook niet dat we nu het beste van twee werelden hebben. We hebben eindelijk vaste grond onder de voeten in de zakelijke markt. En tegelijkertijd kunnen we de Twan Breewel Bokaal financieren uit de zakelijke ritjes die het nieuwe lezen op de commerciële markt gaat maken. Wat wil je nog meer? Ik heb er altijd voor gepleit dat wij elkaar en onszelf in alle openheid moeten bekritiseren. Maar af en toe kan het geen kwaad om over onszelf de loftrompet te steken: daar is niets mis mee. Aan de andere kant, we moeten ons niet in slaap laten wiegen en maximaal oplettend blijven Voorkomen moet worden dat we over 10 jaar tegen elkaar moeten zeggen: deze ontwikkelingen hebben we destijds niet voorzien.'

Twan Breewel werd vaak hechtingsangst verweten. Dat zou de werkelijke reden zijn dat hij niet verder kwam dan het eerste hoofdstuk van een boek. Is het eigenlijk niet zo dat uw hang naar procesgericht denken en aversie van inhoud culminerend in het mobiliteitsplan "korter is beter, anders word je toch maar geïnfecteerd door inhoud", niet ook gewoon een vorm is van ordinaire bindingsangst?
De denkrimpel groeft diep in Lucius Raaphorst's voorhoofd. Zijn beide handen zoeken elkaar weer op waarna Raaphorst door de serre loopt en zich van ons verwijdert. Als de serredeur achter Raaphorst met een klap is dichtgevallen, maken de eenden vaart. Vlak voor de vijverrand komen ze van de grond. Rakelings scheren ze over het hoofdkwartier van het nieuwe lezen, en vliegen dan snaterend in de richting van het Kralingse Bos.


Drensende dreiner tegenwoordig aandoening met status

Een drensende dreiner - ook wel genoemd: op hol geslagen fantasie - gold lange tijd als een chronische aandoening. De traumatologische karakteristieken zijn ooit treffend beschreven door Sophie Flynders: "Het nieuwe lezen vreet mij op. Na het Abecedarium, het nieuwe lezen in 10 stappen, zie ik in alles het begin van een verhaal: korte, vluchtige ontmoetingen (de uitreiking van de congresbadge door het meisje van het organisatiebureau achter de receptiedesk), een ongewild opgevangen zin ('Ze zei het met een heel gemeen lachje, en keek toen snel de andere kant op.'), een bulderende lach (in een winkel voor emotioneel glaswerk). Het is dramatisch, ik ben niet meer te stoppen."
In de vakliteratuur wordt een drensende dreiner tegenwoordig alom gezien als de hoogste staat van het nieuwe lezen en kwalificeert daardoor als een aandoening met status. Rinske Stompé ontdekte in haar therapeutische HNL-praktijk dat een reset te verkrijgen is door het Abecedarium voor het nieuwe lezen in omgekeerde volgorde af te leggen. Stompé behandelde in haar veldlazaret van het nieuwe lezen veel bekende en minder bekende nieuwe lezers. Toch is zij niet van mening dat het nieuwe lezen een blessuregevoelige activiteit is. 'Bovendien blijken mijn cliënten na herstel sterker en weerbaarder te zijn dan voorheen. Iedereen is van mening dat dat het nastreven waard is. Je ziet nu al mensen heel bewust een drensende dreiner bij zichzelf oproepen: alleen maar om de benadeling te kunnen ondergaan. Iets wat ik een aantal jaren geleden niet zou hebben durven te voorspellen.'

_________________________________________________________________________________________________________________________

PERSBERICHT - embargo tot donderdag 6 januari 2005

Rotterdam, donderdag 6 januari 2005

Functieroulatie binnen vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk per 1 februari 2005

Mobiliteitsplan werpt eerste vruchten af

Lucius Raaphorst volgt per 1 februari 2005 Peet Abspoel op als voorzitter van de vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk. Peet Abspoel stapt per diezelfde datum over naar de vacant gekomen functie van secretaris/bureaudirecteur van de vereniging. Deze post is vrijgekomen als gevolg van het doorschuiven van Raaphorst naar het voorzitterschap. De functieroulatie is het eerste zichtbare resultaat van de implementatie van 'Hoe korter, hoe beter', het mobiliteitsplan van de vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk.

'Ik heb altijd gezegd dat ik dit werk niet langer dan anderhalf jaar zou doen,' zegt Lucius Raaphorst op de persconferentie waarin hij de functieruil met zijn collega Peet Abspoel toelicht. 'Dat is echt het matje voor een functie als deze.' Raaphorst benadrukt dat hij bij langer aanblijven als secretaris/bureaudirecteur teveel in de richting van de inhoud zou opschuiven. 'Dit zou ten koste gaan van mijn focus op onze procesgerichte organisatie. Het zou allemaal anders gekund hebben als dat niet het geval was, maar dat is nu eenmaal niet zo. Bovendien is het een signaal naar de rest van de organisatie toe.'

Op de persconferentie blikt de vertrekkende voorzitter Peet Abspoel terug op de periode waarin hij samen met Raaphorst de vereniging succesvol wist te reorganiseren. Na het gedwongen vertrek in 2003 van de voormalig artistiek leider Twan Breewel, vormden Raaphorst en Abspoel de inhoudelijk gedreven club om tot een organisatie met het accent op mobiliteit op maat en onderlinge aanspreekbaarheid. Een verdere professionalisering van de organisatie dwongen zij af met een op targeting gebaseerd programmamanagement.
'Met alle smilies op groen stap ik als nieuwe secretaris/bureaudirecteur in een gespreid bedje,' vervolgt Abspoel. 'Alhoewel mijn deeltijdwethouderspost culturele zaken in Nieuw Ankerveen steeds meer aandacht vergt, ben ik vastbesloten de vereniging te dienen. De businesscase om het nieuwe lezen te introduceren op de zakelijke markt, vat ik op als een uitdaging.'

2005 wordt jaar van De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd

Bij het overnemen van de voorzittershamer prijst Raaphorst zijn voorganger om zijn open deur politiek. Tevens is hij van mening dat Abspoel met het formeren van Propagandateams voor de verspreiding van het gedachtengoed van Twan Breewel zijn tijd op een gedurfde manier vooruit was.
Als pragmatisch hoogtepunt noemt hij de begrijpelijke strooiteksten waarmee het nieuwe lezen meer bekendheid heeft verkregen. 'Neem nou: Het nieuwe lezen: meer weten dan je verteld wordt. Als er een Gouden Loeki voor strooiteksten bestond, dan was deze het zeker waard.' Het eerste exemplaar van de bloemlezing met de vele tientallen strooiteksten overhandigt hij aan de vertrekkende voorzitter.
Lucius Raaphorst wil tijdens zijn voorzitterschap de discussie over het nieuwe lezen naar een hoger niveau tillen. Hierbij wil hij De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd een belangrijke rol laten vervullen. Naar verwachting zal in het vroege voorjaar van 2005 meer bekend worden gemaakt over dit evenement.
Jason Draaibaar en Fiek van Lierop, beiden zojuist afgestudeerd aan de kaderschool van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk, gaan Lucius Raaphorst hierbij assisteren.
_________________________________________________________________________________________________________________________


Gespannen sfeer rondom introductie het nieuwe lezen op zakelijke markt

Peet Abspoel pleit voor evenwichtige benadering

Rotterdam, 22 september 2004. Onlangs kondigde de Vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk aan zich met het nieuwe lezen op de zakelijke markt te begeven. Het nieuwe lezen wil bedrijven wapenen tegen de aanhoudende informatielawine waaraan hun medewerkers blootstaan. Met behulp van de technieken van het nieuwe lezen wordt hen weerbaarheid bijgebracht. Peet Abspoel pleit voor evenwicht bij deze koerswijziging van de vereniging.
Sjoeko Labey in gesprek met Peet Abspoel, voorzitter van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk

In de huidige aandachtseconomie staat iedereen van vroeg tot laat bloot aan de constante verleiding van jengelende aandachttrekkers. Bedrijven die ervoor gekozen hebben hun medewerkers te trainen in de technieken die het nieuwe lezen aanreikt, besparen tijd en geld. Medewerkers van deze bedrijven laten zich niet meer zo gemakkelijk afleiden en bepalen zelf heel bewust waaraan zij wel en niet hun schaarse aandacht schenken. De Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk staat in de startblokken om de zakelijke markt te betreden. Er worden allianties gesloten met consultancyfirma's om gezamenlijk workshops en trainingsdagen te geven. Wat ooit begon als een belangeloos initiatief, dreigt nu een succesvolle opleidingsfabriek te worden.
Voorzitter Peet Abspoel van de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk leek aanvankelijk sceptisch te staan tegenover deze koerswijziging. Hij pleit nu voor een evenwichtige benadering waarbij ook ruimte blijft voor het oorspronkelijke gedachtegoed van Twan Breewel. Toch klinken er in de vereniging zorgelijk geluiden en is zelfs voorzichtig de roep om terugkeer van Twan Breewel te horen.
Het gesprek over de toekomst van de vereniging vindt plaats aan de leestafel van de statige stationrestauratie van Nieuw Ankerveld, de gemeente waar Peet Abspoel deeltijdwethouder culturele zaken is.

Hoe bent u verzeild geraakt in het nieuwe lezen?
Het idee van het nieuwe lezen heeft mij altijd enorm aangesproken. Toen het onder het bewind van Twan Breewel fout dreigde te gaan, vroeg men of ik mij beschikbaar wilde stellen. Daar komt bij dat ik ervan hou om samen met anderen mijn eigen mind op te maken. Daar las ik graag tussenmomenten voor in.

Wie vroeg u dat?
Het kwam uit de hoek van hen die wisten dat ik de vereniging een eliteachtige club vond. Ik heb altijd bepleit dat het nieuwe lezen voor iedereen bereikbaar moest zijn. Niet alleen voor de twee- en meermaalmodalen, maar ook voor de mens met de kleine beurs. Daar doe ik het uiteindelijk voor, en daarom probeer ik samen met Lucius Raaphorst er het beste van te maken. Het nieuwe lezen is er niet alleen voor de happy few.

U zou door het naar buiten brengen van het feit dat het nieuwe lezen de zakelijke markt opgaat, verrast zijn geweest. Wat wist u van de persconferentie die Lucius Raaphorst, de secretaris en bureaudirecteur van de vereniging, had aangekondigd?
In mijn ogen is het altijd een kwestie van evenwicht. Een koerswijziging is niet verkeerd mits je die maar al managend in goede banen weet te leiden. Uiteindelijk moet zich dat dan vertalen in een nieuwe missie. Doe je dat vervolgens zonder het contact met de oorspronkelijke stakeholders te verliezen, dan ben je naar mijn bescheiden mening behoorlijk evenwichtig bezig.

Dat was de vraag niet. Was u van tevoren van de persconferentie op de hoogte gesteld?
Het sfeertje van deze vraag bevalt me niet. Wat erin doorklinkt is dat ik voor een voldongen feit zou zijn geplaatst. Als u doorgaat met dergelijke suggestieve vragen te stellen, voel ik mij genoodzaakt dit interview af te breken.

Wat zou Twan Breewel vinden van de voorgenomen verzakelijking van het nieuwe lezen?
Dat moet u aan hem vragen.

Keert Twan Breewel ooit nog terug in de moederschoot van de vereniging?
De vereniging is allang niet meer de vereniging van pakweg een jaar geleden. Breewel zou een hoop zaken niet meer herkennen, zou zich er misschien ook niet in kunnen vinden. Zijn terugkeer is daarom echt een gepasseerd station. U gaat nu natuurlijk vragen wat het laatste is dat wij van hem hebben vernomen. Nou, de meeste vreemde verhalen doen over hem de ronde. Zo zou hij hebben aangemonsterd als bibliothecaris op het stoomschip ss Rotterdam. Volgens anderen verhuurt hij zichzelf als bergbeklimmergids in Nepal met als specialisatie de Dhaulagiri.

Toch wordt er met weemoed gesproken over het Twan Breewel-tijdperk.
Daar kijk ik van op. En dan weer terug naar die zelfvoldaanheid? Zo van: wij zijn van het nieuwe lezen en dat is al mooi genoeg. Zogenaamde belangeloze inzet zonder een transparante prestatiecultuur. Een laat-maar-waaien-cultuur die even erg is als repressie.

Repressie?
Ja, repressie door inhoud sec. Zonder dat verantwoordelijkheid genomen wordt om tot een op transparantie gebaseerd prestatie- en afrekenklimaat te komen. De noem ik de terreur van de inhoud, en dat mag u allemaal gerust uit mijn mond optekenen.

Hoe groot acht u de kans dat u iedereen meekrijgt in die koerswijziging van verzakelijking?
Kijk, ik zie natuurlijk ook wel dat ouders hun kinderen zo maar afleveren op de woensdagmiddagen die de vereniging organiseert. Alsof we een voetbal- of volièrevereniging zijn waar je je kind kunt droppen. Ik vraag mij dan ook in gemoede af of het die groep echt te doen is om het nieuwe lezen. In dat opzicht begrijp ik de hang naar verzakelijking ook wel. Het daagt iedereen weer eens uit om met elkaar in gesprek te gaan over de vraag: waar staan we nu eigenlijk voor? En zo krijg je alles toch weer mooi een graadje scherper. Daarbij zie ik het als mijn taak om het evenwicht te behouden en het proces zo goed mogelijk te begeleiden. Ik wil dat zo transparant mogelijk doen, ben bereid daarover op ieder moment rekenschap af te leggen. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk de zaken keurig gescheiden te houden. We zitten niet voor niets hier in deze sfeervolle stationsrestauratie in plaats van in het gemeentehuis daar aan de overkant.

Het nieuwe lezen op de zakelijke markt: de stoutste verwachtingen worden gekoesterd. Hoe werkt dat eigenlijk?
Onze nieuwe lichting HNL-managers wordt klaargestoomd om samen met onze partners de zakelijke markt te betreden. U moet daarbij denken aan één- of meerdaagse cursussen die in-company of extern georganiseerd kunnen worden. Het is een breed pakket dat we aanbieden. Harde vorming om je in no time het Abecedarium voor het nieuwe lezen eigen te maken. Maar ook de zachtere kant zoals de individuele zoektocht naar authenticiteit gefaciliteerd door verinnerlijkingsmomenten via het nieuwe lezen. En natuurlijk alles wat daartussen zit.

Wie zijn uw partners?
Het gaat om een aantal consultancy firma's dat via een tenderprocedure geshortlist is. We verkeren nu in de onderhandelingsfase. Binnen enkele weken verwacht ik met namen naar buiten te kunnen treden.

Gaat dit allemaal niet wat snel? Ik bedoel, de vereniging zelf is nog maar net een bestaanscrisis te boven, en dan nu al deze ambitieuze stap voorwaarts met externe partners op de zakelijke markt?
We doen dit allemaal met een open focus naar elkaar toe. Neem nou dat tenderproces, ik bedoel, we zijn niet over een nacht ijs gegaan. Gelukkig is de cultuur nu zo dat wij elkaar kunnen aanspreken op punten waar we onderling moeite mee hebben. Iets dat pakweg een jaar geleden toch voor redelijk onmogelijk gehouden moest worden. Wees maar niet bang zou ik willen zeggen, we fluiten elkaar hier regelmatig terug: better safe dan sorry, hoort u ons dan zeggen.
________________________________________________________________________________________________________________________

Het nieuwe lezen mikt ook op zakelijke markt

Rotterdam, 18 mei 2004. Begin 2003 lanceert de vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk met veel tamtam het nieuwe lezen. Daarna worden onder het leiderschap van Twan Breewel de verwachtingen steeds verder opgeschroefd. Per 2003 zou minimaal 30% van het boekenassortiment inspelen op het nieuwe lezen. Ingezet wordt zelfs op het per 2008 uitfaseren van het traditionele boek. De vereniging werkt in grote eendracht aan deze doelstellingen, en is een toonbeeld van hoe het ook kan. Totdat dit sprookje ruw wordt verstoord. Twan Breewel wordt op non-actief gesteld en plotseling is het stil rondom het nieuwe lezen.
Hoe ging het mis? Pas drie maanden na zijn start als algemeen directeur van de vereniging Vrienden van het Eerste Hoofdstuk stemt Lucius Raaphorst in met dit gesprek. ‘Dit zegt iets over wat ik aantrof toen ik aan boord klom. Maar gelukkig vindt de vereniging in mij iemand die altijd dolgraag wil winnen.’
Sjoeko Labey in gesprek met Lucius Raaphorst.

Lucius Raaphorst (57) werd in 1993 CEO van Razolax, een apothekersketen in de Verenigde Staten. Het concern is een samenraapsel van tientallen losse bedrijven. Onder het motto ‘als je niet scoort, word je nooit gelukkig’ brengt hij van hoog tot laag winnaarsmentaliteit in de organisatie. Nadat hij het bedrijf via management-buy-outs heeft omgezet in een keten van zelfstandige franchisevestigingen, maakt hij van de holding een succesvol adviesbureau voor de franchisenemers. In 2002 keert Lucius Raaphorst terug naar Nederland. ‘Ik was nog lang niet klaar, en wilde iets voor Nederland betekenen. Wilde of de politiek in, of een hoogleraarschap. Uiteindelijk werd het het nieuwe lezen.’

Er moeten prachtige aanbiedingen bij u op de mat hebben gelegen. Waarom het nieuwe lezen?
Lucius Raaphorst zegt: ‘Al in het prille begin riep die club sympathie bij mij op. Ik meldde mij zelfs aan voor het lezersonderzoek. Ik geloof dat er uit die tijd nog reacties van mij op de site van de vereniging staan. Pas na de affaire Breewel nam Peet Abspoel, de verenigingsvoorzitter, contact met mij op. Toen hij mij vroeg of ik aan boord wilde komen als verenigingsdirecteur was mijn reactie: neen. Pas nadat hij een dag lang op mij inpraatte, was ik verkocht. Bovendien vond ik het mooi om ook eens iets terug te doen, om mijn ervaring en capaciteiten in te zetten voor de publieke zaak. Met het idee van het nieuwe lezen kan nog zo heel veel meer gedaan worden. Daar wil ik de vereniging komend jaar voor klaarstomen. Langer blijf ik niet. Bovendien klikte het tussen mij en Abspoel, we vormen een goed team. Ik de business en hij de netwerken: een koningskoppel.’

Hoe is het met Twan Breewel? Deed het afscheid hem pijn?
Lachend: ‘Kan dat bij iemand met hechtingsangst? Maar zonder gekheid, het was een geleidelijk afscheid. Zijn laatste job was het opzetten van een call-centrum in Dublin om de aanzwellende stroom van bij de vereniging binnenkomende vragen en emails beheersbaar te maken. Maar van dat project heb ik hem afgehaald. Hoe schond de gouden 80/20-regel.’

De gouden 80/20 regel?
‘Ja, de ervaring leert dat 80% van de binnenkomende vragen direct te beantwoorden is. In plaats van er voor te zorgen dat dat ook gebeurt, omringde Breewel zich met medewerkers die het als hun uitdaging zagen juist die 20% ingewikkelde vragen onmiddellijk te beantwoorden. Typisch iets voor Breewel als man van de inhoud. De rest liet hij waaien en dat gaf natuurlijk veel ongenoegen. Het laatste dat wij van hem hebben vernomen, is dat hij zich in Nepal bevindt. Hij heeft zich aangesloten bij een expeditie die de noordelijke wand van de Dhaulagiri wil bedwingen. Zoals bekend is na lange tijd die route weer opengesteld voor beklimming. Een hang naar loutering zullen we maar zeggen.'

Wat trof u aan bij de vereniging na uw start?
‘Het leek allemaal koek en ei te zijn. Maar als je langer met de groep praatte, dan bleek er veel onrust. We kunnen niet volstaan met te zeggen: ach, iedere levensfase van een organisatie kent zijn eigen typerende problemen en vergt daarop inspelende leiders. In het begin zijn dat dan altijd mensen die gaan voor de inhoud en zich weinig bekommeren om procedures en procesbewaking. Neen, met deze observatie kun je Breewel niet weg laten komen. Er was uiteindelijk veel meer aan de hand. Mijn analyse is dat Breewel helemaal geen vrede in het land der letteren heeft gesticht, iets waar hij altijd zo mee pochte. Om maar eens wat te noemen: de eerste-hoofdstukken-schrijvers voelen zich allemaal zwaar gepakt omdat het overgrote deel van de lezers regel tien van het Abecedarium van het nieuwe lezen aan hun laars lapt. In plaats van hun eigen verhaal voor zich te houden, vertrouwen zij het - vaak niet eens onverdienstelijk - toe aan het papier. Waarom mogen zij wel wat wij kennelijk niet mogen, denken de eerste-hoofdstukken-schrijvers terecht. We zitten nu met de absurde situatie dat lezers schrijvers zijn geworden en schrijvers lezers van hoe hun eigen boek had kunnen worden. In plaats van minder zijn er nu juist meer boeken: vele eerste hoofdstukken die steeds weer een andere afloop krijgen. Door dit alles zijn mensen beschadigd geraakt. Zitten nu met hun existentiële twijfels vaak in een traject.’

U zei: om maar eens wat te noemen. Is er meer?
‘Ja, valse rapporten en opgeblazen statistieken. Ik betwijfel namelijk zeer of de categorieën die door het traditionele lezen al lang waren opgegeven, via het nieuwe lezen er werkelijk weer zijn bijgehaald. Ik heb het natuurlijk over de serveersters in lunchrooms, verhuurders van representatieve kantoorruimtes, pensioenadviseurs, organisatoren van vuurwerkevenementen, energieke inspiciënten met eelt op hun handen, buffet- en garderobedames, houders van sportscholen, handelsreizigers in woningtextiel en tafelplastics, productiemedewerkers in palletfabrieken, kortom al diegenen waarvan Breewel pretendeerde hen voor het lezen te hebben gewonnen. Maar namen kon hij nooit noemen omdat betrokkenen anoniem wensten te blijven om beroepsmatige imagoschade te voorkomen. Als ik hierover in de archieven van de vereniging onderzoek verricht, is er weinig over hen te vinden. Ik bedoel maar.’

Desondanks geen spijt deze klus aangenomen te hebben?
‘Ik heb geleerd niet te snel het bijltje erbij neer te gooien. Vergeet niet, ik kom uit een familie van winnaars. Op een feestje kijk ik wel eens bewust om mij heen en vraag mij dan af: is het hier een ontmoetingsplaats van hoofdrolspelers? Ja, zo werkt het dus: wij winnaars trekken elkaar aan. Waar wij zijn, ontmoeten de hoofdrolspelers elkaar.’

Twan Breewel, is hij een winnaar?
‘Hij kent het woord winnaar waarschijnlijk niet eens!' Raaphorst legt uit dat omdat Breewel een man van de inhoud is, hij weinig interesse heeft voor procesmatig denken. Hij zou daarom moeite hebben te bepalen wanneer hij wint of juist verliest. 'Breewel had het altijd over de algebra van de inhoud. Zei dat je je fantasie een bonificatiesprintje kon laten trekken door te denken aan een rodeocowboy die staand op een omgekeerde vuurkorf zijn lassofoefjes verricht. Of weg te dromen bij het beeld van een ijsdanseres in een glitterjurkje die een flip met dubbele rotatie uitvoert. Kunt u daar iets mee? Misschien ben ik altijd te gewoon gebleven, teveel apotheker: voor mij staat de inhoud in de kast. Waar het mij om gaat is wat je er dan mee doet: de receptuur, het proces zeg maar. Wat kan ik met een dubbele flip of een lassofoefje?’

Aan de andere kant, je hoeft de naam van Twan Breewel maar ergens op te plakken, en het volk stroomt toe.
‘Ja, en dan roept men ter aanmoediging flip met dubbele rotatie of lassofoefje! Of we daar zo blij mee moeten zijn. De vereniging stelt zich juist ten doel de lezer verder te laten kijken. Hem de diepere betekenis van het Abecedarium voor het nieuwe lezen te laten ervaren.’

Ik wilde nog even terug naar Breewel’s afscheid. U hamert zo op procedures om fouten te voorkomen, maar bij het drukken van Breewel’s afscheidsstickers viel de H weg?! In plaats van HNL stond er NL op alle stickers. Kunt u uitleggen hoe dat kwam?
Er trekt een denkrimpel over Raaphorst’s gebruinde voorhoofd. ‘U presteert het net als Breewel op een inhoudelijke manier over processen te praten.’

Is het juist dat er een onderzoek komt naar hoe dit kon gebeuren?
Nu ook met wrevel in zijn stem: ‘Hier heb ik geen zin in. Wil best met u over certificering en procesbewaking binnen de vereniging spreken, maar niet over concrete onderwerpen. Voor je het weet zitten we hier te zwartepieten.‘

Er is op dit moment veel te doen over de koerswijziging die de vereniging voorstaat. Kunt u daar iets over zeggen?
‘Er bestaat weer een lichte neiging om meer dan enkel het eerste hoofdstuk te schrijven. Oké, zeggen we, een goed eerste hoofdstuk is sowieso een must. En verder schrijven mag. Als we ons er maar van bewust zijn dat dat de arbitraire invulling van de schrijver zelf is. Het is ook facultatief naar de lezer toe: hij hóéft immers niet verder te lezen na het eerste hoofdstuk. Nu komt het er binnen de vereniging op aan mensen te laten meegaan in deze ontwikkeling. Maar waar het echt op aankomt, is iedereen winnaarsmentaliteit bij te brengen. Winnaars wil ik hier zien! Laat ik er eens een stelling in gooien: het nieuwe lezen is bij uitstek geschikt om de professional met ambitie de helpende hand te bieden.’

Heeft dit al wat opgeleverd?
‘Ja, we gaan heel bewust mikken op de zakelijke klant. Professionals op departementen, bij bestuursdiensten, stafafdelingen van bedrijven, advocaten-, notarissen- en partijkantoren, en centra voor ordeningsvraagstukken moeten leren dat er één ding werkelijk schaars is: en dat is hun aandacht. Ze moeten leren dat de boze buitenwereld geen moment verslapt in de strijd om die aandacht. Daar wordt continu en meedogenloos op gejaagd. De keuze waaraan men zijn schaarse aandacht geeft moet dus een zorgvuldige beslissing zijn. Het nieuwe lezen gaat de moderne mens leren zich staande te houden onder het geweld van de aandachtseconomie. De mechanismen van het nieuwe lezen zijn bij uitstek geknipt om orde te brengen in de chaos van aandachtstrekkers. Per kwartaal richten wij ons op een nieuwe doelgroep, maar pakken tegelijkertijd een belendende extra randgroep mee. Zo schuiven we stukje bij beetje op in de richting van de zakelijke markt.’

Tevreden?
‘Ik geef mijzelf een half jaar en dan is deze club klaar voor de zakelijke markt. Nog even en we zijn ook aantrekkelijk voor risico-investeerders.’


_____________________________________________________________________________________________________________________

Schrijvers terug naar schoolbanken

Rotterdam, 10 november 2003. Het nieuwe lezen is in Nederland aangeslagen als oplossing voor de literaire crisis. Lezers ervaren het als prettig en innerlijk belonend om alleen maar een eerste hoofdstuk te lezen en daarna de eigen fantasie aan het werk te zetten. Dat kan als eerste hoofdstukken maar vitaal genoeg zijn om de verbeeldingskracht van de lezer aan te wakkeren. De verantwoordelijkheid om die maximale inleving af te dwingen, ligt bij het eerste hoofdstuk en dus bij de schrijver.
Morgen wordt het omscholingsconvenant ondertekend. In deze driepartijenovereenkomst tussen de schrijversvakbonden, de vereniging Vrienden van het eerste hoofdstuk en de overheid, legt de sector een aantal herstructureringsafspraken vast.
Ook in het buitenland gaan lezers zich steeds meer bewust beperken tot het eerste hoofdstuk. Twan Breewel is ervan overtuigd dat door het buitenland over onze schouders wordt meegekeken hoe in Nederland wordt omgegaan met de omscholing van traditionele schrijvers.

Pythia van Opzeeland

Nederland is definitief gevallen voor het nieuwe lezen. Toch heeft het nog lang moeten duren en is een verhit etentje in een Chineesrestaurant nodig geweest voordat met name traditionele schrijvers dit durfden toe te geven. Vlak voor dit cruciale overleg zei Twan Breewel tegen zijn chauffeur toen zij het parkeerterrein opdraaiden: ‘Laat de motor maar lopen, want het kan wel eens kort duren.’ Bierling, voorzitter van de schrijversvakbond zou hetzelfde gezegd hebben tegen zijn chauffeur. ‘Uiteindelijk zijn beide heren gewoon ergens een broodje shoarma gaan eten, want zij kennen ons langer dan vandaag.’
Het etentje duurde tot in de kleine uurtjes. Het restaurant was al zo goed als verlaten, de koffie was al afgeruimd en er hing een onwezenlijke stilte na het verstommen van het achtergrondgezoem van de spoelkeuken, toen het toch nog vrij onverwachts tot een doorbraak kwam. ‘Kijk, stoppen moeten eerst doorslaan. Daarna kun je elkaar natuurlijk zwaar de bel blijven aanbinden, maar het is de vraag of je daarmee echt verder komt.’
Met het convenant is geld vrijgemaakt voor de versnelde uitstroom van schrijvers die de overstap niet willen of kunnen maken, en voor versnelde instroom via omscholing voor hen die dat wel willen. Met name voor de laatste groep is extra geld beschikbaar gesteld om dat allemaal beheerst en met maximale waardigheid te laten plaatsvinden.
‘Wat er nu op tafel ligt is niet alleen het meest haalbare, het is denk ik meer dan de sector op mocht hopen. En vergeet niet dat collega’s vlak voor het overleg zeiden dat helemaal stuk was. Daarom denk ik dat het tijd is om onze zegeningen te tellen.’

Waarom heeft het convenant zoveel moeite gekost?
Twan Breewel zegt: ‘Laten we vooropstellen dat het tripartiede-overleg uiteindelijk verrassend goed bleek te werken. Als ik nu terugkijk, dan denk ik dat het waard is geweest om in het begintraject veel te investeren. Ik herinner mij eerste sessies waarbij de verwijten van met name de schrijvers in de richting van de vereniging Vrienden van het eerste hoofdstuk over tafel vlogen. Dat was heel ververvelend, alsof ons iets te verwijten viel. Dat was gewoon niet zo: het nieuwe lezen hing niet alleen in de lucht, het was er gewoon, punt uit. En als iets een feit is - denk ik altijd maar - jammer dan: pas je aan en speel er op in. Doe je dat niet, kom dan later niet klagen als je op den duur buitenspel staat.’
Twan Breewel vindt al de ophef over het nu al tot mythische proporties opgeblazen etentje eigenlijk een beetje overdreven. Het was in zijn ogen niet meer dan het technisch uitspelen van een begintraject waarin door iedereen veel geïnvesteerd is. ‘Ook door de schrijvers, laten we dat goed zien. Het heeft voor hen louterend gewerkt en belangrijk was dat ze er tijd mee konden kopen. Die tijd hadden ze hard nodig om de feiten bij zichzelf te kunnen plekken.’

Er is de laatste tijd veel gespeculeerd over uw inzet. Had u die eigenlijk wel?
‘Inhoudelijk stevende ik af op een uitkomst waarbij de lezers als eindgebruikers er zo min mogelijk last van zouden hebben. De bedrijfstak heeft ontwikkelingen te laat onderkend, zit daardoor uiteindelijk zelf met de problemen. We wilden per se niet dat er een resultaat uit de bus zou komen waardoor het nieuwe lezen voor de man met de kleine beurs onhaalbaar zou worden. Dat was onze inzet.’

Maar procesmatig?
Twan Brewel kijkt door de ramen van de koffiekamer van het hoofdkantoor van de vereniging Vrienden van het eerste hoofdstuk naar de tuinvijver. Met zijn handen gaat hij als een kruimeldief over het tafeltapijt tot ze elkaar raken. Daar laat hij ze liggen. ‘Eerst liepen we allemaal uit elkaar.’ Breewel laat zijn handen nu gelijkmatig uiteen wijken. ‘Toen kwamen we in dat restaurant weer dichter bij elkaar.’ De handen komen weer bijeen maar raken elkaar nog niet. ‘De dagen daarop werden de details belangrijk.’ De handen wijken weer uiteen. ‘En uiteindelijk kwam het kabinet afgelopen week definitief over de brug en was er een akkoord.’ Hij legt nu zijn handen ineengevouwen op tafel.

Over die details is nog heel wat te doen geweest, zo bleek dat het vrijgespeelde incentivebedrag er niet meer te zijn. Er bleek opeens grofweg een kwart minder voor de sector beschikbaar.
‘Ja, twee dagen na het akkoord lazen we in een brief aan de Tweede Kamer dat dat bedrag was verdwenen. Er bleek een fout gemaakt te zijn. Dat was voor ons natuurlijk onacceptabel, want beloofd is beloofd. Daar is een enorm gedoe over ontstaan.’

Maar hoe is zoiets nu eigenlijk mogelijk?
Breewel pakt zijn aantekenschrift uit zijn koffertje en bladert door naar het verslag van de bewuste bijeenkomst. Bij de passage over het vrijgespeelde extra incentivebedrag staat ‘Min’ in de kantlijn.
‘Kijk, het was het ministerie zelf die ons die extra incentive heeft voorgehouden. Was dat niet gebeurd, dan hadden we als sector natuurlijk dooronderhandeld. De fout die gemaakt is, is dat het ministerie de besparing die ontstaat bij het afbouwen van de traditionele schrijfstructuren heeft opgeteld bij het geld dat elders was gevonden. En dat terwijl dat eerste bedrag al was ingeboekt als bezuiniging.’

Geen echte rekenwonders?
‘Een van onze beleidsmedewerkers grapte dat het ministerie kennelijk dacht dat geld twee keer uitgegeven kon worden. Ik moest daar erg om lachen.’

Er ligt nu een akkoord, maar wordt dit ook uitgevoerd?
‘Er worden kwaliteitsteams in het leven geroepen die onafhankelijk en onaangekondigd de omscholingsinstituten visiteren. Daarnaast ligt er een pakket – de aanduiding literair akkoord vind ik zelf te ver reiken – waar iedereen zich in kan herkennen omdat zijn of haar belangen ermee geborgd zijn. Zo ligt er een extra incentive als plus in het verschiet voor hen die met succes hun certificaat behalen. Maar ook voor het instituut die de omgeschoolde aflevert. Wat wil je nog meer? Neen, ik ben niet bang dat dit akkoord niet uitgevoerd zal worden.’

Het convenant kiest voor een klassikale aanpak, terwijl schrijven in de kern een strikt persoonlijke aangelegenheid is. Het schrijven van eerste hoofdstukken dus ook neem ik aan. Een klassikale aanpak lijkt mij daar niet mee in overeenstemming te zijn.
‘Dat is dus niet waar. We zagen deze vragen aankomen en hebben er daarom voor gekozen niet over een nacht ijs te gaan.’ Breewel zet uiteen dat er ook in klassikaal verband in korte tijd veel geleerd en afgeleerd kan worden. Bovendien zullen de incentives die als plusjes voor zowel het instituut als de cursist boven de markt hangen, hun effect hebben. ‘Niemand heeft er dus belang bij dat er iemand tussen wal en schip raakt. Er moet wel hard aangepakt worden. Maar ja, zo’n omscholingscursus is natuurlijk geen pleasure cruise.’

Wie zaten er eigenlijk in die proefklas?
‘Stuk voor stuk mensen die lieten blijken het op die manier gemakkelijk te kunnen oppakken.’

Maar wie waren het?
‘Schijvers als Maddie Decaluwé, Dulco Nawas, Ferry Colmar en Sanne Bomas hebben aangetoond dat er met omscholing in klassikaal verband niets mis is.’

Maar dat zijn de eerste-hoofdstukken-schrijvers van het eerste uur. Die hebben het zo’n beetje bedacht?!
‘Tja, de grote namen zitten natuurlijk allemaal voorin.’ Nu met lichte irritatie in zijn stem: ‘Kijk, dat verwijt heb ik natuurlijk ook eerder gehoord. Maar op het moment waarop je aan de branche vraagt om dan zelf maar met proefvogels te komen, geven ze niet thuis.’ Breewel zet uiteen dat als groepsonderwijs in een specifiek geval niet aanslaat, de mogelijkheid bestaat om terug te vallen op een individuele aanpak. In het convenant ligt vast dat daar geld voor vrijkomt, zij het niet een al te groot bedrag. ‘Laat ik dus duidelijk zijn: de hoofdaanpak is klassikale omscholing en bij hoge uitzondering is een individuele aanpak mogelijk. Het kan dan gaan om maatwerk afhankelijk van de specifieke omstandigheden van een concreet geval, maar ook om terugkomgroepen. Inmiddels blijkt dat dit geen drempels geeft, want de aanmeldingen lopen storm. Wie volgt?’

Terugkomgroepen? Het zijn toch allemaal wijze mensen?
‘Beland je in zo’n terugkomgroep dan is sprake van problematiek. Ze kunnen natuurlijk zelf ook wel bedenken wat wijsheid is, maar het probleem is dat ze meestal niet doen wat wijs is. En dan durven ze de volgende keer niet te zeggen dat ze het hebben gehouden bij enkel eerste hoofdstukken, maar juist weer’ns over de schreef zijn gegaan door het verhaal helemaal af te schrijven. Een stevig standje helpt dan vaak niet meer. Zo’n groep is dus trouwens niet zozeer ondersteuning, maar meer een vorm van therapie die leidt tot bewustwording. Het is een eerste stap naar verandering. Als je je bewust bent van wat er gebeurt, wat je verspeelt en de kansen die je laat liggen, zul je het een volgende keer niet meer doen zonder eerste even op je achterhoofd te krabben.’

Is er verschil tussen vrouwen en mannen?
‘Ik denk wel dat vrouwen en mannen verschillend in het schrijven staan, daar zit een behoorlijke kloof tussen. Vrouwen streven meer intimiteit na, zijn meer gericht op het opbouwen van een relatie met de lezer, mannen meer op autonomie en baas in eigen verhaal. Hebben het er veel moeilijker mee dat het ongestraft kunnen provoceren met dichtgetimmerde totaal verhalen waar de lezer geen kant mee op kan, achter ons ligt. Dat je het anno 2003 niet meer kunt maken de fantasie van de lezer te kisten als een mestkalf. Mannen denken nog steeds te vaak: ik hoef me niet in de lezer te verdiepen, hij moet er maar gewoon zijn – net als vroeger met zijn moeder het geval was. Dat geeft lezers dan vaak weer het gevoel van: hij houdt me niet echt bij de les, hij ziet me niet. En dat klopt dan ook. Of hij ziet de lezer wel, maar doet daar dan niets mee. Daar leiden beiden dan onder, want de lezer gaat zeuren en trekken. Zo’n lezer wil eigenlijk een vrouw, zeg ik dan, in elk geval een vrouwelijke manier van schrijven.’

Er zou veel verborgen verdriet zijn. Veel angstgevoelens over wat de toekomst brengt, en of men wel kan voldoen aan de nieuwe eisen van de vraagzijde.
‘Die signalen bereiken ons ook. Maar aan de andere kant, schrijven is, zeker als je je richt op louter eerste hoofdstukken, topsport. Dan moet je je eigen gevoelens wel eens aan de kant durven zetten.’

U zou zelf worstelen met gevoelens. Bindingsangst hebben en daarom niet in staat zijn een volwassen relatie op te bouwen met een boek. Dat zou de werkelijke reden zijn waarom nooit verder komt dan dat eerste hoofdstuk?
Hard lachend: ‘Dat blijft mij maar achtervolgen. Ik zou een literaire crisis uit mijn duimpje hebben gezogen om dat te verhullen. En vervolgens een heel nieuw universum hebben gecreëerd met eigen begrippen, bewegingswetten en een eigen grammatica. Ik hoorde dit voor het eerst toen ik met vakantie was vlak na de drukte rondom de lancering van www.hetnieuwelezen.nl. Ik zat pret te maken aan de hotelbar toen iemand mij belde op mijn mobieltje. Ik heb er hard om moeten lachen en kan dat gelukkig nog steeds. Maar ik word wel behoorlijk giftig als mensen niet begrijpen dat ook de liefde voor het eerste hoofdstuk behoorlijk wat commitment van je vergt.’

Tevreden?
‘Andere landen hebben inmiddels een scherp beeld van het succes van het nieuwe lezen in Nederland: als land staan we literair weer op de kaart. We moeten dat zo zien te houden.’

Kader voor:

Literair Convenant

Het belangrijkste onderdeel van het convenant dat deze week wordt gesloten tussen kabinet, vereniging Vrienden van het eerste hoofdstuk en de schrijversvakbonden, zijn de afspraken die zien op versnelde in- en uitstroom. Er is extra geld vrijgemaakt voor uitstromers: zij die de overstap van het schrijven van traditionele totaalverhalen naar het schijven van producten waar de vraag zich nu op concentreert, niet willen of kunnen maken. Daarnaast is er geld beschikbaar voor omscholing. Daarbij wordt veel verwacht van het positieve incentivebeleid. Zij die met succes een omscholingscertificaat behalen, maken aanspraak op een extra uitkering. Dit geldt ook voor het instituut dat de omgeschoolde aflevert. Insiders voorspellen dat met dit maatregelenpakket er al in 2004 een leesaanbod is van minimaal 20 procent dat inspeelt op het nieuwe lezen. Daarnaast zijn er kwaliteitsafspraken gemaakt voor de klassikaal georganiseerde omscholing en voor extra geld dat vrij kan komen in het geval individueel maatwerk vereist is. Terugkomgroepen vormen het vangnet voor brekebeentjes. Zij verspelen weliswaar het recht op hun incentive, maar die wordt weer in de sector teruggepompt om deze extra voorziening mogelijk te maken. ‘Uiteindelijk willen we zo min mogelijk afhakers.’


____________________________________________________________________________________________________________________
NIEUW HOLLANDS DAGBOEK
Twan Breewel


Twan Breewel (37) is grondlegger van het nieuwe lezen (HNL) de stroming die lezers en schrijvers oproept zich te beperken tot eerste hoofdstukken. Onlangs startte hij in Rotterdam als deeltijd hoogleraar het nieuwe lezen. Zijn week staat in het teken van de opwachting die de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk komende zondag zal maken op de Boekentotaalmarkt te Deventer. Met dit bezoek in het hol van de leeuw wil Twan Breewel zijn terugtreden uit het bestuur van de vereniging markeren.
Twan woont in Rotterdam samen met welgeteld 4.133 boeken waarvan hij alleen het eerste hoofdstuk heeft gelezen.

Maandag
Mijn week begint ook nu weer met Geraldine Chaplin. Sinds zij is gekozen tot president van de Verenigde Staten heb ik er een gewoonte van gemaakt naar haar wekelijkse radiopraatje op zondag te luisteren. Dat is om 1 uur 's nachts Nederlandse tijd. Dit keer sprak zij over de voorbereiding van haar bezoek aan het zoveelste schurkenstaatje. Met haar charme slaagt zij er steeds weer in om het slechten van handelsbarrières, een zo breed mogelijke beschikbaarheid van medicijnen en medische voorzieningen voor iedereen, af te ruilen tegen het sluiten van de martelkamers, vrijheid van meningsuiting, kortom menselijk respect. Alleen haar charme of eindelijk eens iemand die het echt begrijpt?
Haar zachte maar vastberaden stem speelt de hele ochtend als een muziekje door mijn hoofd. Zelfs als ik voor de collegezaal sta met de studenten van het uitwisselingsprogramma, is het alsof ik haar ergens achter mij hoor aanmoedigen.
De gaststudenten zijn afkomstig van de faculteit Het nieuwe schrijven van de Universiteit van Leuven. In het uitwisselingsproject met Rotterdam krijgen zij de gelegenheid hun werk direct te toetsen. De ene dag werken zij aan hun eerste hoofdstukken die zij de volgende dag voorleggen aan hun Rotterdamse collegastudenten van de spiegelbeeldige studierichting Het nieuwe lezen. Het is leerzaam om direct te verifiëren of een zojuist geschreven eerste hoofdstuk inderdaad aan zijn doel beantwoordt. Voldoende potentie heeft om de fantasie van de lezer op gang te krijgen om het vervolg van het verhaal zelf te kunnen bedromen.
Ik vind mijzelf behoorlijk bevoorrecht te kunnen werken met deze jonge talentvolle studenten, om met elkaar iedere dag het nieuwe schrijven en het nieuwe lezen in praktijk te brengen. Ik vraag mij nog regelmatig af of wat mij in de schoot is geworpen werkelijkheid is, of dat ik het allemaal maar droom. Met moeite kan ik mij losmaken van de Leuvense studenten die van stonde af aan hun talenten in de richting van het nieuwe schrijven willen ontwikkelen.
Ik kom te laat op het kantoor van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. Het wordt een ongekend spannende week, maar eerlijk gezegd overheersen bij mij tweeslachtige gevoelens. Natuurlijk is het fantastisch en uitdagend dat de vereniging aanstaande zondag zijn opwachting gaat maken in het hol van de leeuw: het bezoek aan de Boekentotaalmarkt te Deventer om de aanval op het traditionele boek in te zetten.
Anderzijds markeert dit bezoek mijn terugtreden uit het bestuur van de vereniging. Na een zeer succesvolle startperiode waarin het nieuwe lezen is gelanceerd als de menselijke maat voor lezers èn schrijvers, blijkt er binnen de vereniging ineens behoefte te bestaan aan structuur. Zo was er ineens een voorzitter met duidelijke omschreven bevoegdheden, een secretaris met duidelijk omschreven bevoegdheden, projectleiders met duidelijk omschreven bevoegdheden die bovendien propageren recht te hebben op ordentelijk vastgelegde procedures, op transparante certificeringen, en als het even kan een leuke huisstijl. Als er niet op het juiste moment een mediator aan tafel was geschoven, bestond misschien de vereniging allang niet meer. Kenmerkend voor de nieuwe cultuur is dat je genegeerd wordt als je te laat ter vergadering aanschuift zonder hiervan mededeling vooraf te hebben gedaan.
Tielko Wendrich, projectleider PR-evenementen, licht toe hoe wij onze invasie op de Boekentotaalmarkt gaan voorbereiden. Op een white board heeft hij de planning voor deze week geschreven: morgenavond sta ik op de rol om het Abecedarium voor het nieuwe lezen over te brengen op het voltallige HNL-consulententeam, woensdagvond komt de HNL-facilitatorskoffer aan bod, donderdag worden de stewards geïnstrueerd, en vrijdagavond wordt het aftapen van de boeken getraind. De zaterdag is gereserveerd voor de puntjes op de i.

Dinsdag
Vannacht droomde ik de leider van een schurkenstaatje te zijn. Ik ontving boze brieven van Geraldine Chaplin waarin zij mij opriep mijn leven te beteren. De gedachte wat er zou gebeuren als ik dat niet deed, bezorgde mij een onrustige nacht.
Ik moet er nog een beetje verfomfaaid hebben uitgezien toen ik 's ochtends mijn collega Thomas Beckport van Babson College ontving. In zijn voetspoor paradeerden Felicity, Circe en Jolette, drie van zijn studenten die het nieuwe lezen als case voor hun afstudeeropdracht hebben gekozen. Zij kijken mij een beetje steels aan. Met een blik van is dat nou die Twan Breewel die voor al die ophef heeft gezorgd? Daar ben ik altijd bang voor: dat de aandacht voor mijn persoon de aandacht voor het idee van het nieuwe lezen afleidt. Met vermeerderde inzet vertel ik nog maar eens dat ik het altijd raar heb gevonden dat de fantasie van de lezer geknecht werd door dichtgetimmerde totaalverhalen. Dat ik van mening ben dat de lezer een vrij mens is, en hij te lang bang is geweest voor zijn eigen fantasie. Ik benadruk dat ik geen wereldverbeteraar ben, maar het wel als mijn missie zie om de lezer op weg te helpen naar het rijke innerlijke leven dat hem toevalt als hij stopt na het eerste hoofdstuk van een boek. Plotseling blijkt dat we een uur lang langs elkaar heen hebben zitten praten. Het gaat om een afstudeeronderwerp voor de studierichting attention economy, en dat verbaast mij. Het gaat hen niet om het idee, maar om het idee als fenomeen. Hun afstudeerproject is dan ook niet een case maar een business case.
Ik ren weg en kom net op tijd in Den Haag om met Manuel Bierling voor te praten voor het vervolgoverleg met het ministerie over het schrijversconvenant. In deze overeenkomst tussen schrijversvakbonden, de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk en de overheid, worden met de sector de herstructureringsafspraken vastgelegd. Met het convenant wordt geld vrijgemaakt voor de versnelde uitstroom van traditionele schrijvers die de overstap naar het nieuwe schrijven niet willen of kunnen maken, maar ook voor versnelde instroom via omscholing voor hen die dat wel willen. Met name voor de laatste groep is extra geld vrijgespeeld om dat allemaal beheerst en met waardigheid te laten plaatsvinden. Bierling en ik zijn van mening dat wat er nu op tafel ligt, meer is dan de sector op mocht hopen.
Tot onze niet geringe verbazing komt het ministerie met de boodschap dat een kwart van het toegezegde bedrag zoek is. En wat erger is, er is al een brief op weg naar de Tweede Kamer. We voelen ons behoorlijk voor het blok gezet. Na een korte schorsing geven wij aan dit onaanvaardbaar te vinden. Als we dit eerder hadden geweten, zouden we natuurlijk hebben dooronderhandeld. Bierling eist van het ministerie maximale duidelijkheid over hoe het kan dat geld dat er een paar dagen geleden nog was, nu weg is. Ik begrijp zijn ongenoegen heel goed. Hij is echt heel ver gegaan om bij zijn vakbondsleden het convenantsresultaat er door te krijgen. In arrenmoede maken we voor morgen maar weer een vervolgafspraak.
Ik ben vermoeid als ik terug ben in Rotterdam op het hoofdkantoor van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. We vergaderen in de theaterzaal. Op tijd of niet, ik word weer genegeerd door Peet Abspoel, de voorzitter van de vereniging. Ik krijg geen kans de laatste ontwikkelingen rondom het convenant toe te lichten. Abspoel is een en al oor voor Tielko Wendrich die uiteenzet hoe hij de werving van het HNL-consulententeam heeft aangepakt. Het resultaat blijkt verpletterend te zijn als de gordijnen voor het podium worden opgetrokken. Want daar staan onze toekomstige ambassadrices van het nieuwe lezen! Zijn wervingstekst Bent u professioneel ingesteld (010) maar toch idealistisch, en wenst u deel uit te maken van een dynamische ploeg? Stuur dan uw CV en foto naar de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk heeft maximaal effect gehad. Ik heb mij eigen gemaakt om geen waarde te hechten aan uiterlijke verschijningsvormen, jong of oud, autoriteit of onderdaan. Een ieder kan op zijn eigen wijze immers over genialiteit en originaliteit beschikken. Het is daardoor dat ik mij zo toegankelijk en maximaal gelijkwaardig kan opstellen. En ik weet zeker dat ik dat voor deze Whitney's, Esmé's, Roxanne's, Melody's, Chatelaine's, Destée's, Palmira's, Ashley's, Bärbel's, Maxette's, Chelsea's, Estelle's, Minouche's, Valance's, Brinette's, Joëlle's, Ritka's, Lane's, Carice's, Monic's en Charity's als ambassadrices-van-het-nieuwe-lezen-in-opleiding, ook zal kunnen opbrengen. Geduldig leg ik hen uit wat er zaterdag van hen wordt verwacht, en ga met hen stap voor stap door het Abecedarium voor het nieuwe lezen.

Woensdag
Geraldine Chaplin gooit het over een ander boegje nu ik weiger mijn gedrag te beteren. Zij stuurt mij een handgeschreven brief waarmee zij mij nog een laatste kans gunt. In mijn droom zie ik heel scherp de ribbels van het geschepte papier dat naar chocolade ruikt. Haar zwierige handschrift is fascinerend. Het puntje van haar vulpen is wonderwel nergens achter blijven haken. Wie a zegt, moet ook b durven zeggen, en ik besluit haar druk te weerstaan.
In de ochtend naar Schiphol waar Rand Corporation en Clingendael een voorpresentatie geven van hun gezamenlijke onderzoek naar toekomstige bedreigingen van het nieuwe lezen. Morgen zullen de resultaten openbaar gemaakt worden tijdens het congres Als lezen pijn doet: de heilzame werking van het eerste hoofdstuk.
Martien Rohaan die bereid is gevonden als congresdagvoorzitter te fungeren, schuift te laat aan door een wisselstoring op het baanvak met Utrecht. Snel en professioneel neemt hij de onderzoeksresultaten alsnog tot zich. Hij fluit tussen zijn tanden als hij het rapport dichtslaat. "Als het knalt, knalt het goed, een klein knalletje zit er dan echt niet in," is zijn conclusie.
Op mijn telefoon staan vijf gemiste oproepen en even zovele boodschappen. Allemaal van een gespannen klinkende Manuel Bierling die telkens zegt dat we het hard moeten spelen want beloofd is beloofd. Ik geef hem een ontspannend knipoogje als zijdens het ministerie begonnen wordt met de uiteenzetting hoe het kan dat een kwart van het toegezegde herstructureringsfonds is verdwenen. Uit het gegoochel met cijfers blijkt dat alle posities mogelijk zijn: het geld is er inderdaad helemaal niet geweest, of toch wel, of juist zelfs even in tweevoud. Wat er gebeurd is, is dat het ministerie de besparing die ontstaat bij het afbouwen van de traditionele schrijfstructuren heeft opgeteld bij het geld dat elders was gevonden. En dat terwijl dat eerste bedrag al was ingeboekt als bezuiniging zonder eerst te zijn opgeteld bij de projectmatige taakstelling. Door dat laatste alsnog te doen, en de materiële verplichting over 1 januari heen te tillen, wordt het probleem opgelost. Ik zie de opluchting in Bierling's ogen als ik hem uitleg dat dit klopt, maar dat we wel op indexering moeten staan. Na afloop drinken we een borrel en brengen een toast uit op het kasstelsel volgens hetwelk de Staat der Nederlanden zijn administratie voert.
Ik besluit direct naar huis te gaan in plaats van weer een avondlang genegeerd te worden op het hoofdkantoor van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. Bovendien weet ik als geen ander wat er in de HNL-facilitatorskoffer zit, en hoe daarmee om te gaan. Heb de koffer zelf helpen samenstellen en daarbij vastgehouden aan opname van de uitdeelstickers met enkel de drie letters HNL in Orator Revisited. 's Avonds luister ik naar de preludes van Chopin en blader wat. Al om 10 uur duik ik onder de wol want ik kan mij ook morgen weer geen half werk permitteren. Op het congres Als lezen pijn doet: de heilzame werking van het eerste hoofdstuk sta ik op de rol als eerste inleider. Mijn mobieltje ligt naast mij op het nachtkastje voor het grijpen alhoewel de hoop op het telefoontje waar ik toch blijf, goeddeels is verdwenen.

Vrijdag
's Nachts blijft het rustig in mijn schurkenpaleis, want Geraldine's vooruit gesnelde ambassadrices voor vrede en menselijk respect houden zich in. Alhoewel zij sprekend lijken op de HNL-consulenten, kan ik best een nachtje zonder hun geraffineerde verhoormethodes.
's Ochtends snel de kranten van de mat gehaald. Er wordt op een heel volwassen manier bericht over het congres Als lezen pijn doet: de heilzame werking van eerste hoofdstukken. De pers heeft het incidentje links laten liggen en verdient daarvoor een dikke pluim. In plaats van zich op sleeptouw te laten nemen door dit gemakkelijke inkoppertje, concentreert zij zich op zaken die ertoe doen. Er is ruim aandacht voor de toekomstige bedreigingen van het nieuwe lezen die door Rand Corporation en Clingendael in kaart zijn gebracht. Veel indruk maakt de absolute voorwaarde dat de nieuwe lezers zich ervan moeten onthouden hun verhaal aan het papier toe te vertrouwen. Want dan zullen de nieuwe schrijvers zich terecht bedrogen gaan voelen. Zij hebben het immers wel kunnen opbrengen zich te beperken tot wat er van hen wordt gevraagd: het schrijven van een goed eerste hoofdstuk. Gaat dit mis, dan zal er zich iets geweldig paradoxaals voltrekken: lezers worden schrijvers en schrijvers worden lezers. In bijna alle kranten wordt Rohaan met zijn 'en dan zal het knallen' aangehaald. Als ik dit lees hoor ik zijn karakteristieke stem in mijn hoofd klinken.
In de hal van het universiteitsgebouw is een stiltecentrum ingericht. Daar kan kennis genomen worden van de eerste hoofdstukken die deze week geschreven zijn door onze gaststudenten uit Leuven. Hun collegastudenten van het nieuwe lezen geven aan belangstellenden fluisterend uitleg hoe je het maximum uit zo'n eerste hoofdstuk kan halen. Wij houden van ons vak en dat kunt u merken ook, is wat zij uitstralen.
Eigenlijk zouden we dit vaker moeten doen. Het is mijn grootste wens om het nieuwe lezen-afdelingen in warenhuizen te mogen inrichten. Kleine pleisterplaatsen waar gewoon even halt gehouden kan worden om in stilte het nieuwe lezen te bedrijven. Er is zo weinig voor nodig!
Pas deze avond voel ik iets van spanning op het hoofdkantoor van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. Komt het omdat de aanval op de Boekentotaalmarkt aanstaande zondag dichterbij komt, of maakt het onderwerp van vanavond iedereen een beetje zenuwachtig? Het aftapen van de boeken is immers een vrij serieuze aangelegenheid: het moet snel en zo pijnloos mogelijk verricht worden. Bovendien is het een werkje voor twee goed op elkaar ingespeelde personen. De stewards hebben niet alleen als taak om opstandige traditionele schrijvers op afstand te houden, zij vergaren ook de totaalboeken die voor het onmiddellijk aftapen in aanmerking komen, vouwen deze open met het eerste hoofdstuk aan de ene en de nutteloze rest aan de andere kant, en bieden dan het boek aan de HNL-consulente aan die tot het daadwerkelijke aftapen overgaat. Na het aftapen is alleen nog maar het eerste hoofdstuk toegankelijk.
Ik krijg een warm gevoel als ik hoor dat de vereniging nog dagelijks wordt overspoeld met telefoontjes van mensen die zeggen dat zij het met ons eens zijn.

Zaterdag
Geraldine’s ambassadrices werken in koppeltjes: de een uitgedost als verpleegster met een zuster-Clivia-kapje, de ander in het uniform van een gerenommeerde luchtvaartmaatschappij; de een scherp en onderzoekend, de ander gerieflijk. Op momenten dat het hen zo uitkomt, wisselen ze van rol, en is het de stewardess die het initiatief neemt en mij op een commandotoontje vragen stelt en aanwijzingen geeft.
Ik word wreed in mijn slaap gestoord door de wel erg vroege bezorging van een bloemstuk. Het is de eerste in een hele reeks die vandaag wordt gebracht. De bezorger vertelt dat de bloem koopmansgeluk heet, en vaak wordt gegeven aan mensen die een wending aan hun carrière geven. Op het kaartje staat Heel veel succes in Dublin - Debbie, Ellen en Wim, namens de HNL-groep Leiden.
De interviewer is stipt op tijd. Zie het interview als een hommage en neem het er’ns lekker van! zei het bestuur. Zie het als een mogelijkheid om iets voor jezelf af te sluiten voordat je met je nieuwe klus in Dublin begint! Het is een open en sportief vraaggesprek, met goede vragen uit de mond van een interviewer die uitstraalt dat hij zijn onderwerp beheerst. Maar ook weet wanneer hij moet stoppen. Net niet het bloed onder je nagels vandaan haalt. Veel van de vragen gaan natuurlijk over het deze week toch nog onverwacht gesloten omscholingsconvenant voor de schrijvende sector. Meneer heeft zelfs al een titel voor zijn interview: Schrijvers terug naar de schoolbanken. Ik maak hem erop attent dat dat de teveel is: Schrijvers terug naar schoolbanken is bondiger en allitereert ook beter.
We komen deze middag nog eenmaal op de vereniging bijeen. Alles voor morgen wordt nog eens nagelopen. Is het observatieteam compleet? Hebben nu echt alle stewards de aantekening eerst tot tien tellen op hun akte staan? Iedereen realiseert zich dat we succesvol maar daardoor ook heel kwetsbaar zijn. In deze fase kunnen we ons geen fouten permitteren. Weten de HNL-consulentes hoe ze het eerste contact moeten leggen? Het hoeft heus niet overdreven, maar een vriendelijke bejegening en af en toe een revérence doet wonderen. Het is in essentie het voortzetten van ons zonneschijnbeleid: met een olijftak in de ene en het eerste hoofdstuk in de andere hand vrolijkheid en optimisme blijven uitstralen.
Ik vind de nervositeit een beetje doorslaan als zelfs de HNL-facilitatorkoffers nog eens worden gecontroleerd: zijn tape en schaar voor het grijpen, heeft iedereen voldoende afzetlint, vlugzout, HNL-brochures en voor de liefhebbers gesigneerde exemplaren van het Abecedarium voor het nieuwe lezen, zijn er voldoende intekenformulieren en afhaalbonnen voor een gratis draagbare relaxset uit te reiken aan ieder tiende nieuwe lid? Is er nog gedacht aan de in leer gebonden, lege miniboekjes met het opschrift: Hierin had ook úw eerste hoofdstuk kunnen staan! Alles lijkt er te zijn, maar dan blijkt plotseling dat deze check toch niet voor niets is: want de stickers ontbreken! Verdraaid, Tielko Wendrich heeft vergeten stickers te laten drukken! Eenvoudige stickers met enkel de letters HNL erop, bedoeld om massaal uit te delen en om zoveel mogelijk tot stickeren aan te zetten. Is-t-ie vergeten! Tielko Wendrich! Hij wordt er alsnog op uitgestuurd om het voor elkaar te maken.
Thuis staat er weer een bloemstukje op de mat: van Kees Eerelman uit Amsterdam. Het eerste hoofdstuk is nog steeds de halve stuiver voor mijn fantasiemeter! Bedankt, Twan! is op het kaartje geschreven. Een hart onder de riem van zo maar van een onbekende, en voor het eerst deze week voel ik een brok in mijn keel.

Zondag
Geraldine belt mij midden in de nacht op en zegt dat ze definitief afziet van haar komst. Haar ambassadrices hebben haar weliswaar gerapporteerd over de feesterij van nachtelijke genoegens, maar echte wereldverbeteringswinst valt er bij mij niet te behalen. (‘In een nepschurkje ga ik natuurlijk niet mijn schaarse energie steken.’). Ze wenst me heel veel succes toe met het bezoek aan de Boekentotaalmarkt in Deventer. Ik moet vooral naar haar wekelijkse radiopraatjes blijven luisteren.
De harde kern van het nieuwe lezen ontmoet elkaar in het wegrestaurant vlak voor de brug over de IJssel bij Deventer. In een vergaderzaaltje houdt voorzitter ad interim Peet Abspoel zijn laatste toespraak voordat we het hol van de leeuw betreden. ‘We gaan vandaag met het motto HNL is schelpje zuigen hard concurreren om de lezer. Ik wil van iedereen etalagegedrag zien! Mag ik er aan herinneren hoever we met ons zonneschijnbeleid zijn gekomen?’
Ik sta toch iedere keer weer versteld van de rijke geschakeerdheid van ons HNL-ers. Maddie Decaluwé is naast haar HNL-auteurschap werkzaam als bioscoopinterieurontwerpster, Ferry Colmar haalt zijn inspiratie uit het exploiteren van speelautomaten, en wat dacht je van Wanda Boersje die in het dagelijks leven gewoon werkzaam is als telefoniste bij een vuurwerkkliklijn? Het is toch prachtig dat deze heel gewone mensen willen strijden voor hun idealen!? Ze stralen uit dat ze er helemaal klaar voor zijn. Ik voel mij een beetje ongemakkelijk als Abspoel mij naar voren roept. Hij meldt dat het bestuur heeft besloten mij erelid voor het leven te maken van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. De snuffelfase van de vooruitgesnelde HNL-consulentes is inmiddels achter de rug en de eerste berichten die binnenkomen, zijn bemoedigend. Onze observatieteams melden enkele opstootjes, maar als uitgelegd wordt dat je je als lezer niet moet laten aftroeven door dichtgetimmerde totaalverhalen, keert de rust snel terug en hebben wij gelijk medestanders gewonnen. Dan besluiten we erop af te gaan, en als we de hal binnenkomen blijkt het succes overweldigend te zijn. Niet alleen de HNL-consulentes geassisteerd door hun stewards, iedereen, ja, iedereen is aan het aftapen geslagen. Er resten nog maar een paar schragen die voor ons zijn overgelaten. Het is Chatelaine, HNL-consulente uit de platinumklasse die mij met een gracieus gebaar het allerlaatste boek met het eerste hoofdstuk naar de ene en de nutteloze rest naar de andere kant opengevouwen, ter aftaping aanbiedt.
Soms ervaar je een bijtend verdriet als het niet gaat zoals je wilt. Maar vandaag zie ik veel dankbare mensen die het nieuwe lezen als uitkomst ontdekt hebben, waardoor vreugde en diepe tevredenheid met elkaar wedijveren. Er is slechts een klein dissonantje: ik zie dat er iets mis is met de stickers die Tielko Wendrich laat uitdelen. Er is een letter weggevallen uit HNL, en er staat nu: NL. Tielko zegt dat ik niet moet zeuren (‘Kijk straks maar eens op straat, dan zie je dat de stickers een heel groot succes aan het worden zijn.’).
Ik zie veel oude bekenden: Mabel Thijsse, Frauke Kruysmulder, Dick Filarski, Lars van Drimmelen, Danio Wagenborg, Corné Dijkstra, Sophie Flynders, allemaal HNL-ers van het eerste uur die hier hun feestje beleven. Ze staan erop dat ik een zwaairondje maak.
Marien van Vliet grijpt me bij m’n colbertje en meldt opgewonden dat HNL zijn belofte aan het waarmaken is (‘Hier speelt honderd (100) procent van het aanbod in op de eisen van het nieuwe lezen. Omgeslagen over heel Nederland is dat een kleine vijf (5) procent. We liggen dus op koers.’). En ach, zijn daar niet de stokoude Coleen Haynes en haar Svend! (Zij: ‘Hoe het allemaal zo gelopen is tussen mij en Svend, het moet allemaal een geheim blijven. Beloof je me dat?’). En daar, vlak achter haar, is dat niet meester Stokreeff? En, nou ja, oom Putzi is ook gekomen, helemaal uit Marseille met drie hondjes, neen, toch niet, het zijn zijn witte schoenen van gevlochten leer en, inderdaad, een jackrusseltje dat keurig aan de voet loopt (‘Vandaag ben ik even Rivièra-oudje af.’). En opeens lig ik in de vlezige armen van mevrouw B. uit Brasschaat (B) die mij een dikke pakkerd geeft. Ik word bevrijd door Paul Tichelaar uit Ommen ( ‘Nu is het mijn beurt’). Zelfs Pierre Buzan is er: achter een kinderwagen (‘Heb mij bij wijze van toch maar weer bij jullie aangesloten. Zit er niet meer zo mee dat het life style aspect van HNL op de tocht staat. Heb steeds minder behoefte aan zulke fratserijen.’). Werkelijk ze zijn er allemaal, want is daar zelfs niet Lies de Roever? Zij is op proefverlof na een identiteitscrisis die zij toeschrijft aan HNL (‘Dokter, ben ik als nieuwe lezer eigenlijk niet ook een beetje schrijver?’) Heel even mag zij vandaag uit haar dwangbuis. En daar staan op een kluitje Wouter Voskamp, Jaap Weijerink en zelfs Floor met wie ik een praatje maak (‘Heb nooit tegen totaalboeken gekund. Als pubertje al niet.’). Orhan Izmit ontdek ik zelfs, wat een verrassing. Maar ja, wat wil je, die speelt hier in Deventer zo goed als een thuiswedstrijd! Hij geeft mij een van z’n flyers waarop staat: Met een goed geschreven eerste hoofdstuk maakt het niet uit of je onder een bloeiende tak in de lente of onder een boom in november zit! En op de achterkant staat heel lief: Twan, bedankt voor alles!!
____________________________________________________________________________________________________________________

'Leesgedrag is te managen'

Rotterdam, 8 september 2003. Twan Breewel lanceerde het nieuwe lezen als oplossing voor de literaire crisis. Hij pleit voor een nieuw type lezer: de geëmancipeerde lezer die zich bewust beperkt tot het eerste hoofdstuk, daarna zijn eigen fantasie aan het werk zet, en zodoende tegelijk aan veel meer boeken toekomt. Eerste hoofdstukken moeten vitaal genoeg zijn om de nieuwe lezer op weg te helpen: om hem op eigen kracht zich een voorstelling te laten maken van het verdere verloop van het verhaal. En dat vereist dan ook weer een ander type schrijver: de schrijver die zich bewust beperkt tot het eerste hoofdstuk.
Over het genot van een goed geschreven eerste hoofdstuk, boucharderingstechnieken, labyrintisch reliëf, de zin en onzin van het nieuwe lezen, en ook wel'ns vuile handen maken. Een terugblik met Twan Breewel, inmiddels volop in de race voor de Rotterdamse deeltijd leerstoel voor het nieuwe lezen. 'Je merkte aan alles dat Nederland toe was aan het nieuwe lezen.'

Tijmen van Hal

Twan Breewel toont trots het lijvige manuscript voor zijn volgende boek. Nog een paar dagen hard doorwerken, en dan kan het naar de drukker. Het handboek voor het nieuwe lezen waar reikhalzend naar wordt uitgezien, is bedoeld voor de vakhandel. Maat het zal ongetwijfeld ook zijn weg vinden naar geïnteresseerden daarbuiten omdat het een genereus kijkje in de keuken van de eerste-hoofdstukken-schrijver gunt. Het handboek wil vooral houvast bieden aan schrijvers die willen inspelen op het nieuwe lezen. Want bij hen ligt de eerste verantwoordelijkheid om met een goed geschreven eerste hoofdstuk maximale inleving bij de lezer af te dwingen. 'Nog steeds wordt het als een hele stap gezien. Om in plaats van het traditionele boek alleen nog maar eerste hoofdstukken te schrijven,' vertelt Twan Breewel op het hoofdkantoor van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk. 'Heb nog steeds diep respect voor schrijvers die de overstap wagen.' Hij waarschuwt tegen de tweespalt die nu dreigt te ontstaan tussen hen die van stonde af aan hun talent in de richting van het schrijven van eerste hoofdstukken hebben ontwikkeld, en zij die de overstap pas later hebben gemaakt. 'Daar ben ik echt tegen, alsof die laatste groep uit een soort modderbloedjes zou bestaan. Voel juist vaak ontroering als ik hun eerste, vaak nog onzekere producties lees. Want laten we wel zijn, eeuwenlang hebben ze vanuit een zelf aangemeten superioriteitsgevoel de lezers met dichtgetimmerde totaalverhalen kunnen provoceren. Pure geestelijke terreur. Dan aanvaard je toch niet zo gemakkelijk de gelijkwaardigheid tussen lezer en schrijver die aan de basis van het nieuwe lezen ligt. Het is bovendien iets heel anders dan het traditionele schijven. Je moet er echt schik in zien te krijgen, anders kun je er maar beter niet aan beginnen.'

Moet je de eigenschap een goed eerste hoofdstuk te kunnen schrijven niet altijd hebben om een schrijver te zijn?
Twan Breewel: 'Ja. Alleen is het niet zo.'

Waarom dan niet?
'De druk waaraan schrijvers van de kant van uitgeverijen en tussenhandel blootstaan is enorm. Er moet vooral aan profilerend gedrag gedaan worden om de aandacht van de potentiële aanschaffers van boeken te winnen. Dat gaat dan weer ten koste van de schaarse tijd waarin eigenlijk gewoon geschreven zou moeten worden. Als alle partijen, lezers en schrijvers, zich uiteindelijk beperken tot alleen maar eerste hoofdstukken, kan er op alle fronten veel winst behaald worden. Kijk, ik kan daar een heel wetenschappelijk verhaal over vertellen, maar dit is het wel.'

Wie vindt u goede eerste-hoofdstukken-schrijvers en wie niet?
Die vraag verwachtte Twan Breewel al. Hij zegt gevat: 'Is dit een prijsvraag?'

Maar wie vindt u goed? En vooral waarom?
'Dat weet ik wel. Maar dat ga ik u niet vertellen.' Twan Breewel vindt het, zegt hij, niet integer om nota bene hier in het hoofdkantoor van de vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk, over personen te praten. Dan is al snel de indruk gewekt dat er voorkeuren bestaan. En dat is het laatste wat de vereniging wil nu zij nog maar amper bekomen is van het bijna-relletje dat ontstond toen bekend werd dat de vereniging met een keurmerk zou komen. Dat keurmerk zou de lezer op weg helpen bij de aanschaf van boeken die op een verantwoorde manier inspelen op het nieuwe lezen. Dat initiatief is noodgedwongen in de ijskast beland. 'Bovendien werk ik nog steeds als free lance consultant, en in die hoedanigheid wil ik geen namen van personen noemen. Ze kunnen klant zijn, of klant worden.'

Vindt u Ferry Colmar een goede eerste-hoofdstukken-schrijver?
'Dat is een heel persoonlijke vraag.'

En Wanda Boersje?
Twan Breewel denkt even na en antwoordt dan ontwijkend: 'Veel mensen die negatief over haar denken en schrijven, komen uit het oude literaire establishment.'

Nou en?
'Zij weet in de gegeven kleine ruimte van het eerste hoofdstuk maximaal veel los te maken. Dat het daarbij dan vaak gaat om gevoelens van grote groepen mensen, doet er niet echt toe. Zij is een authentieke nieuwe schrijfster. En dat zij in het dagelijks leven werkzaam is als telefoniste bij een vuurwerkkliklijn staat daar natuurlijk helemaal los van.'

Leest u nog wel eens een boek in zijn geheel?
'Ik blader nog wel eens door het boek in zijn geheel. Ik vind het van sterkte getuigen dat te doen en toch niet te lezen, en anderzijds dit ook te durven toegeven. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat ik een voorbeeldfunctie heb en dat dat heel zwaar weegt. Anderzijds, niemand hoeft onder een glazen stolp te leven, ook ik niet. Iemand die zich aan de top staande wil houden moet ook wel'ns vuile handen durven maken.'

Hoe komt het dat zoiets vanzelfsprekends als het nieuwe lezen, pas relatief laat is onderkend als oplossing voor de literaire crisis?
Natuurlijk gaat het lezen van enkel een eerste hoofdstuk sneller dan het lezen van een boek in zijn geheel. Twan Breewel is de eerste om te zeggen dat de kenmerken van het nieuwe lezen nogal vanzelfsprekend zijn. 'Maar aan de andere kant, hoe vanzelfsprekender het lijkt wat het nieuwe lezen propageert, hoe duidelijker het is dat er geen dingen uit de hoge hoed getoverd worden. Het nieuwe lezen is beslist geen hocus-pocus zoals ik wel eens ergens heb gelezen. En waarom het dan echt zo lang heeft geduurd? Zoals bekend hangen er nogal wat belangen samen met de ongebreidelde aanmaak van alsmaar nieuwe titels. In de eerste plaats moeten de uitgeverijen, de tussenhandel, de drukkerijen en de papierproducenten genoemd worden als de voornaamste stuwende krachten achter het laten voortbestaan van de literaire crisis. In het bijzonder de twee laatste groepen spinnen garen bij de overproductie die immers leidt tot het opschroeven van de papierproductie en het moeten inzetten van zoveel mogelijk drukkerijcapaciteit. Tot slot de schrijvers zelf. Te lang hebben zij zich veilig kunnen wanen in hun comfort zone. Te lang hebben zij het de normaalste zaak van de wereld gevonden om lezersfantasie te kisten als een mestkalf.'

Vindt u het niet onvoorstelbaar dat nu in alle openheid en zelfs al beschouwelijk over deze onderwerpen gesproken kan worden? Is het niet allemaal ineens heel snel gegaan?
'Kijk, in het begin werd ik uitgelachen. En degenen die de kracht van het nieuwe lezen werkelijk begrepen, bedreigden ons met hel en verdoemenis. In die begintijd is serieus overwogen of het nieuwe lezen maar niet beter ondergronds moest gaan. Toen is bewust gekozen voor een zonneschijnbeleid: met een olijftak in de ene en het eerste hoofdstuk in de andere hand vrolijkheid en optimisme blijven uitstralen. Laat 1000 eerste hoofdstukken spreken, en 1000 bloemen zullen bloeien, verkondigden onze propagandateams. U zult zich ook nog wel herinneren dat we stelselmatig hamerden we op de win-win-situatie die het nieuwe lezen biedt aan lezers èn schrijvers gezamenlijk. We waren onvermurwbaar en merkten gaandeweg aan alles dat Nederland ontzettend aan het nieuwe lezen toe was. Uiteindelijk heeft die diplomatieke weg zijn vruchten afgeworpen. En nu we een grote schare volgelingen aan ons hebben weten te binden, lacht niemand ons meer uit. Dreigt het nieuwe lezen zelfs een eerbiedwaardige bezigheid te worden.'

Het moet een hele bevrijding voor u zijn als straks het manuscript naar de drukker kan. Maar een volumineus boek over het nieuwe lezen, is dat niet in tegenspraak met elkaar?
'Alles, maar dan ook alles wat er tot aan dit moment aan technieken bekend is om een goed eerste hoofdstuk te schrijven, komt in het handboek aan bod. Daarnaast is er enorm veel aandacht voor de psychologie van de lezer. Die moet je begrijpen om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op het aanwakkeren van zijn fantasie. Ik noem het gekscherend ook wel eens prozatechniek voor in de kleine ruimte. Want in dat eerste hoofdstuk moet het gebeuren, meer ruimte is er niet. Daarna moet de lezer zelf met zijn eigen fantasie verder.'

Vanaf dat moment staat de lezer op zijn eigen benen.
'Ja, na het eerste hoofdstuk moet de lezer zelf aan de slag. Hij gaat zich dan met de in het eerste hoofdstuk uitgezette lijnen en verborgen afloopinformatie zijn eigen verhaal bedromen. De aanzwellende stroom van eerste-hoofdstukken-boeken laat zien dat dat enorm aanslaat. En dat het jezelf trakteren op een goed verzonnen eigen verhaal dat aansluit bij je eigen behoefte van dat moment, puur genieten is. Ik verkneukel mij nu al op de vele goede eerste hoofdstukken die nog zullen komen. Altijd heb ik dan hierbij het wat naïef romantische beeld voor ogen van een lezer met binnen handbereik een fles goede wijn en een stapeltje eerste-hoofdstukken-boeken. Daar waar hij misschien vroeger op een avond nog niet een boek uitlas, er misschien wel helemaal niet aan begon, is zo iemand dan toch maar weer mooi in de ban van het lezen gekomen. Leesgedrag is te managen, en dat laatste is nog te leren ook als je het gehele scala van boucharderingstechniek tot je beschikking hebt.'

Boucharderingstechniek?
'Boucharderen is een containerbegrip voor alle technieken die er zijn om het eerste hoofdstuk te doorspekken met sfeer en belijning. Alle methoden om de tekst te stansen passeren in mijn handboek de revue. Labyrintisch reliëf, alle soorten strijklicht, identificatiekrachten, hamerende stijl versus verstilling en contrast, wel of geen bloot, alles komt aan bod. Een bijzondere plaats is ingeruimd voor het festonneren van de tekst met al of niet weelderig aandoende namen. Dat is een techniek bij uitstek om reliëf aan te brengen. Er is een genre in het nieuwe lezen dat zegt dat als je maar een goede hand van namen kiezen hebt, de helft van de buit al binnen is. Ik voel mij nauw verwant met die stroming.'

U heeft nog niet zo lang geleden het begrip contextuele bepaaldheid van niet-sleetse namen geïntroduceerd. Maar werkt dat eigenlijk wel, het oproepen van sfeerreliëf met namen?
'Ja, dat werkt zeker: Whitney, Esmé, Roxanne, Melody, Chatelaine, Destée, Palmira, Ashley, Bärbel, Maxette, Chelsea, Estelle, Minouche, Valance, Brinette, Joëlle, Ritka, Lane, Carice, Monic, Charity, Felicity, en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar je voelt'm waarschijnlijk zo ook al wel.'

Bij het uitreiken van de Leemanprijs gooide u uw bloemen in het publiek. Waarom nam u eigenlijk afscheid van bloemen die u nog maar net had gekregen?
'Waarom ik dat deed? Goh, ik realiseer mij niet eens dat ik dat heb gedaan. Misschien was het de opluchting aan het einde van een dag waarop ik naar mijn smaak teveel in de belangstelling stond. Misschien was het mijn diep gevoelde behoefte mijn succes met anderen te delen. Dat symbolisch wilde doen door de ruiker in het publiek te werpen.'

U zou bindingsangst hebben en daarom niet in staat zijn een volwassen relatie op te bouwen met alles wat u omringt. Niet met een bos bloemen, maar ook niet met een boek. Dat zou de werkelijke reden zijn waarom u nooit verder komt dan dat eerste hoofdstuk?
Hard lachend: 'Dat blijft mij achtervolgen. Ik zou een literaire crisis uit mijn duimpje hebben gezogen om dat te verhullen. En vervolgens een heel nieuw universum hebben gecreëerd met eigen begrippen en bewegingswetten. Ik hoorde dit voor het eerst toen ik met vakantie was in Barcelona. Het was vlak na de drukte rondom de lancering van www.hetnieuwelezen.nl. Ik zat pret te maken op een hotelterrasje toen iemand mij belde op mijn mobiel. Ik heb er hard om moeten lachen en kan dat gelukkig nog steeds. Maar ik word wel behoorlijk giftig als mensen niet begrijpen dat ook de liefde voor het eerste hoofdstuk behoorlijk wat commitment van je vergt.'

Tevreden?
'Andere landen krijgen een steeds scherper beeld van het succes van het nieuwe lezen in ons land. Er wordt naar ons gekeken en daar kunnen we met z'n allen best trost op zijn.'



____________________________________________________________________________________________________________________

Leerstoel Het Nieuwe Lezen naar Rotterdam?

Twan Breewel: Nederland wordt weer leesbaar

Rotterdam, 8 juni 2003. Twan Breewel gooide de knuppel in het hoenderhok om de literaire crisis de bel aan te binden. Hij stelt het provocerende gedrag van schrijvers aan de kaak die vanuit een zelf aangemeten superioriteitsgevoel met dichtgetimmerde totaalverhalen al eeuwenlang lezers terroriseren. Boeken waarmee de fantasie van de lezer geen kant op kan. Hij noemt dat pure geestelijke terreur.
Twan Breewel pleit voor een nieuw type lezer: de geëmancipeerde lezer die zich bewust beperkt tot het eerste hoofdstuk. En hij roept schrijvers op in het vervolg alleen nog maar eerste hoofdstukken te schrijven. Hoofdstukken die vitaal genoeg zijn om de lezer op weg te helpen om op eigen kracht zich een voorstelling te maken van het verdere verloop van het verhaal. Inmiddels is er de vereniging Vrienden van het eerste hoofdstuk en sluiten schrijvers zich aan bij de
International Association of First Chapter Writers (IAFCW).
Onmiskenbaar wordt er in Nederland op een andere manier gelezen - en geschreven. Deskundigen zijn er van overtuigd dat het inschakelen van de fantasie van de lezer de oplossing is voor de crisis waarin de literatuur verzeild is geraakt sinds de aanhoudende lawine van nieuwe titels. Ook dat Nederland door deze ontwikkeling voorligt op de rest van de wereld en hierin een gidsfunctie vervult.

Frans van Zoelen in gesprek met Twan Breewel

'De lezer anno 2003 is geen lulletje meer.' En: 'De fantasie van de lezer hoort niet thuis in een intellectuele dwangbuis.' Dat waren vinnige uitspraken. U zult nog wel eens terugdenken aan die eerste periode waarin U het nieuwe lezen op de kaart zette?
Ja, ik was de eerste die dat durfde te zeggen. Maar het speelde natuurlijk al veel langer. Soms zie je iets pas goed als je kunt terugkijken. In ieder geval vond ik het de hoogste tijd dat er ook naar gehandeld werd. Schotel de lezer liever een goed geschreven eerste hoofdstuk voor in plaats van hem te intimideren met een dichtgetimmerd totaalverhaal. Laat de lezer in zijn waarde! Geef hem de kans met zijn fantasie het verdere verloop van het verhaal te bepalen. En als schrijvers zich echt gaan beperken tot goed geschreven eerste hoofdstukken, hebben we gelijk die aanhoudende lawine van alsmaar nieuwe titels hanteerbaar gemaakt. Een betere win-win-situatie is nauwelijks denkbaar.

U had het over terugkijken. Hoe heeft het eigenlijk allemaal zover kunnen komen?
Ik moet oppassen niet te gaan generaliseren. Maar jij kent ze ook wel: een tikkeltje superieur, maar ook een tikje in zichzelf gekeerd. Een fnuikende combinatie als je het mij vraagt. In plaats van een toegankelijke flaptekst te bieden, gluren ze je liever zelf aan met hun triomfantelijk glimmende oogjes op de achterkant van hun boek. Werkelijk, ik kan ze zo uittekenen. Denken allemaal dat ze Salinger zijn.

Maar Salinger leeft juist als een kluizenaar, moet niets hebben van zijn foto op de achterkant van zijn boeken.
Precies! Strekte dat maar eens ten voorbeeld! Maar ik wil hier niet gaan zitten zwartepieten. Laat ik het erop houden dat het nu gaat om het vinden van de uitweg uit de literaire crisis. En dat dat een gedeelde verantwoordelijkheid is die rust op de schouders van lezers én schrijvers gezamenlijk. En dat het bezweren van de literaire crisis uiteindelijk hen beiden ten goede komt. Ik kan dat niet vaak genoeg benadrukken.

U zou bindingsangst hebben, niet in staat zijn op een volwassen manier een relatie met een boek aan te gaan. Dat zou de werkelijke reden zijn…
…dat ik een boek al na het eerste hoofdstuk wegleg. Ik zou een literaire crisis uit mijn duimpje hebben gezogen om mijn onvermogen te maskeren. Ach, ik heb die verwijten al zo vaak gehoord. Alsof de liefde voor het eerste hoofdstuk geen commitment van je vergt.

Het spontane lezersoproer dat onder uw handen ontstond, kennelijk broeide er dus al iets. Wat vindt u het belangrijkste dat er sindsdien is bereikt?
Ik heb altijd gezegd dat vooral schrijvers zo snel mogelijk moeten begrijpen dat er geen weg terug meer is. Heb er keer op keer op gehamerd dat het schrijven van alleen-maar-eerste-hoofdstukken iets heel anders is dan het traditionele schrijven. Je moet er echt plezier in zien te krijgen, anders kun je er maar beter mee ophouden.
Dat een groot deel van de schrijvers dit inmiddels heeft aanvaard, vind ik niet alleen bemoedigend maar vooral dapper. Heb daar diep respect voor. Steeds meer vinden ze hun weg naar hun eigen honk, de International Association of First Chapter Writers (IAFCW). Raken zo steeds beter ingespeeld op de gewijzigde eisen. Ik zie niet alleen heel goede omscholingscursussen langskomen, maar ook boeken als 'Hoe ontwikkel ik een goede hand voor het kiezen van de juiste naam'. Iets waarvan ik pak weg een jaar geleden niet zou hebben durven dromen. Ik heb dus niet voor niets gezegd dat het nogal uitmaakt of we op pad gestuurd worden met een Harwig of een Oostwegel als romanpersonage. De Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk heeft inmiddels het Abecedarium voor Het Nieuwe Lezen op de website gezet. Kun je zo downloaden. 'Twintig andere manieren waarop u Madame Bovary kunt laten beëindigen' is ook een echte aanrader om mee te beginnen. Dat zijn stuk voor stuk toch allemaal mijlpalen.

Wat kan beter?
Wat je nu ziet is dat het weer een beetje naar de andere kant doorslaat, dat er teveel met krachten gesmeten wordt. De huidige generatie eerste-hoofdstukken-schrijvers is verschrikkelijk gretig en wil zich op een zo breed mogelijk publiek richten. Fout! Je kunt niet iedereen bedienen. Je hebt er rekening mee te houden dat er soorten lezersfantasie zijn, ieder met hun eigen gebruiksaanwijzing om tot maximale aanwakkering te komen.
Lichtinval, spanningsbogen, wel of geen bloot, de keuze van de juiste naam, het doet er allemaal toe en vertoont een grote variatie. De lezer is geen lulletje, maar hij is nog minder eenheidsworst. Schrijvers als Maddie Decaluwé, Dulco Nawas, Ferry Colmar en Sanne Bomas - stuk voor stuk Grootmeesters van het Eerste Hoofdstuk - zie ik daar op een heel volwassen manier mee omgaan. Aan de andere kant, het moet niet gaan ontaarden in gallery play.

Ik hoor u zeggen: Grootmeesters van het Eerste Hoofdstuk. Komt het keurmerk er?
Al die ophef daarover heeft ons zelf ook verrast. Allemaal koudwatervrees. Alsof wij kunnen gaan uitmaken wat wel en wat geen literatuur is! Maar als Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk zijn we natuurlijk niet gelukkig met al die soesa. Voorlopig even niet dus. Ik kan verklappen dat het keurmerk de ijskast ingaat.

Het keurmerk gaat dus niet definitief van tafel?
Dat hoort u mij niet zeggen.

Waarom doet u dit allemaal?
Niet om er zelf beter van te worden. Het is beslist ook geen lolletje als je weet wat ik allemaal over mij heen heb gekregen de laatste tijd. Ik ben er in alle oprechtheid van overtuigd dat het geëmancipeerde lezen - je als lezer bewust beperken tot het lezen van het eerste hoofdstuk en daarna je eigen fantasie aan het werk zetten - de literatuur zal redden. Ik ben dankbaar daaraan mijn steentje te kunnen bijdragen. Het is geweldig stimulerend om te zien dat steeds meer schrijvers de overstap wagen.

Is het juist dat u in de race bent voor het hoogleraarschap Het Nieuwe Schrijven in Leuven?
Laat ik eerst van de gelegenheid gebruikmaken de Universiteit van Leuven te feliciteren voor haar primeur met de leerstoel Eerste Hoofdstukken Schrijven. Is een goede zaak en een mijlpaal in de literaire geschiedenis. Tegelijk is een waarschuwing op zijn plaats. Wat je nu ziet gebeuren is dat er weer een wereld met twee snelheden dreigt te ontstaan. Hoe je het ook wendt of keert, schrijvers en lezers zijn samen aan een risicovol avontuur begonnen. Je moet daarin gezamenlijk optrekken. Voor je het weet groeien we weer uit elkaar, en gaan we met z'n allen weer dezelfde fout in. Tegelijk met die schrijversleerstoel moet er dus ook een hoogleraarschap voor Het Nieuwe Lezen komen. Nederland verdient dat, de nieuwe lezer verdient dat. Wat zou het niet fantastisch zijn als in Rotterdam geld werd vrijgespeeld voor een bescheiden deeltijdhoogleraarschap het nieuwe lezen?

Rotterdam? Een leerstoel voor Het Nieuwe Lezen?
Ja. Kent u een betere plaats dan deze stad waar de verhouding lezers-schrijvers zo extreem ten gunste van de eerste groep uitvalt?

Tevreden?
Er heerst eindelijk weer rust in het land der letteren. Dat moeten we zo zien te houden.

[c] Frans van Zoelen
____________________________________________________________________________________________________________________
____________________________________________________________________________________________________________________

P E R S B E R I C H T - embargo tot zaterdag 22 maart 2003

Rotterdam, 22 maart 2003

Bestuurswijziging Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk

Het Nieuwe Lezen (hierna: HNL) heeft Nederland in korte tijd veroverd. Het staat buiten kijf dat dit voor een groot deel op het conto te schrijven is van artistiek leider Twan Breewel. Voor hem was geen moeite teveel om aandacht te krijgen voor HNL als succesfactor voor lezers én schrijvers. De turbulente groei van de vereniging verloopt evenwel niet zonder groeistuipen. Dit is de reden waarom een groot aantal leden nú wil inzetten op het consolideren van de bereikte resultaten. Hierbij weegt zwaar de wens om de vereniging in rustiger bestuurlijk vaarwater te loodsen om een aantal zaken die tot dusver niet of onvoldoende zijn opgepakt, prioriteit te geven. Deze onderwerpen liggen vooral op het organisatorische vlak van huisstijl, interne procedures en de nog steeds afwezige certificering. Na deze herpakkingsfase zal er weer volop gemikt kunnen gaan worden op verdere uitbouw en groei. Het is evident dat in vergelijking met de achterliggende periode waarbij het er vooral om ging HNL pionierenderwijs op de kaart te zetten, in dit nieuwe stadium van de vereniging een andere bestuursstijl vereist is.

In goede harmonie is daarom besloten dat ondergetekenden als Voorzitter ad interim en Secretaris ad interim, Twan Breewel van zijn taken zullen ontlasten. Deze functiewijziging is per onmiddellijke ingang ingegaan. Twan Breewel's laatste taak betreft het opzetten van een call-centrum in Ierland om de nog steeds aanzwellende stroom telefonische vragen en emailberichten over HNL op een goede manier te plekken. Het bestuur heeft er alle vertrouwen in dat Twan Breewel dit project op een adequate wijze zal afronden. Daarna zal Twan Breewel zich volledig richten op zijn deeltijd hoogleraarschap Het Nieuwe Lezen en op ImagoFlex, zijn adviesbureau voor Imagomanagement en Trendwatching. Alhoewel overeengekomen is dat Twan Breewel al per heden terugtreedt, zal hij nog enige tijd gebruik blijven maken van de faciliteiten van het hoofdkantoor van de vereniging.

Over enkele weken wordt er een bijzondere ledenvergadering uitgeschreven om tot bestuurlijk accordement van deze besluiten te komen. Gedurende deze periode zullen betrokkenen zich onthouden van communicatie en worden mededelingen slechts gedaan door Frans van Zoelen die als mediator is ingeschakeld om het transitieproces van de vereniging in goede banen te leiden. De heer Van Zoelen is bereikbaar via het gebruikelijke emailadres van www.hetnieuwelezen.nl.

Namens de Vereniging Vrienden van Het Eerste Hoofdstuk,

Peet Abspoel, Voorzitter ad interim
Lucius Raaphorst, Secretaris ad interim
____________________________________________________________________________________________________________________
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen, een feuilleton volgens de principes van Het Nieuwe Lezen in 10 afleveringen - deel 9

9. Flamenco Sketches
De avond voor de eerste collegedag van het studiejaar 1959-60 moet Coleen zich verzoend hebben met de komst van Becky. De vrouw van Svend was een opvallende verschijning geworden op de campus van Comstock. Altijd droeg zij een karbiesje bij zich dat het midden hield tussen een boodschappentas en een te fors uitgevallen handtas. Mensen vroegen zich af of zij er altijd op voordbereid wilde zijn koopjes in te slaan, of dat zij juist haar voorraad van hot naar her sleepte. Coleen gunde Becky haar Svend, en tegelijkertijd veroordeelde zij Svend tot Becky met het karbiesje. Het liefst tot in alle eeuwigheid.
Zij kwam tot een helder inzicht in de mogelijkheden van haar herwonnen vrijheid door Frederick. In de koffiehoek van de nieuw ingerichte mensa waren zij elkaar tegengekomen.
'Wow, zo licht, hadden ze jaren eerder moeten doen. Hoi, Coleen.' Hij was het geweest die op haar was komen toelopen om het gesprek aan te knopen.
'Zo zie je maar,' had zij geantwoord, 'nooit wanhopen.'
'Weet je Coleen, dat is precies waar het omdraait. Dat zouden ze ons hier moeten leren: mensen een niet-wanhopen gevoel geven.' Frederick kwam dichter bij haar staan en legde vertrouwelijk zijn hand op haar arm. 'Na deze vakantie weet ik zeker dat je dat effect met muziek wél kan bereiken. Ik zal je de laatste LP van Miles Davis lenen, dan weet je gelijk wat ik bedoel.'
'Kind of Blue bedoel je.' Nog voor zij dit had gezegd, had zij er al spijt te laten blijken dat zij de muziek al kende.
'Coleen, wat fantastisch, ken je dat? Ben je het met mij eens dat Kind of Blue zo in elkaar zit? De eerste nummers bevechten vrijheid, scheppen een overtuigende sfeer van optimisme waarin alles mogelijk is om uiteindelijk met Flamenco Sketches, het allerlaatste nummer, je een nooit-wanhopen-gevoel te geven. Met de tekstjes die we hier leren schrijven kunnen we daar eigenlijk niet aan tippen, Coleen.'
Hij had beweeglijke, bijna gespierde lippen die zijn witte tanden blootlegden als hij sprak. (Zou hij zelf ook trompet spelen, dacht Coleen. Met dergelijke lippen moet hij in staat zijn mij binnenste te buiten te zuigen.)
'En wat als het toch even anders loopt?' Coleen keek hem strak aan. 'Is troost geven dan niet net zo belangrijk? Misschien zelfs wel belangrijker?'
Frederick sloeg zijn ogen neer voor hij zei: 'Gratis troost vind je bij Freddie the Freeloader.' Coleen lachte met hem mee, en toen was hij zonder aanleiding zo maar verder gaan praten. Het praatte zoals een jager schiet op wat hem voor de voet komt. Over het kernverschil tussen musiceren als voordrachtskunst en schrijven. Schrijven vond hij beslist geen spontane kunstvorm, ook al werd er op Comstock in het kader van de colleges emotioneel schrijven anders over gedacht.
'Kijk Coleen, in beginsel kunnen wij wikken en wegen tot we een ons wegen. Maar muziek ten gehore brengen, dat is een eenmalige aangelegenheid. Je doet dat goed of niet. Je kunt een verkeerd gespeelde noot nu eenmaal niet uitlakken en overtypen.'
Voor de deur van haar appartement stond eindelijk haar Olivetti Lexicon 80E. Ook dit jaar brengt Predo ze weer op het allerlaatste moment rond, dacht Coleen.
Zij sjouwde de beige kleurige typemachine naar haar werktafel en stak de stekker in het stopcontact. De transformator bromde vertrouwd voor hij op stationair sloeg. Eindelijk zijn we weer samen thuis, dacht ze.
Wat Frederick bedoelde, begreep ze pas echt toen ze geconcentreerd naar Flamenco Sketches luisterde. Het klopte wat hij zei. De vijf verschillende toonladders waarlangs de trompet soleerde waren van een heerlijke eenvoud. Iedere aarzeling van de solist, hoe gering ook, zou het effect van de compositie teniet doen. De enige beeldende kunstenaars die in de buurt van deze kritische uitvoeringskunst kwamen, waren Japanse schilders die met inkt op rijstpapier werkten. Er was geen enkele mogelijkheid tot herstel, iedere aanraking van penseel met doek moest goed zijn. Kenners keken niet alleen naar de elegantie van de afbeelding, maar hadden vooral waardering voor de feilloze techniek. Honderden jaren later konden zij meevoelen met de spanning waarin de schilder moest hebben verkeerd om op het allerlaatste moment een compositie niet te verprutsen. Het was een vorm van kunst die net als uitvoeringskunst door een verkeerde handeling kon mislukken. Het resultaat was af of mislukt. Er was geen mogelijkheid tot herstel. En omdat Miles Davis met veel risico's langs de steeds wijzigende toonladders glibberde, was het alsof hij daarmee wilde zeggen: als dit mogelijk is, dan kun je alles tot een goed einde brengen.
Coleen werkte haar gedachten over de essentiële verschillen tussen kunstvormen uit. Het was een aanloopje naar het vraagstuk of literaire teksten ooit af konden zijn, en of dat misschien wel niet een zinloze vraag was. Pas een zinvolle vraag werd als je begreep dat er geen absolute antwoorden waren. Uiteindelijk wilde zij uitkomen bij de Nederlandse dichter Ernst van Starreveld die er een gewoonte van maakte een literair werk juist niet af te maken. Simpelweg vanuit de overtuiging dat literatuur nooit voltooid mag zijn. Door zijn bezetenheid van dit idee restte hem niets anders dan te leven naar zijn eigen opvatting. Tot hij nauwelijks nog aan werken toekomt en er een gewoonte van maakte 's nachts in liederlijke toestand illegale casino's te bezoeken. Minstens eenmaal per bezoek stak hij zijn hand in het decolleté van een baccarat of roulette spelende schoonheid. Als de bewakers hem wegbrachten, gilde hij dat kunst nooit af mag zijn. Dat je de lezer alleen maar meubeltjes moest geven. Meubeltjes van hout zo hard als bankirai om ze daar lekker mee te laten schuiven in de intimiteit van hun eigen fantasie. Hij leeft dan nog slechts op bier, goedkope witte wijn en noten. Dagelijks bezoekt hij een notenbar waar hij met een pincetje de macadamia's uit de mix vist. In 1838 komt Ernst van Starreveld op 27 jarige leeftijd op tragische wijze door verdrinking om het leven in de Nieuwezijdsvoorburgwal te Amsterdam. Coleen zag voor zich een Frederickachtige persoon met een baard van vlashaar die keer op keer bij kop en kont wordt gepakt om vanaf het bordes van een grachtenhuis gegooid te worden. De laatste keer gebeurt dat met zoveel kracht dat Van Starreveld in de gracht belandt.
Terwijl zij ritmisch typte was het alsof zij de ogen van Svend in haar rug voelde prikken. Alsof hij daar weer achter haar zat op de bank en met zijn chronometer haar aanslagritme probeerde te checken. Ieder moment verwachtte zij te horen: 'Oké Coleen, vasthouden dat tempo, gooi het allemaal los! Word kampioen emotioneel schrijven van Comstock!'
De herinneringen en het fantaseren over Svend gaven haar een gevoel van macht. Macht over Svend om hem buiten te sluiten en pas als het haar uitkomt, alles met hem te kunnen doen. Het uitkauwen van de mogelijkheden was zoiets als de vrije invullingoefening waarmee zij de gaten in Frederick's brief had opgevuld. En als dat allemaal bij haar mogelijk was, kon het dan juist niet enorm uitdagend zijn om op de juiste momenten gaten te laten vallen? Was dit niet de methode om de sinds mensenheugenis bestaande kloof tussen schrijvers en lezers te overbruggen? Coleen Haynes wist zeker dat er een verbond tussen lezers en schrijvers moest komen waarop zij elkaar op basis van gelijkwaardigheid zouden moeten aanvullen, en dat het haar taak was dit pact tot stand te brengen.
Het was niet meer dan logisch dat zij morgen de opdracht over de emotionele detective zou laten varen. Zij zou haar groep in tweeën delen: zij die een tekst schreven waarin zij bewust gaten lieten vallen, en zie die daar als lezers op eigen kracht iets van moesten zien te maken.

De volgende dag stond Coleen voor haar kledingkast en voelde zich op een lekkere manier bloezig. Vandaag zou zij hen het nieuwe lezen gaan doceren. Het nieuwe lezen: zo was zij het gaan noemen.
Pas toen zij op het punt stond haar appartement te verlaten, vond zij de envelop die onder haar deur was doorgeschoven.
____________________________________________________________________________________________________________________

HNL vreet mij op. Na uw Abecedarium, HNL in 10 stappen, zie ik in alles het begin van een verhaal: korte, vluchtige ontmoetingen (de uitreiking van de congresbadge door het meisje van het organisatiebureau achter de receptiedesk), een ongewild opgevangen zin ("Ze zei het met een heel gemeen lachje, en keek toen snel de andere kant op."), een bulderende lach (in een winkel voor emotioneel glaswerk). Het is dramatisch, ik ben niet meer te stoppen.
Sophie Flynders
____________________________________________________________________________________________________________________

Grind
Het begon zo leuk: 'Können Sie jetzt sehen was Sie gemacht haben?' Mijn digitale camera met aan achterzijde het instantbeeldscherm als bruggetje, je moet maar durven. Die middag had zij helemaal voor zichzelf vrij gehouden. Ze was op bezoek bij haar dochter in Rotterdam die getrouwd was met een handelaar in ballastgrind. 'Eerst dachten we fruitpulp, maar later bleek het ballastgrind te zijn. Voor ons maakte dat geen verschil. Elmer is en blijft Elmer.' Voor ik het wist, had ik haar op sleeptouw door de museumdriehoek en lunchten we aan een druk terras langs de Maas. Zij bestelde biefstuk met een kattenlikje satésaus, want het was ten slotte haar dag. Terwijl zij vertelde ontdekte ik telkens een nieuw groefje in haar gezicht. Het was alsof een onzichtbaar maar subliem beiteltje haar gelaat stiekem aan het ciseleren was. 'Je moet weten, het is Elmer's tweede huwelijk. Uit zijn eerste huwelijk stamt Ronny. Een moeilijk handelbare en bij bij vlagen heel agressieve jongen.' Zij heeft er respect voor hoe Jutta, haar dochter, alles in het werk stelt om Ronny's vertrouwen te winnen.
De ergernis begon met het vrijkomen van een tafeltje dat net iets meer zon en uitzicht had. Ze keek ernaar als een campinggast die een zojuist vrijgekomen plekje observeert en zijn kansen afweegt. Toen viel haar oog op de bediendes. Ja, ze zaten strak en goed in de kleren. Dat zag zij graag, heel graag zelfs. 'Maar waar ik niets van moet hebben zijn hardlopende bediendes.' Natuurlijk was er niks mis mee te laten blijken dat je je inspande. Maar het hoorde niet, het was juist een zichtbaar bewijs van onmacht. 'Je zaakjes moet je ook aan kunnen zonder rennen en vliegen.' Af en toe lichtten haar ogen even op als er een afgeladen binnenvaartschip langs voer. Het kwam door de lading, bergen glinsterend grind die de gangboorden onder de waterlijn duwden.
Dulco Nawas, Rotterdam
____________________________________________________________________________________________________________________

Waarde Twan Breewel,

Om u de waarheid te zeggen, ik weet niet hoe ik beginnen moet. De adem stokt mij in de keel. Uw visie op de mens en de literatuur is geniaal. Voor zover ik heb kunnen nagaan heeft er nog nimmer een mens op deze wereld rondgelopen, die zo scherp de menselijke natuur in al zijn facetten heeft doorgrond. Met deze gaven zou u goud geld kunnen verdienen, maar ik begrijp dat dat niet uw bedoeling is.U wil de mensheid helpen gelukkiger te worden. Welnu dat zal in rap tempo geschieden : als alle mensen alleen de eerste hoofdstukken van boeken lezen dan gaan zij veel beter in hun vel zitten, als was het maar omdat ze dan nog tijd overhouden om echt leuke dingen te doen. De wereld van de spelende mens komt dan onder handbereik.
Er zijn natuurlijk nog veel meer voordelen van het nieuwe lezen op te noemen, doch daarvoor ontbreekt nu de tijd.

Nu terzake : uw 'coming-out' als filosoof, literator en wereldverbeteraar en dus als 'homo universalis' heeft mij in de gelegenheid gesteld u te vragen hoogleraar/directeur te worden van een nieuw te vormen faculteit " Nieuw geluk door nieuw lezen".
De eventuele concurrenten voor deze post zult u gemakkelijk verslaan. Indien u belangstelling heeft voor deze grensverleggende functie kunt u bij mij solliciteren. U dient dan 2 zaken aan te leveren :
1. ondernemersplan voor deze nieuwe faculteit
2. de tekst van uw oratie

Hopende dat u mijn aanbod op waarde zal schatten, teken ik met hoge achting,

Prof. Dr. D.C.J.W. van Enthoven
Rector Magnificus
Universiteit Desiderius Erasmus
Rotterdam
____________________________________________________________________________________________________________________

Smiley’s laatste verhoor (3)

God’s eigen zwijmelwonne

Personen: Frederick, Mannetje, Ann
(Op het toneel zijn een bureau uit de jaren vijftig en een salontafeltje met twee canapés geplaatst. Tevens staat er een modern ziekenhuisbed op een hydraulische kolom met pedalen om het bed in hoogte te verstellen en te laten kantelen.
Achter en voor het bureau staat een stoel.
Essentieel is dat op het bureau en op het salontafeltje een lamp staat en dat boven het ziekenhuisbed een tandartslamp hangt. Alle drie de lampen branden, maar niet te fel.
Het decor is verder ingericht volgens De Nijs/Pruvoostachtige aanpak.
Ann ligt in het ziekenhuisbed. Alleen haar grijze haar komt boven de lakens uit.
Fredrick zit achter het bureau, Mannetje op stoel er voor. Op het bureau ligt een glimmende aansteker.)

M: Na de eerste zondeval mocht er alleen nog maar grondwerk gedaan worden. Trapezewerk was uit den boze. Ik heb het allemaal meegemaakt: er voor en er na. Langzaam aan heb ik ze weer salto's leren maken. Mag ik in iemand…
F: Neen. Dat mag niet.
M: Ik vroeg, mag ik in iemand een ander herkennen? Niemand is helemaal onschuldig. Er is u gezegd dat openheid wordt beloond. Er hangt u hier niets boven het hoofd.
F: En ik kan vandaag nog als een vrij man deze kamer en dit gebouw verlaten? Terug naar Comstock Heights?
M: Ja, dat beloof ik u.
F: Dan daag ik u uit. Vertel mij over uw favoriete pijnstiller!
M: Ah! Vroeger, heel vroeger, zou ik gezegd hebben: mijn Ann! Mijn Ann is mijn favoriete zwijmelwonne. Als je haar zag miste je de melodie van een zilveren speeldoos waarop zij zich leek voort te bewegen. Dat bleef ik lang zo vinden. Ook nog toen ik van haar ontrouw wist. Ja, zelfs tot lang nadat zij mij had verlaten.
F: (Pakt aansteker op en bekijkt hem.) To George from Ann with all my love. Maar nu niet meer?
M: (Staat op, loopt naar het salontafeltje en gaat op de canapé zitten. Als M gaat praten dimt de bureaulamp en neemt de lamp op het salontafeltje in helderheid toe. M is gevangen in een stolp van licht.) Mijn favoriete pijnstiller is nu een strofe. Een wanhopige strofe, luister:
Deux amant asis sur la terre
Regardaient la mer
Een strofe onsterfelijk zo lang als ontrouw zal bestaan. Van Lamartine? Rimbaud? Apollinaire? Neen, helemaal mis. 't Komt vanuit het harde graniet waaraan alleen een zwaarlijvige Duitse barokpoëet heeft kunnen beitelen.
(M staat op en loopt naar het ziekenhuisbed. Blijft daar staan en kijkt aandachtig naar Ann. Het licht van het salontafeltje dimt. F wordt nu gevangen in het licht van de bureaulamp dat in helderheid toeneemt.)
F: Ik gun je je pijnstiller. Wil je de mijne weten? Mijn pijnstiller is een combinatie: mij verstoppen in de wasmand van juffrouw Coleen om daar in slaap gesust te worden als zij de solo van de 53e tot en met 65e maat van Bach's Vioolconcert in E-groot speelt. Groot was meester's beheersing dat loopje maar eenmaal te gebruiken. Als je goed luistert hoor je verdriet. Verdriet van een loopje dat weet dat het God’s eigen pijnstiller is. Misschien is dat wel opperste kennis: Gods' eigen pijnstiller is niets anders dan verdriet. En omdat de grote meester dat ook wel wist, dat je daar uiterst behoedzaam mee om moet springen, heeft hij dat loopje maar eenmaal gebruikt in het allegro.
(Licht van bureaulamp dimt, er klinkt zachtjes muziek (solo van 53e tot en met de 65e maat van het allegro van BWV 1042 die telkens herhaald wordt), F gaat op de grond zitten, trekt zijn knieën tegen zich aan om zich klein te maken. Het lijkt daardoor in een kleine ruimte opgesloten te zitten. Lamp boven ziekenhuisbed wordt feller en vangt het ziekenhuisbed en M in zijn sterke schijnsel.)
M (richt zich tot Ann): Weet je Ann, hij is nog zo jong. Hij weet nog niet dat wij hier met z’n allen God’s eigen pijnstillers zitten te zijn. Weet niet dat hij misschien wel spektakel vond in onze laatste wandeling. Langs het strand, lang geleden, weet je nog Ann? Misschien wel zonder dat je het wist raakte je het op één na dierbaarste dat ik ooit heb gehad. Dat andere had je toen al geraakt, in volle omvang. Ach, zei je, die George, die is nu verliefd geworden op een barokpoëet. Een dichter die door geen erger noodlot getroffen had kunnen worden. Te moeten dichten in een verkeerde taal! Na al die jaren geef ik toe dat je gelijk had, Ann. Luister maar:
Deux amant asis sur la terre
Regardaient la mer.
Nou? De inhoud is nog steeds van mijn poëet, niet waar kleine Ann? Maar nu talloos vele malen zoetgevooisder dan het in zijn oorspronkelijke taal kon klinken. En wat denk je hiervan mijn lieve Ann?
Kom naar buiten
Hou alsjeblieft op met fluiten!
Veldertjes willen we plukken
Waarom heeft het ons niet willen lukken?
(M begint wild op de pedalen van het ziekenhuisbed te trappen waardoor het bed met grote snelheid omhoog en omlaag schokt waardoor Ann schuddend op en neer gaat.)
Altijd had je wel iemand bij de hand om zo nu en dan eens je bed op te schudden. Maar nu heb je een permanente beddenopschudder nodig, kan je niet zonder.
(M begint hysterisch te lachen.)
Weet je Ann, ze dobbelden hier in de kliniek om jouw beurt aan hen voorbij te laten gaan. Het omleggen van doorliggende lady Ann-in-coma als strafcorvee! Het was een zucht van opluchting in jou alleen nog maar een grote aan het laken gekoekte vlek te hoeven zien. Er werd gegild om loog en ossengal. Wat als ik nu eens niet gekomen was om te zingen: Kom naar buiten, veldertjes willen we plukken, we zijn jong en niet te stuiten, wie zegt dat het ons niet meer kan lukken?
(M stopt Ann, die half bloot is komen te liggen, liefdevol weer onder de dekens.
M gaat in canapé zitten, draait aan lamp op de salontafel; licht van deze lamp dimt nu verder. Tegelijkertijd gaat boven het bed het licht uit waardoor het podium spaarzaam is verlicht. Plotseling klinkt ernstige ballroommuziek: You and the night and the music, de uitvoering van de Delancy Somers Band met zang van Gerry Fitzgerald. Ann stapt plotseling uit bed. Zij is gekleed in avondjurk en loopt op M toe. M staat op en sluit Ann in zijn armen. Zij dansen vervolgens behoedzaam een wals. Na de wals brengt hij haar terug naar het bed. M gaat weer zitten.
Licht boven bed en van het salontafeltje gaan weer zwak branden.
Nog eenmaal is de solo te horen waarna het allegro van BWV 1042 tot het einde wordt gespeeld.
)
(Einde)

____________________________________________________________________________________________________________________

Zeker weten: Het Nieuwe Lezen is een niet-hinderlijke vorm van shirtjetrekken aan je eigen fantasie.
Lars van Drimmelen, Paterswolde
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen, een feuilleton volgens de principes van Het Nieuwe Lezen in 10 afleveringen - deel 6

6. Blue In Green
Coleen sliep onrustig. De snippers van de brief dwarrelden door haar hoofd als losse scherven die er steeds weer om vroegen herordenend te worden. Wat zij ook probeerde en hoe zij ook schoof, het middendeel van de tekst bleef een blinde vlek. Pas laat in de nacht fantaseerde zij over wat er had kunnen staan. Frederick was er voor teruggeschrokken zijn tekst prijs te geven. Was dat omdat het ontbrekende deel nog duidelijker prijsgaf bij wie Frederick-uit-de-brief als pijnstiller op bezoek was geweest?
Wat had de vrouw-uit-de-brief met hem gedaan om in heviger mate zijn idool te worden? (Waren er wel gradaties in idoolschap? Kon je nog meer idool van iemand worden dan je al was?) Misschien was zij moederlijk voor hem geweest. Zij probeerde zich voor te stellen of Frederick dat op prijs had gesteld en bekeek zichzelf via de ogen van Frederick. Pas toen Frederick met weinig gevoel voor zijn eigen kracht haar tegen zich had aangedrukt, vloeide zij weer terug in zichzelf om onervarenheid te fingeren. Die gemaakte onbeholpenheid die er bijna te dik had opgelegen, gaf Frederick zelfvertrouwen. Kirrend eiste zij van hem dat hij haar eeuwige pijnstiller zou zijn.
’s Ochtends zette zij Blue In Green, het derde en middelste nummer van Kind of Blue op, en ging weer terug in bed. De elkaar afwisselende solo’s van de piano, de trompet en saxofoon klonken zelfbewust en kalmeerden haar. De solo’s propageerden een rotsvast geloof in jezelf te hebben, en je zelfs niet te schamen voor je wildste fantasieën. Blue In Green bood een zelfvertrouwen waarvoor de basis was gelegd door So What en Freddie Freeloader, de twee eerdere nummers.
Coleen aarzelde over welke Frederick zij prefereerde. De Frederick die werkelijk betrokken was bij zoiets als De Pijnstillers, of de Frederick die zijn verhaal van a tot z had verzonnen en waar haar professionele voorkeur naar uit zou moeten gaan.

Coleen kon nog net aansluiten bij de docentenstoet die het auditorium betrad voor de opening van het nieuwe studiejaar. Voorop liep Predo als pedel. Op zijn staf was een verzilverd miniatuurtje van een typemachine aangebracht. (Wat zou vroeger ons symbool zijn geweest, dacht Coleen. Een inktstel? Bungelde er misschien een rol perkament aan?) De studenten bezetten alle plaatsen tot aan de voorste rij. De enige stoel die daar nog vrij was, stond aan het gangpad. Op het laatste moment zag Coleen dat zij naast Becky Arsenault aanschoof.
‘Vind je het erg als ik naast je kom zitten?’ Het was de eerste keer dat zij elkaar weer zagen nadat Becky haar alles had verteld. Becky was het geweest die haar bij de arm had gepakt om haar met een ‘nu ontloop je mij niet meer’ aanpak mee te trekken naar een bank in het park.
‘Natuurlijk niet,’ zei Becky terwijl zij Coleen een tikje op haar arm gaf. Ze benadert mij met zo’n sportieve niks-aan-de-hand-vrolijkheid alsof ik de bedrogen echtgenote ben die er doorheen gesleept moet worden, dacht Coleen.
De pedel sloeg drie keer met zijn staf op de grond als teken dat het hoogleraarkorps in aantocht was. Svend voerde de tocht aan. Hij probeerde statig te lopen en keek gespannen naar de katheder. Het was zijn beurt om Comstock’s studiejaar plechtig voor geopend te verklaren. Coleen keek schuin naar Becky om te zien of zij Svend’s spanning ook had opgemerkt.
Svend’s thema was de recente kritiek op Comstock’s schrijfonderricht. Kritiek die gericht was op de methodische wijze van werken om in drie jaar tijd studenten klaar te stomen voor alle geledingen van het schrijfwezen.
‘Velen zeggen dat wij u programmatisch leren schrijven. En dat het schrijven volgens een bepaalde methodiek verwerpelijker is dan censuur. Ja, leer mensen schrijven zoals in je straatje past, en je maakt censuur juist overbodig. Maar weet dat Comstock u niet meer dan techniek aanreikt. Uiteindelijk bepaalt u wat daarmee gedaan wordt nadat u bent uitgezwermd over uitgeverijen, de journalistiek, de tekstbureaus of wellicht het vrije beroep van het schrijverschap.’
Svend begon zich steeds meer op te winden. Coleen wist dat hij moeite had met elegant afronden. Een formulering te bedenken waarmee hij zich even in een parkeerhaven kon manoeuvreren. Becky staarde nog steeds naar haar man met een bijna kinderlijke bewondering. Jezus, dacht Coleen, ik ben de enige die met hem meelijdt, ben de enige die weet wat er in hem omgaat.
Na afloop wilde zij weglopen maar Becky bleef aan haar klitten. Zij bleef zelfs bij haar staan toen Svend hen had gezien.
‘Hoe vonden jullie het gaan?’
Coleen keek naar zijn nog natrillende vingers. Het was de eerste keer dat Svend weer iets tegen haar had gezegd, ook al moest zij dat met een ander delen.
____________________________________________________________________________________________________________________

Het Nieuwe Lezen werkt handje-contantje: mijn eigen winmomenten zijn na het Abecedarium niet meer op de vingers van een hand te tellen.
NN
____________________________________________________________________________________________________________________

De minder prettige kanten
Het pijnlijkste is misschien nog wel dat ik het Kirsten heb verweten. Ik ben ervan overtuigd dat als ik het voorzichtiger had aangepakt, het bij mijzelf minder vast had gezeten. Dat de schaamte niet onverdraaglijk was geweest en ik er nu al met mijn eigen collega’s over had kunnen praten. ‘Schrijven,’ riep er een. ‘Kom Telsa, doe zoals jijzelf altijd propageert: durf je het niet te vertellen, schrijf het dan op!’
Kirsten was tijdens haar proefverlof iets heel anders gaan doen, zo bleek uit het overdrachtsdossier. Op die beslissing was niets aan te merken geweest. Zij keerde om goede redenen niet terug naar het behandelinstituut waar zij werkzaam was geweest, maar liet zich aanstellen als invalbeambte bij de burgerlijke stand, afdeling trouwen. Een veilige werkomgeving naar het oordeel van het behandelteam.
Het ging mis door het gejammer van haar collega’s. Collega’s die zich eraan ergerden iedere keer de privacy van mensen die elkaar hun jawoord geven, opgedrongen te krijgen. Dat vonden ze heel ver gaan. Er ontstond een klagerige sfeer die een epidemisch karakter kreeg: dat het werk op zich leuk was, maar dat er toch wel minder prettige kanten aan het ambtenarenschap burgerlijke stand verbonden waren. Iedere keer ongevraagd opgezadeld te worden met van die levensmomenten van anderen, dat was toch niet mis. Kirsten regresseerde onmiddellijk en haar heropname stond in het teken van een crisis.
Na haar terugkomst nam ik Kirsten onder mijn hoede. Tijdens de beginsessies keek zij permanent naar het tafelblad alsof zij daar puzzelstukjes zag liggen. Een regelmatige flikkering in haar ogen verried dat zij weer een stukje had gevonden. Er ontstond een repeterend effect van ogen die oplichtten, uitdoofden en weer oplichten op de momenten waarop zij weer een stukje van de puzzel gevonden leek te hebben.
Zij begon te praten tijdens de vierde sessie. Eerst met korte en hortende zinnen. Alsof zij van lantaarnpaal naar lantaarnpaal vluchtte om zich vast te klampen. Telkens zocht zij mijn bevestiging. Ik gaf haar die niet te snel, wilde haar echt zover mogelijk laten komen. Gaf pas schouderklopjes als ze bijna het snakken voorbij was. Zo loodste ik haar naar de doorbraak waarna zij begon te praten over haar professionele obsessies.
Het was begonnen met een doodsgraver. ‘Hij vond dat hij een prachtig beroep had, met veel noodzakelijke aandacht voor decorum. Maar iedere keer ben jíj het weer die geconfronteerd wordt met de eindigheid des levens. Dat bleef hij maar herhalen. Hij vond dat een minder prettige kant van zijn vak.’
Daarna volgden de treinmachinist en de kaartjescontroleur. Allebei waren ze van hetzelfde bedrijf en beiden pasten in hetzelfde stramien. De een was bereid het beste in zichzelf aan te spreken om met treinen te rijden, maar kon de druk niet aan dat ook op tijd te doen. De kaartjescontroleur vond kaartjes controleren op zich een feest, maar geconfronteerd te worden met zwartrijders vergalde dat weer.
De landmeter die zij onder haar hoede kreeg, was overspannen geraakt omdat het iedere keer weer op hem aankwam de grootte van een perceel te bepalen, en exact aan te geven waar de grenzen liepen. ‘Ja, lekker, zei hij, en steeds maar weer verzeild raken in een burenconflict,’ riep ze uit terwijl ze zijn stem imiteerde. ‘Dat zijn toch echt de minder prettige kanten van mijn werk!’
De beroepsmilitair had haar het laatste zetje gegeven. Hij was overspannen geraakt van de mogelijkheid erop uit te moeten in het geval van een gewapend conflict. Dat verstoorde bovendien op onaanvaardbare wijze de departementale planning- en controlcyclus waaraan hij juist gehecht was geraakt. ‘Ja, op zich is het beroepsmilitairschap een eervol vak, maar op missie te moeten gaan zou er niet bij inbegrepen moeten zijn.’ Zij deed hem wild gesticulerend na, waardoor ik de indruk kreeg dat zij hem was gaan haten.
Heel voorzichtig vroeg ik: ‘Maar dit is toch je vak? Het is toch jouw taak deze mensen in een tragische levensfase terzijde te staan?’ Ik weet zeker dat ik het zei op een manier waarin onvoorwaardelijk mededogen doorklonk. Toen zij mij boosaardig cynisme verweet, knakte er iets in mij. Niet omdat dat niet zo was, maar vooral omdat ik faalde dit te maskeren.
Ferry Colmar, Etten Leur
____________________________________________________________________________________________________________________

Het Nieuwe Lezen is pasmunt voor je eigen fantasie!
Maddie Decaluwé, Wilnis
____________________________________________________________________________________________________________________

Smiley's laatste verhoor (2)
‘U bent door de gebeurtenissen van deze morgen waarschijnlijk bijzonder verrast?’
Ik liet hem in het ongewisse en antwoordde niet.
‘Ik ben hier in geen jaren geweest,’ zei hij eindelijk en beklopte zichzelf met trage gebaren alsof hij iets in zijn kleding zocht. De aansteker die hij uit zijn broekzak haalde, wreef hij op tegen de mouw van zijn jasje.
‘Hoe hebben ze u hier naar toe gebracht?’
‘In een busje met het opschrift Ongedierte Bestrijding.’ Ik hoopte dat dit antwoord hem zou choqueren.
‘Werkelijk? Gebruiken ze die nog steeds? Maar 't zegt mij niet veel. Weet u dat ze na de eerste zondeval ook zijn blijven rondrijden in busjes met het opschrift Ongedierte Bestrijding? Wie weet hoeveel zondevallen er al wel niet geweest zijn?’
Plotseling richtte hij zich op en keek belangstellend om zich heen alsof hij zich ervan wilde vergewissen dat hij in de goede kamer zat. De aansteker zette hij gedachteloos voor zich op het bureau.
‘Alles hebben ze gelaten zoals het was, zelfs het bed staat er nog.’
Voor het poetsen van zijn bril gebruikte het mannetje de zijden voering van zijn stropdas. Door zijn vochtige, naakte ogen zag hij er tobberig en kwetsbaar uit.
‘Weet u waarom u hier bent?’ Hij zette zijn bril weer op en keek mij scherp aan.
In plaats van te antwoorden pakte ik zijn aansteker. To George from Ann with all my love stond erin gegraveerd. Aan de onderkant zat een buts, alsof de aansteker ooit hard op plaveisel was gevallen.
‘En kom mij nu niet aan met het verhaal dat wij u verdenken de stad Londen geïncriminaliseerd te hebben in uw verhaaltjes. Zand erover. We moesten een aanleiding hebben om u te pakken te krijgen. God zij dank hebben de Lantaarnaanstekers u precies op tijd uit de handen van Bailey ontfutseld. Dankbaarheid verwacht ik niet, wel volledige openheid van zaken.’
‘To George from Ann with all my love,‘ las ik van de aansteker op.
Zijn gezicht werd plotseling star, naar binnen gericht alsof hij door zorgen werd overmand. Hij leek het een tijdje voor gezien te gaan houden.
Ik klipte de aansteker open en draaide aan het rotortje, maar de aansteker was kennelijk leeg.
‘Ik ben gestopt met roken. Jaren geleden, moest van de dokter. Maar die aansteker is mij nog steeds dierbaar, draag hem altijd bij me. Uiteindelijk heb ik hem toen toch opgepakt. Lang, heel lang geleden. Dan weet u dat ook.’
‘Ik moet wat weten?’
‘Men heeft mij gerapporteerd dat u Karla kent. Ontken het maar niet.’
Ik zette de aansteker op de glazen plaat van het bureau, tussen ons in. Maar ver genoeg van het mannetje vandaan. Hij zou er niet bij kunnen zonder eerst op te staan. Ik zag aan zijn gevoelige ogen dat hij het verschil in afstand had opgemerkt, en dat als hij opstond om de aansteker te pakken, hij daarmee op 1-0 achterstand zou komen.
‘U lijkt op hem.’
‘Op wie lijk ik?’
‘Op Karla, alias Zandman, alias Gerstmann.’
‘Op iemand lijken is geen reden om iemand ook te kennen.’
‘Ah, u geeft het toe dat u op hem lijkt!?’
‘Ik ben ook gestopt met roken,’ zei ik, want ik zag dat hij nog steeds angstvallig naar zijn aansteker keek. ‘Maar als er een van ons ooit nog'ns zou besluiten weer te gaan roken, dan ben ik het.’
Het werd tijd om verwarring te zaaien.
____________________________________________________________________________________________________________________

Zij die HNL-vaardig zijn, komen vier- à vijfmaal zover.
Eco-Jan ter Voorst, Bloemendaal
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen, een feuilleton volgens de principes van Het Nieuwe Lezen in 10 afleveringen - deel 5

5. Verboden brief
Coleen zat aan haar tafel en staarde naar de gitzwarte vlekken op het grasveld. Iedere avond streken de raven van Comstock voor haar raam neer om de schemering aan te kondigen. Ze bleven zitten op de plek waar ze geland waren, draaiden wat met hun kopjes en observeerden elkaar met een ernstige glimlach. Vaak fantaseerde ze samen met Svend over wat de vogels dachten, en soms sloten ze een weddenschap af op welke als eerste weer zou opvliegen. Want zo ging het altijd. Om een onverklaarbare reden steeg een van de vogels op (misschien hun leider, en was dat dan iedere dag dezelfde vogel?) waarna de andere volgden om met een oorverdovend lawaai uit te zwermen over het park van Comstock waar ze de nacht doorbrachten.
Voor haar lagen de papiersnippers zoveel mogelijk weer in elkaar geschoven. Ze liet zich leiden door de randen van de snippers en had het niet aangedurfd al lezend tot ordening te komen. Het verbodene wilde ze zo lang mogelijk uitstellen. Wat is er mis met het oplossen van dit puzzeltje, dacht ze, ik lees toch nog niet? De hoeken waren het gemakkelijkst geweest, maar tot haar verbazing waren er onvoldoende snippers om tot een geheel te komen.
Ze ging in gedachten terug naar het laatste werkcollege. Haar studenten waren zoals altijd vlak voor de vakantie, opgewonden geweest. Bovendien had de percussieclub een pindaweekend gehad. Dat waren momenten waarop vriendschappen gesloten of verbroken werden. Coleen had gehoopt dat dat hun inspiratie had gegeven om de stap te kunnen zetten naar een nieuw soort opdracht. Misschien had zij zich in Frederick vergist, en was hij nog lang niet klaar geweest om helemaal onder zijn eigen regie een avontuur aan te gaan met zijn idool. Hij was in de war, had wild het vel uit de wagen van zijn typemachine getrokken en verscheurde het terwijl hij het lokaal uitrende. Zij kon nog net zien dat hij in de gang met een woedend gebaar de snippers in de afvalbak gooide. Had hij toch niet alles weggegooid, of had zij later die middag niet alle snippers uit de bak gegrist?
Eigenlijk gaf dit haar het zetje. Want als zijn brief niet compleet meer was, hoe kon zij dan zichzelf verwijten een verboden brief te lezen? Nu was het niet meer dan het fantaseren over hoe de brief geluid zou kunnen hebben. De eerste alinea’s waren goed te lezen.

“ Weet je dat ik net zo gespannen was als jij? Ik was al geschrokken toen ik hoorde dat ik naar jou toe moest! Het werd allemaal nog erger toen ik in je ogen dacht te lezen dat het voor jou de eerste keer was.
Even twijfelde ik of ik het financiële deel maar niet moest overslaan. Want mijn idool, mijn eigen idool die mij pardoes in de schoot wordt geworpen! Toch deed ik dat met opzet niet. Het zou niet goed zijn. Ik zou via een omweg - en zonder dat je je het realiseerde - op een heel gemene manier nader tot je komen.
‘Hoe wil je betalen? Ik geef de voorkeur aan cash, geen cheques, maar dat zul je wel begrijpen,’ zei ik daarom maar meteen.
Je liep van me weg, verder de kamer in. Tegen de achtergrond van het raam bleef je staan. Het licht deed pijn aan mijn ogen, maar dat was het waard. Ik zag je silhouet zoals ik je eeuwig zou willen herinneren.
‘Ja, ik vind het zelf ook vervelend,’ zei ik snel. ‘Maar hoe eerder we het zakelijke deel achter de rug hebben, hoe eerder het lijkt alsof het niet heeft plaatsgevonden. We stappen dan in op de variant dat we met elkaar bij Maisel’s of Facts & Figures aan de praat zijn geraakt.’
Je moet weten dat we in dat soort technieken worden onderwezen bij De Pijnstillers. Net zoals het ons op het hart wordt gedrukt iedere keer weer te zeggen dat het ook voor ons de eerste keer is. Ik weet niet of dat in dit geval als een leugen telde. Aanvankelijk dacht ik van wel, omdat jij mij iemand leek aan wie zo’n leugen de eerste keer wordt voorgeschoteld. Je zou het hebben kúnnen geloven. Maar door wat er daarna gebeurde weet ik niet meer zeker of ik wel of niet loog.”

Hierna viel het middendeel van de tekst weg. Coleen’s ogen zochten gelijk het laatste deel van de brief.

"........in een keer beide ritsen van je strakke rok neer beneden te doen, vond ik het meest opwindende deel. Want ook al is dat grijze rokje niet superelegant, in niets anders komt je lichaam zo perfect uit.
Je zult je wel afvragen hoe ik mijzelf nu zie. Vaak vragen vrouwen mij dat tijdens het nadouchen. Op een of andere manier worden dan pas de intieme vragen gesteld. Ik weet niet of je bewust die vraag hebt overgeslagen. Het zou je sieren als dat wel het geval was omdat je inmiddels weet wat voor nonsens er dan volgt. Maar had het toch maar gedaan. Dan had ik je kunnen vertellen dat de naam De Pijnstillers niet eens zo gek gekozen is. Je vergeet hem niet snel, maar belangrijker is dat ik erin geloof. Ik stel er werkelijk eer in dat effect bij mijn cliënten te bereiken. Hoe ik jou nu zie? Misschien ben je door alles wat je zei en wat je van mij verlangde misschien wel meer idool voor mij dan je ooit al was.
Voor altijd je Frederick”

Toen Coleen weer opkeek waren de raven verdwenen.
____________________________________________________________________________________________________________________

Een goed gelezen eerste hoofdstuk staat symbool voor wijsheid en kracht.
Meester Stokreeff, Markelo
____________________________________________________________________________________________________________________

Smiley's laatste verhoor (1)
‘Brengen we hem naar de ruziezaal of gaat hij gelijk naar zijn kamer?’ vroeg de begeleider die gechauffeerd had aan de verdiepingswacht.
Via het glibberige wegdek van Bayswater Road en Piccadilly waren we via Shaftesbury Avenue eindelijk uitgekomen op Charing Cross Road. We reden de parkeergarage binnen onder het gebouw van waaruit je een magnifiek uitzicht hebt op alle acht of negen ongelijke straten en straatjes die zonder aanwijsbare reden Cambridge Circus tot hun trefpunt hebben gekozen.
De ondergrondse garage stond vol met busjes met het opschrift Ongedierte Bestrijding.
De chauffeur parkeerde met veel moeite in een van de weinige nog vrije parkeerplaatsen, naast een gedeukte, groene Bedford met een ladder op het dak. De Bedford was in geen jaren gebruikt want er lag een dikke laag stof op en de ruiten waren vaal. De parkeerkolom waarin het groene busje stond was van zijn omgeving afgescheiden door witgeel tape.
De portier kwam pas uit zijn loge nadat mijn begeleiders hem hadden toegefluisterd dat zij naar de vijfde verdieping wilden. Hij sprong op en salueerde wild om zijn lamlendigheid goed te maken. Met een lange zilverkleurige sleutel deblokkeerde hij de knop van de vijfde etage.
Op de vijfde verdieping stond de verdiepingswacht ons op te wachten.
‘Naar de ruziezaal of gelijk naar zijn kamer?’ Mijn beide begeleiders maakten aanstalten om met mij tussen hen ingeklemd de etage op te lopen.
‘Ik kan het alleen wel af,’ sprak de verdiepingswacht kortaf. Hij reikte met zijn hand in de lift om de knop naar de benedenverdieping in te drukken. Net op tijd trok hij zijn arm terug.
‘Ongelooflijk incompetent,’ zei de verdiepingswacht en wees naar de liftdeur waarachter mijn begeleiders waren verdwenen. ‘Zo ontstellend onprofessioneel. Het is nu voor u helaas geen geheim meer wat hier de mogelijkheden zijn.’
In de gang op de vijfde verdieping hing een serene rust. Het zeil glom en het rook er boenerig. Boven elke deur waren een rood en een groen lampje aangebracht. We bleven staan voor de deur waarvan het groene lampje brandde.
‘Gaat u hier binnen, hij komt zo.’
De lambrisering maakte de kamer donker waardoor hij minder groot leek. De inrichting was zoals ik had verwacht. In het midden van de kamer stond een bureau uit de jaren vijftig met twee bakelieten telefoons. Midden op de glasplaat lag een glazen bol als presse-papier. In plaats van in de stoel ervoor, ging ik in de zwenkstoel achter het bureau zitten. De stoel had zo'n onhandige vorm die vroeger voor hyperfunctioneel doorging. Toch zat hij lekker, want hij schommelde en kon in alle richtingen draaien.
Vanuit mijn comfortabele positie had ik zicht op de deur en de rest van de kamer. Pas nu zag ik dat in de hoek een bed stond dat van elke romantiek was gespeend. Het ziekenhuisbed stond op een hydraulische kolom met pedalen om het bed te verstellen in hoogte en stand.
Het mannetje dat zonder te kloppen bijna geruisloos was binnengekomen, merkte mij aanvankelijk niet op. De kraag van zijn regenjas sloot vlak onder zijn omvangrijke onderkin. Pas nadat hij zijn jas, bolhoed en paraplu aan de kapstok had gehangen en op het bureau toeliep, zag hij mij.
Zijn te korte benen stokten. Het leek alsof hij werd overvallen door grote besluiteloosheid. Na lang aarzelen ging hij zitten in de stoel tegenover het bureau. In zijn welbewust gekozen houding kon hij veinzen zich toch vooral te concentreren op de kaart van Duitsland die de muur achter mij besloeg.
‘U bent door de gebeurtenissen van deze morgen waarschijnlijk bijzonder verrast?’ zei het mannetje. Heel voorzichtig zochten zijn ogen mij op.
____________________________________________________________________________________________________________________

Het Nieuwe Lezen leidt tot een rijker innerlijk leven.
Van Paridon, Amsterdam
____________________________________________________________________________________________________________________

Happy Hour (Oom Putzi 2)
De laatste keer dat ik oom Putzi zag was in Nice, waar hij als Rivièra-oudje was neergestreken.
Iedere dag ging hij naar Café de Paris in het oude stadsgedeelte. Tijdens Happy Hour probeerde hij een praatje aan te knopen met jongens die misschien wel nooit echt binnen zijn bereik hadden gelegen. Hij deed dat onder de camouflage van het gezelschap van brutale oude vrouwtjes die schaamteloos de soepele lichamen met hun schichtige kraaloogjes aftastten.
Zijn verzameling messen had allang afgedaan. Het waren nu schoenen die hem het stramien van houvast en ordening boden. Voor iedere dag van de week had hij een ander paar, allemaal van gevlochten leer.
Hij lag languit in z’n relaxfauteuil toen ik hem kwam ophalen. Over de neuzen van schoenen van wit gevlochten leer, keek hij naar een programma over kartonjutters in Argentinië. Het geluid had hij afgezet om gelijktijdig te kunnen genieten van liedjes van Guy Béart.
Hij had zich helemaal opgetut. Er gaapte een zee van ruimte tussen zijn ingevallen nek en het gesloten overhemdboordje. Ik zei hem dat het een dag was om zijn bovenste knoopje los te laten, dat hij zich om mij niet verplicht moest voelen een stropdas te dragen.
‘Ik ben geen dertig meer,’ antwoordde oom Putzi kortaf. Ik grapte dat hij zich juist onderscheidde door datgene te doen wat al zijn leeftijdsgenoten nalieten. Zo niet jong, hij zou er toch in ieder geval trendy uitzien. 'Er wordt u dan vast weer eens iets in de schoot geworpen.'
Toen hij terugkwam uit de slaapkamer staken zijn overhemdboorden als de vleugels van een Concorde over de revers van zijn blazer.
Er waren lange stiltes die ik niet ongemakkelijk vond, eerder vredig. De obers reageerden onmiddellijk op zijn tikken tegen de rand van zijn glas. Hij deed dat met zo’n waardigheid als waarmee je bij de juwelier na lang aarzelen een kort tikje tegen het sieraad van je keuze geeft.
Ik wilde hem vragen wat hij met zijn messencollectie had gedaan. Toch durfde ik dat niet, ook al bewogen zijn gevlochten schoenen onder de tafel als speelse puppies.
Wanda Boersje, Utrecht
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen: mogen wij ons wagen aan het ontbrekende derde deel?
Debbie van Noort, Ellen Overhage en Wim de Bree: HNL-groep Leiden
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen, het vierde deel van de feuilleton: heb ik niet ook recht op het derde deel?
Peet Abspoel, Nieuw Ankerveld
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen, een feuilleton volgens de principes van Het Nieuwe Lezen in 10 afleveringen - deel 4

4. Freddie the Freeloader
Coleen was heel Comstock door geweest op zoek naar Kind of Blue. Eindelijk vond zij de LP op de muziekafdeling van Maisel’s waar zij pas laat had geluncht. Op het universiteitsterrein nam zij een omweg door de verlaten mensa om Svend en Becky niet tegen het lijf te lopen. Zij was nog steeds woedend na de onverwachte en pijnlijke ontmoeting. Zij begreep nog steeds niet hoe uitgerekend Svend had nagelaten haar voor te bereiden. Desnoods met een zuinig briefje tijdens de vakantie. Svend die altijd zo open was geweest over wat hij bij haar vond en de dilemma’s die hem pijnigden. Hij moest al vorig studiejaar de voorbereidingen voor hun overkomst hebben getroffen, want het grote gezinsappartement was voor de Arsenaults gereed geweest.
Svend had zich gedragen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat hij samen met zijn vrouw en de kleine Carl naar Comstock was teruggekeerd. Probeerde een sfeer te scheppen alsof beide vrouwen elkaar al heel lang kenden, wat misschien ook wel zo was. Want het was beslist een Becky die zij al heel lang in gedachten had gehad. Iemand die de kracht of misschien wel de moed niet had om Svend uit zijn gefixeerde buien te halen. Iets wat zo nu en dan nodig was om hem afstand te laten nemen. Dat lukte alleen als je met zijn felle verzet wist om te gaan, en daar leek Becky haar de vrouw niet naar. Het blonde knulletje was vrolijk en nieuwsgierig op haar komen toe dribbelen.
Coleen waadde in de lange ruimte die altijd zo donker was geweest, door een zee van licht. De massief houten etenstafels in de mensa waren allemaal vervangen door tafels met bladen van wit formica. Door de onverwachte frisheid voelde zij zich zweven.
In haar appartment legde zij Kind of Blue op de draaitafel. Pas nu, na drie dagen, durfde Coleen in de prullenmand onder haar werktafel te kijken. De papiersnippers lagen er nog. Het was onzin geweest te hopen dat iets of iemand anders de beslissing voor haar had genomen.
Misschien kwam het door het ritme en de simpele melodie van Freddie Freeloader (Frederick heette hij, schoot het met een schok door haar heen), het tweede nummer van Kind of Blue. De melodie zette de mysterieuze fluistercampagne over optimisme en verlangen van het eerste nummer voort. De muziek leek het met zijn boodschap op haar gemunt te hebben. Het stelde haar gerust waardoor ze in gedachten terug durfde te gaan naar haar laatste werkcollege. Frederick had haar aangekeken met dierlijke ogen. Ogen die knipperden waardoor zij op dieren leken die zich in struikgewas wilden verbergen. Maar in plaats van ruig en compromisloos in te stappen op de fantasie waarin zij Frederick omhelsde en zijn hoofd met het borstelige dikke haar tegen zich aandrukte, had zich eenzaamheid in haar genesteld. Zij keek naar haar studenten en besefte dat zij tegen haar opkeken en terecht verwachtingen mochten koesteren. Die middag had zij voor het eerst die afstand gevoeld.
De opdracht die ze hen had gegeven was heel eenvoudig. Neem je idool in gedachte. Ga er vanuit dat hij of zij hier in Comstock is neergestreken voor een kort verblijf. De enige die hij of zij wil zien ben jij! Beschrijf in een brief de herinnering aan de ontmoeting op een zo zintuiglijk mogelijk wijze. Doe dat zoals altijd weer zo geloofwaardig mogelijk en vergeet vooral de beschrijving van de lichtinval niet, had zij er nog aan toegevoegd. In het eerste jaar mochten de studenten hun verhaal nog met potlood in klad versie schrijven alvorens de definitieve tekst uit te typen. Zij had hen een kwartier gegeven. Pas op het hoogtepunt van het ratelen van de schrijfmachines kwam zij enigszins tot rust.
Het was begonnen toen de beurt steeds dichter naar Frederick toe sloop. Zijn ogen bewogen als woeldieren die zich wilden ingraven. Plotseling verscheurde hij zijn brief en rende de zaal uit.
Zij luisterde voor de tweede keer naar Freddie Freeloader en keek naar de snippers die voor haar op tafel lagen. Zij had met Svend willen praten over Miles Davis, over de jongen en wat zij nu met de snippers zou doen.
____________________________________________________________________________________________________________________

Oom Putzi
Soms zie ik ’s ochtends in het theezakje dat ik de avond ervoor op de etenstafel heb gegooid een vlieger met een kronkelende staart. Moet daar altijd aan denken als ik de hele nacht in het ratelen van de regen oom Putzi’s geklappertand heb gehoord. Want zo herinner ik mij hem: als iemand die het altijd koud heeft.
Zelfs lang na zonsondergang hing de hitte nog als een deken boven het strand van Calvi. Maar het meest lichte briesje deed hem op die avonden al klappertanden. Hij knoopte zijn Hawaï overhemd helemaal dicht en trok zijn schouders op alsof hij zich unheimisch voelde.
‘Kijk omhoog, oom Putzi,’ zei ik dan om hem op te vrolijken, ‘kijk naar de vliegers die als theezakjes door de lucht gaan.’
In plaats van naar de hemel te kijken, zocht oom Putzi naar zijn colbertje. Uit de binnenzak haalde hij het fotoboekje dat hij altijd bij zich droeg. Maar in plaats van wij, zijn familie, huisde daarin de fotocollectie van zijn messen met verzamelaarswaarde. Kijken daarnaar stelde hem om een of andere reden gerust.
Wanda Boersje, Utrecht
____________________________________________________________________________________________________________________

Wie heeft er nu eigenlijk het laatste woord of, anders gezegd, wie kan worden beschouwd als laatste autoriteit als het om tekstduiding gaat? Is dit de schrijver als producent van die tekst, of de lezer als eindgebruiker?
Dit is in korte bewoordingen de strijdvraag tussen twee stromingen waarbij de controverse vorm-of-inhoud als een licht verschil van mening in het niet valt. Het Nieuwe Lezen (HNL) haakt in op die fundamentele strijd.
De objectivisten schrijven doorslaggevende betekenis toe aan de schrijver, althans, beschouwen zijn tekst als de enig kenbare bron waaruit te putten valt. De subjectivisten vragen aandacht voor het feit dat een lezer vrij is de tekst te interpreteren op een wijze zoals hem goeddunkt. Dan blijkt als snel dat de lezer ook de geschreven taal vanuit zijn eigen emblematische historie ondergaat. Iedere lezer ervaart de tekst op unieke en onvergelijkbare wijze.
Beide stromingen hebben jarenlang geprobeerd elkaar het gelijk uit handen te spelen.
Tussenconclusie: schrijvers zijn schrijvers, en lezers lezers - het is waard aan ieder van hen afzonderlijke aandacht te besteden - gewapende vrede.
HNL gaat een stap verder (overigens op een volgens mij nog niet eerder beproefde wijze). Het fuseert als het ware de beide werelden van de objectivisten en de subjectivisten.
Ogenschijnlijk speelt HNL de objectivisten in de kaart door de tekst van het-eerste-hoofdstuk als objectieve instantie te accepteren.
Maar daarna wordt de lezer uitgedaagd het verhaal zelf te ‘bedromen’ - zoals dat zo mooi heet in HNL-taal. Dit kan alleen maar bij de gratie van eerste-hoofdstukken waaruit de aanknopingspunten als spattend grind tegen je opslaan.
Waar blijven die hoofdstukken?
Sanne Bomas, Almere
____________________________________________________________________________________________________________________

Met een goed geschreven eerste hoofdstuk maakt het niet uit of je onder een bloeiende tak in de lente of onder een boom in november zit!
Orhan Izmit, Hengelo
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen, een feuilleton volgens de principes van Het Nieuwe Lezen in 10 afleveringen - deel 2

2. Citroenplanten en typemachines
Coleen’s appartement op de derde etage van het hoofdgebouw van de campus was langer dan een maand afgesloten geweest. Het rook er muf.
Mijnheer Predo, de conciërge van Comstock University, was verrast doordat Coleen veel eerder dan afgesproken haar planten bij hem was komen terughalen. Zwijgend was hij over de ingewanden van een Remington gebogen blijven zitten om de hamertjes te reinigen, en had haar het gevoel gegeven dat zij hem een verklaring schuldig was.
‘Ik zal de geur ervan missen, Coleen,’ had hij gelukkig toch nog gezegd. Ieder jaar zei hij dat, net zoals als hij ieder jaar naliet een van de citroenplanten te stekken.
Zij had de twee Converse reistassen bij hem achtergelaten en was met de citroenplanten tegen haar borsten gedrukt (de plantensproeier bungelde aan haar wijsvinger) naar haar kamers gelopen.
Ik probeer te ruiken of er nog een zweem hangt van alles wat ik zes weken geleden achter mij heb willen laten, wat ik mij voornam om te doen en waar ik vurig op hoopte, dacht Coleen. Zij stond in het midden van de woonkamer met haar gezicht naar de werktafel waarachter kreukelende gordijnen hingen (vreemd, ik ben er zeker van de tafel van de vensterbank te hebben getrokken om het gordijnlood voldoende ruimte te geven), een beetje wijdbeens zoals je je voorbereidt op een onbekende hond die op je toeloopt. Niet wetend of je je moet instellen op aaien of teweerstellen.
Zij liep eindelijk naar de zitbank toe en streek met haar hand over het gladde suède. Zij verbeeldde zich een kuiltje te voelen waar haar knieën zo vaak hadden gerust. Op de manier zoals Svend haar dat graag had zien doen, het liefst gekleed in haar grijze rok met twee ritsen die over de zij liepen. Spelbederf noemde mijnheer het toen ik dat de laatste keer naliet. Nam het mij eigenlijk kwalijk en wilde dat ik mij alsnog omkleedde. De sfeer was niet meer teruggekeerd toen wij het weer helemaal van begin af aan speelden. Opzettelijk spelbederf, de beste methode om te testen of hout werkelijk kan branden. Als ik nu de ramen opengooi, is ook dat voor goed verdwenen.
Zij liep de trappen af, terug naar Predo’s kamer, om de christusdoorn te halen. Predo zat weer over een volgende patiënt gebogen. Met een tang stelde hij de basculebalans van een Adler bij. Zij gooide haar reistassen over haar schouders en pakte de doornige plant op die zij als een valse kat van zich afhield.
‘Je bent de eerste die terug is, Coleen.’ Predo draaide zich pas naar haar toe nadat hij dit had gezegd. In zijn waterige donkere ogen leek veel meer verborgen te liggen dan enkel die constatering. Misschien denkt hij wel mij een verklaring schuldig te zijn, dacht Coleen. Voelt hij zich betrapt nu ik zie dat hij pas op het allerlaatste moment toekomt aan het opknappen van het schrijfmachinepark. Hij tobt net zoveel met deze ongebruikelijke situatie als ik.
____________________________________________________________________________________________________________________

Pijnstillers voor Coleen, een feuilleton volgens de principes van Het Nieuwe Lezen in 10 afleveringen - deel 1

1. So What
Misschien moet voor een goed begrip van Het Nieuwe Lezen teruggegaan worden naar een van de moderne universiteiten aan de zuidwestkust van de Verenigde Staten in de zestiger jaren. Om precies te zijn naar Comstock University in het jaar 1959.
Miles Davis haalde in dat jaar met Kind of Blue een streep door het ferment van oningeloste beloftes en liet in opgevoerde luchtdruk een nieuw begin horen.
Coleen Haynes maakte kennis met Kind of Blue bij haar oom Matthew, eigenaar van een reparatiebedrijf voor combines. In de werkplaats klonk het fabelachtige So What (als eerste nummer van de LP al op voorhand bekroond) uit de geluidsboxen van de radiodistributie. Na de eerste maten keek iedereen even omhoog alsof het geheim van de muziek kon worden verklaard door de glinsterende bekleding van de boxen die hoog opgehangen waren aan de stalen binten waaromheen de reparatieloods was gebouwd.
Het jaarlijkse zomerverblijf bij haar familie in Fairmont was allang weer een midwestzomer die niet zou brengen wat zij ervan had verwacht. Tot die conclusie kwam zij altijd wat abrupt. Coleen weigerde dit oordeel het resultaat te laten zijn van een glijdende schaal waarlangs zij voetje voor voetje tot het inzicht kwam dat haar verblijf een verveelde vakantie was geworden, vervolgens een plichtpleging, om dan uiteindelijk te concluderen dat er niets meer te hopen viel.
Coleen keek naar haar oom en vond dat hij de enige was die niet in het niet viel tegen de achtergrond van de enorme landbouwmachines. De enige was die zich staande kon houden bij het denderend geweld van katrollen, graangrijpers en blinkende dorsvlegels die straks in beweging zouden komen. De geulen in zijn handen waren doortrokken van smeervet en olie, en glansden zwart. Zij stelde zich voor dat die geulen zich voortzetten over zijn armen en zich onder de mouwen van zijn donkerblauwe overall een weg zochten naar een fijn vertakt nerfwerk waarlangs de olie zich over zijn lichaam verspreidde. Zijn hele lichaam was misschien wel ingesnoerd in een glinsterend zwart draadwerk. Zij wist op dat moment zeker dat Miles Davis’ zijn muziek helemaal voor haar alleen speelde, en dat in zijn melodie een reusachtige karavanserai van verlangens en voornemens verborgen lag. Een week eerder dan gebruikelijk keerde zij terug naar haar universiteit.
____________________________________________________________________________________________________________________

Toch moedig.
Marien van Vliet, Geldrop
____________________________________________________________________________________________________________________

Een leesaanbod met minimaal 30 procent boeken die inspelen op het nieuwe lezen aan het einde van dit jaar!? Het stellen van afrekenbare doelen getuigt van moed!
Marien van Vliet, Geldrop
Twan Breewel: Beste Marien, om misverstanden en verkeerde verwachtingen te voorkomen, zie onder 10 van de FAQ’s: 20, en niet 30 procent; bovendien niet einde van dit jaar, maar per 2004.
____________________________________________________________________________________________________________________

... Maar dan ga ik nu eens serieus op HNL in: wat ik aan uw idee mis is de verrijking van de fantasie door lezen. Het is net of u zegt dat iedereen zich op zijn eigen turf moet terugtrekken; in zijn eigen hoofd moet gaan zitten. Het zelf verzinnen van een verhaal is erg leuk, maar op een gegeven moment denk je in kringetjes. Iemand die zijn gedachten op papier zet, zoals een schrijver, kan je nieuwe inzichten verschaffen of andere werelden laten zien. Dingen die je nog niet kent. Dat gebeurt niet alleen in het eerste hoofdstuk. Alszodanig kan ik HNL plaatsen als exponent van deze tijd in deze wereld waarin bijna iedereen continu alleen maar met zichzelf bezig lijkt.
Daarbij komt dat ik bij mijzelf de constructie van een 'implied author' bespeur (vergeef me het engels, zo heb ik het geleerd en ik ken het Nederlandse equivalent niet) wanneer ik schrijvers hoor praten over werk dat ik van ze gelezen heb. Mijn fantasie staat niet uit als ik lees, die wordt er juist door aangewakkerd. Schrijvers leggen je ook niet een einde van een verhaal op. Je bent zelf degene die het boek koopt en het staat een ieder vrij om op elk willekeurig punt (dus niet zo rechtlijnig als u het wilt) het geschrevene te verlaten en de rest te bedromen. Ik kijk vaker op van een bladzij, tuur in de verte, diep in gedachte, om na een persoonlijke zijsprong door te gaan met het 'dictaat van de schrijver'. ...
Frederik Vorderhake
____________________________________________________________________________________________________________________

Ik ben tegen al die aandacht voor HNL. Hoe daarmee op: het tast de exclusiviteit aan en stelt daarmee het life style karakter ervan in de waagschaal. Ik haak dan af!
Pierre Buzan, freelance interim-manager
____________________________________________________________________________________________________________________

Op een gegeven moment heb je toch wel het maximale gehaald uit je eigen knijpkat. Je kent hem als je eigen broekzak en wordt benieuwd hoe anderen het er in de kleine ruimte vanaf brengen.
Hoezo dus niet aan het papier toevertrouwen? Waarom de teksten die uit één en hetzelfde eerste hoofdstuk ontstaan zijn niet eens naast elkaar leggen? Gun de mensen hun schrijfzuchtigheid! Zie dat als uw uitdaging en start met Het Nieuwe Schrijven!
Paul Tichelaar, Amsterdam
Twan Breewel: Stap 10 van het Abecedarium uit het oog verloren?
____________________________________________________________________________________________________________________

U speelt met vuur, zoekt hybriditeit op. Waar houdt het schrijven op en begint het lezen, of begint het schrijven en…? Dat is onverantwoord als u niet begrijpt waarmee u bezig bent. Wilt u lezers en schrijvers een existentieel dwaalspoor op jagen? Bent u er dan nog? U hebt nu de keuze uit: of de Nieuwe Lezer ervan weerhouden zijn verhaal aan het papier toe te vertrouwen (wat ik denk dat u niet kunt), of een vangnet voor hem spannen.
Lies de Roever, Groningen
____________________________________________________________________________________________________________________

HNL is een prima methode om bij jezelf in een goed blaadje te komen.
Bernardina van Roosmalen
____________________________________________________________________________________________________________________

By accident I touched WWW.CREATIVEREADING.NL. Created a lot of turbulence in my workshops: did split them up into two parts: first-chapter-writers who deliver to the first-chapter-readers. I hope for new perspectives for this idea with old roots. I keep you informed.
Otto Fox, Bentwood College, ottofox@cliffhanger.com
____________________________________________________________________________________________________________________

Beste Twan Breewel: Graag wil ik je erop attenderen dat er hier en daar discussie ontstaat over HNL. Zie bijvoorbeeld Google (nl.taal): zoeken via Discussiegroepen en dan geavanceerd zoekend verder met: het nieuwe lezen. Ik heb zelf ook eens zo’n initiatief gelanceerd, en weet daardoor dat je dan bijna niet toekomt aan dit allemaal te volgen. Alle aandacht gaat uit naar beantwoorden binnenkomende emails en updaten van de site. Vandaar. Heel veel succes!
Wanda Boersje, Utrecht
____________________________________________________________________________________________________________________

Het is een verademing Het Nieuwe Lezen. Door Het Nieuwe Lezen krijg je een andere kijk op de literatuur en het schrijven. Zelf ben ik niet zo'n schrijver, maar door Het Nieuwe Lezen kriebelen mijn vingers om het toetsenbord van mijn pc te gaan gebruiken en een eerste hoofdstuk te gaan schrijven. Inspiratie voor een eerste hoofdstuk ga ik de komende periode opdoen. U hoort nog van mij.
Raimondo N. Di Battista, Rotterdam
____________________________________________________________________________________________________________________

Ik had eerst een aarzelende relatie met HNL, maar nu het isolatierubber van mijn fantasiebalgje vernieuwd is, gaat het al beter.
NN
____________________________________________________________________________________________________________________

Mijn vingers jeuken! 't Kost mij steeds meer moeite om mijn verhaal níet aan het papier toe te vertrouwen.
Lucius Raaphorst, gepensioneerd apotheker
Twan Breewel: niet doen Lucius, niet doen.
____________________________________________________________________________________________________________________

Eindelijk iemand die zich sterk maakt voor een equal playing field tussen lezer en schrijver. Nooit eerder gezien, ga zo door!
Dick Filarski, Ommen
____________________________________________________________________________________________________________________

De Eerste Nieuwe Lezer? Zie het enigszins haperende interview tussen Vladimir Nabokov en Alvin Toffler (Playboy, januari 1964, ook opgenomen in Strong Opinions, pagina 30): “Student explains that when reading a novel he likes to skip passages ‘so as to get his own idea about the book and not be infuenced by the author'.”.
Corné Dijkstra, Amsterdam
____________________________________________________________________________________________________________________

Fantastisch! Ben alleen heel benieuwd wat Iser en Jauss hierop te zeggen zouden hebben...
Jo-Anne
Twan Breewel: de vraag stellen…
____________________________________________________________________________________________________________________

Bravo! Heldere standpunten en werkbare oplossingen! Eindelijk gebeurt er iets in het land der letteren.
Frauke Kruysmulder, Amersfoort
____________________________________________________________________________________________________________________

Mijn baas heeft de fantasie van een waxinelichtje. Is hij verloren voor HET NIEUWE LEZEN?
NN.
Twan Breewel: Er zijn er die met minder beginnen. Haal hem door de wasstraat van het Abecedarium heen en je zult versteld staan!
____________________________________________________________________________________________________________________

Zwijmelwonne…? Abecedarium…? George Perec…? Wah-bedoel-u? Kan het misschien iets minder elitair, mijnheer Breewel?
Peet Abspoel, deeltijdwethouder culturele zaken gemeente Nieuw Ankerveld.
____________________________________________________________________________________________________________________

Vooruit, en nu vaart maken met HET NIEUWE LEZEN! Gooi de genua erin!
Mabel Thijsse, Rotterdam.
____________________________________________________________________________________________________________________

Grapjas
Fredrik Vorderhake
Twan Breewel: Is dit een openingszet?
____________________________________________________________________________________________________________________

Mijn voorstellingsvermogen hapert als een dreinende drenser. Scheert langs de woorden zonder enige vat te krijgen op de onthullingen die er achter schuilgaan. Wat moet ik doen?
Mevrouw B. uit Brasschaat (B).
Twan Breewel: Beoefen met volle overgave het paradox lezen om deze impasse te doorbreken. Uw stemming moet strijdig zijn met het gevoel van de tekst. Dus: lees in opgewekte stemming en met een schaterlach een trieste tekst (een krantige column van een professionele humorist bijvoorbeeld). Na het intreden van de neerslachtigheid gaat u juist andersom te werk: lees een vrolijke tekst (al het andere voldoet). Haak hierna weer aan bij stap 8 van het Abecedarium voor HET NIEUWE LEZEN. C’est tout!
____________________________________________________________________________________________________________________

Ik kom weer bij u terug. Het lukt nóg niet, en ik wil toch echt heel graag een HNL-ervaring hebben.
Wederom mevr. B. uit Brasschaat (B)
Twan Breewel: Omhels een boek - is het laatste dat u nog kunt proberen!
____________________________________________________________________________________________________________________

Veel dank voor uw aandacht en toewijding, nu werkt het wel: mijn fantasie wordt als een sneeuwrolletje door de wind voortgeblazen. HNL is echt sensationeel, heerlijk. Nogmaals dank.
Mevrouw B. uit Brasschaat (B):
____________________________________________________________________________________________________________________

Dear Twan Breewel, Congratulations with your wonderful project which is a magnificent and unprecedented example in history of attention economy.
Please let me know if Felicity, Circe and Jolette, three of my senior students, are allowed to contact you? They are intending to use HET NIEUWE LEZEN as a business case for their Bachelor’s Degree in Attention Economy.
Thomas Beckport, Babson College.
____________________________________________________________________________________________________________________

Eindelijk eens iemand met een idee dat transparant en afrekenbaar is! Op naar het boekenassortiment met een aanbod van minimaal 30% nieuwe-lezen-boeken per medio 2004!
Resianne Hefters, Zaandam

het nieuwe lezen
WelkomstpaginaActualiteiten  | Abecedarium voor het nieuwe lezen | De Grote Flapteksten Wedstrijd 2007
De Grote Eerste Hoofdstukken Wedstrijd 2006  |  10 Meest gestelde vragen  |  Lezersonderzoek  |  Toolkit for Creative Reading  |  FAQS Creative Reading
Reacties: info@hetnieuwelezen.nl